INTERVIEW | Mariet en Bernardus uit Ureterp gaan voor wandeluitdagingen: “Heale dingen dogge wy net”
URETERP Veel mensen wandelen op een mooie herfstdag graag even door het bos. Even een uurtje uitwaaien, de benen strekken en dan weer gauw naar huis. Mariet van der Wey (64) en Bernardus Ludema (66) uit Ureterp zitten anders in elkaar. Voor hen is wandelen bijna een levenswijze. Geen bijzaak, maar hoofdzaak. “As ik in bytsje myn bêst doch, rin ik sân kilometer yn in oere.”

Ze hadden jarenlang een boerderij in Greonterp, een dorp ten zuiden van Bolsward. Als boer had Bernardus Ludema niets met lopen, maar ongemerkt liep hij tijdens het mollenvangen wel veel door de weilanden. Hij kwam voor de eerste keer in aanraking met de wandelsport toen hij op de trekker omgeven werd door wandelaars die deelnamen aan de Elfstedentocht. Het duurde echter nog vele jaren, voordat hij de klompen uit- en de stoute schoenen aantrok voor een echte wandeltocht van maar liefst dertig kilometer. “Ik hie doe mar kwealik traind en hie ferskriklik seare fuotten. Dêrnei moast ik ek noch melke.”
Twee tot drie keer per week
Toen ze stopten met de boerderij en in 2018 verhuisden naar Ureterp, hadden ze plots tijd voor hun hobby. Al gauw werden plannen gesmeed om lange tochten te gaan wandelen. De marathon van Sneek stond op het programma, een pittige afstand van 42 kilomter. Ze overwogen nog om eerst de halve marathon te lopen. “Mar dat fyn ik neat. Heale dingen dogge wy net.”
Alle begin is moeilijk en dat geldt ook voor lange afstandswandelen. Terwijl Bernardus een jaar lang last had van blaren, had Mariet geen centje pijn. Ze heeft nog nooit een blaar gehad. Bernardus: “Ik hie blierren sa grut as in tennisbal.” Tegenwoordig lopen ze twee tot drie keer per week. Als ze even een rondje gaan wandelen is dat vaak zeven kilometer. Ze lopen bijvoorbeeld ook naar Drachten om te winkelen. “Yn ‘e simmer rinne wy faak nei Bakkefean om in ijsko te heljen of foar in bakje kofje nei Waskemar.”
Tijd om na te denken
Tijdens de urenlange wandelingen is er genoeg tijd om na te denken en rond te kijken. Als voormalig boer kijkt Bernardus aandachtig naar het vee op het land en naar boerenerven. Mariet is vooral een liefhebber van de zon en heeft een grote hekel aan kou. Twee jaar geleden werd ze helemaal bevangen door de kou tijdens een lange wandeling rondom Scharnegoutum. Die dag vroor het een paar graden en waaide er een venijnige, koude wind. “Myn gesicht wie hielendal beferzen en ik koe net mear prate en ite. Dat wie ek de iennige kear dat wy stoppe binne.”
Yn ‘e simmer rinne wy faak nei Bakkefean om in ijsko te heljen of foar in bakje kofje nei Waskemar
Jaar na jaar werden de afstanden langer. Bernardus had al een paar keer een tocht van tachtig kilometer gelopen, maar van andere wandelaars hoorde hij dat hij ook eens moest wandelen in de Flevopolder. Daar was op 20 september dit jaar een tocht uitgezet van maar liefst 110 kilometer. Zeven uur ’s avonds was de start, Bernardus liep de hele nacht door tot vier uur de volgende middag.
Veel en lekker eten onderweg
Bernardus en Mariet nemen samen vaak deel aan allerlei tochten in de wijde omgeving. De ene tocht bevalt hen echter beter dan de ander. Zo moet een tocht goed ‘uitgepijld’ zijn en moeten er onderweg fatsoenlijke toiletten zijn. En ook rustplekken om even een kop koffie te drinken. “Mar wy stopje altyd sa koart mooglik. Net folle langer as tsien minuten.”
Tijdens de lange tochten nemen ze zelf helemaal geen eten mee. Onderweg is overal eten en drinken verkrijgbaar. Misschien zelfs wel te veel en te lekker: “Der binne safolle lekkere dingen te iten dat ik net ôffal fan sa’n lange tocht. Nei dy tocht fan 110 kilometer wie ik sels in kilo swierder wurden.”
Nijmeegse Vierdaagse
Elke fanatieke wandelaar moet een keer meedoen aan de bekendste en grootste wandeltocht van allemaal: de Nijmeegse Vierdaagse. Vier dagen achterelkaar veertig kilometer en onthaald worden met bloemen en bewondering. Hoewel...? Daar denkt Bernardus héél anders over. “Noait in kear! De Nijmeegse Fjouwerdaagse is fierstente massaal. Dat is gjin rinnen mear.”
De agenda van de Friese Lange Afstand Lopers komt tijdens het gesprek op tafel en enkele tochten voor de komende weken zijn al aangekruist: Westerbork, Oosterwolde, Siddeburen en Dokkum. Bij de Najaarswandeltocht in Zevenhuizen kan gekozen worden uit verschillende afstanden tussen vijf en dertig kilometer. Voor Mariet en Bernardus is het makkelijk kiezen: “Wy geane foar de langste!”
Tekst en foto: Remo Hofman






