BEETSTERZWAAG - Jarenlang volgde bij Jan Smit uit Beetsterzwaag de regie van het ene culturele project na het andere. Alsof het niets was combineerde hij dat met werk, gezin en de brandweer. Tot het leven zich ook van de andere kant liet zien. Die zware tijd ligt inmiddels achter hem. De ideeën borrelen weer volop.
Het zijn twee handen waar je naar blijft kijken. Uit steen gehouwen en op een bijzondere manier aan elkaar verbonden. “It kin eins net, mar it kin al”, vertelt Jan Smit (67), de maker. Het is een uitspraak die vaker terugkomt in het gesprek met de creatieve duizendpoot uit Beetsterzwaag. Hij laat zich niet graag stoppen door twijfels van anderen.
Sweachster festival
Uit ervaring weet hij dan ook dat je met wat brutaliteit en een netwerk veel tot stand kunt brengen. Zoals bij dat project op School Lyndensteyn waar een groot plan bestond om het record voorlezen voor het Guiness Book of Records te verbreken. Jan bedacht hoe mooi het zou zijn wanneer een helikopter het laatste voor te lezen boek kwam bezorgen. Iedereen zei dat het niet kon. “Mar mei twa tillefoantjes wie it regele. Moai, net? Der wurdt te faak praat, mar te min dien.”
Op een verjaardag zaten Jan zijn vrienden eens wat tegen elkaar te mopperen dat er in Beetsterzwaag nooit iets gebeurde. “Doe ha wy besluten dat at wy sizze dat der wat barre moat, der ek wat bart.” Het was het startsein van het jarenlang succesvolle Sweachster Festival.
Bijzondere balans
Het beeld met de twee handen kwam tot stand in zijn eigen ‘atelier’, het knutselhok waar Jan uren, soms dagen in kan doorbrengen. “It tikjen op de stien giet automatysk, sûnder dat ik der by neitink. De stien bepaalt wat der bart, sa wie it ek by de hannen.” Het beeldhouwen, hij werkt zowel in hout als in steen, geeft ruimte in zijn hoofd. Zodat er weer plek is voor creatieve ideeën. Het is de bijzondere balans in zijn leven. De rust van het atelier en de drukte van de activiteiten waar hij nog steeds bij betrokken is.
Zo is Jan Smit als regisseur weer verbonden aan De Fyske Krite, de toneelvereniging in Beetsterzwaag. “It amateurtoaniel hat it dreech. De gemiddelde leeftyd is heech, it is net maklik om de jeugd der by te krijen en by te hâlden. It kin wol slagje, mar dan moatte je wat organisearje wat opfalt. Gewoan, dêr fyn ik ek neat oan.” En dus heeft Jan een plan voor een alternatieve uitvoering in dorpshuis De Buorskip; een cultuurpaleis waar in alle beschikbare ruimtes wel iets gebeurt. De bezoekers gaan van toneel naar dans naar zang. In een van de ruimtes is gelegenheid voor iedereen die iets wil organiseren. “Ferbine, dat is foar my hiel wichtich.” Verbinden is de rode draad in zijn culturele leven. Naast het roemruchte Sweachster Festival stond Jan Smit met een groep vrienden ook aan geboorte van een Avond4Daagse in eigen dorp. “Wy rûnen mei de bern mei yn Drachten. Dat koenen wy fansels ek wol yn eigen doarp organisearje.”
De onvermijdelijke Cornelia
Jan Smit zit volop in de ideevorming voor een bijzondere uitvoering van ‘Scrooge’, een bewerking van ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens, mogelijk eind volgend jaar te zien in Beetsterzwaag. Plaats van handeling is een boerderij, waar hij gebruik kan maken van een hooizolder. Het wordt een combinatie van toneel, muziek, zang en dans. Een samenwerking van acht verenigingen en organisaties in het dorp, waaronder muziekvereniging Euterpe. “De boel by elkoar bringe, dat wie froeger hiel normaal, no is it bysûnder. Mar it is sa wichtich foar in doarp. En it is boppedat ek sa ferskuorrende leuk.”
Sweachsters uit het verleden vormen de geesten in dit bekende bijna 200 jaar oude kerstverhaal. Onder hen, bijna vanzelfsprekend, Freule Cornelia van Lynden. Jan Smit: “Dat kin net misse. Sy spilet al jierren in rol yn myn libben.” In 2015, bij de viering van honderd jaar Corneliastichting, was Smit regisseur van het iepenloftspul ‘Noblesse Oblige’ in de overtuin van Huize Lyndenstein. Het was een verhaal over de historie van Revalidatie Friesland dat hij heel graag wilde vertellen. Ruim dertig jaar was Smit verbonden aan deze organisatie.
Passie voor de zorg
Ooit opgeleid als kok, verruilde hij de keuken van het Drachtster ziekenhuis voor een functie in het facilitair management van het revalidatiecentrum. Hij voelde zich aangesproken door de gemoedelijke organisatie zoals destijds in de gezondheidszorg gebruikelijk was. “De pasjint stie yn alles foarop. De meiwurkers hienen allegearre in passy foar de soarch foar in oar.” De latere verzakelijking in de zorg ging hem steeds meer tegenstaan, inclusief de cultuur van het ‘vergaderen om het vergaderen’ zoals Jan het noemt.
Een optelsom
Naast de culturele hoogtepunten kent het leven van Jan ook zwaardere perioden. Drie jaar geleden bijvoorbeeld was het ineens ‘over en uit’. Jan zat diep. Het was een optelsom. Hij dacht dat hij de problematische jeugd met huiselijk geweld wel achter zich had gelaten. Maar bij de geboorte van een kleinzoon kwam het toch weer volop aan de oppervlakte.
Ook de ruim 25 jaar ervaring bij de plaatselijke brandweer liet sporen na. Jan zag veel moeilijk te vergeten ellende, de emmer raakte te vol. “Ik ha les hân yn traumaferwurking, dat hat mei myn rêding west.” Hij nam afscheid van Revalidatie Friesland en ging aan de slag als chauffeur bij Kijlstra in Drachten. Geen alledaags, wel dankbaar werk. Jan vervoerde organen, weefsel en bloed, bestemd voor orgaandonatie en -transplantatie.
Niet gewend aan complimenten
En altijd zijn er weer die culturele projecten. Het zaadje hiervoor werd geplant op de zomervakantiekampen van Humanitas, waar Jan een deel van zijn vakanties doorbracht. “Wy hienen thús minder dan neat. De Sinterklaaskadootsjes kamen ek fan Humanitas. Op de simmerkampen wie der altyd toaniel.” Jan viel op. Dus kwam de vraag of hij ook in de leiding plaats wilde nemen. Hij vertelt dat kinderen vaak op maandag onrustig binnenkwamen, meestal met een rugzak die ruim gevuld was met problemen van thuis. “De hiele wike stopten wy dan de positieve enerzjy yn it tawurkjen nei de bûnte jûn. It wie geweldich om te sjen hoe’t de bern ta bloei kamen.” Dat gold ook voor Jan zelf. Het gaf hem een enorme voldoening. “En ik krige komplimenten. Der wienen minsken dy’t seinen dat ik it goed die. Dat wie nij foar my, dat wie ik thús net wend.”
De verbindende kracht van cultuur
Het was de eerste kennismaking met wat toneel en cultuur met mensen kan doen. In de tientallen jaren die volgden zag hij het veel vaker. Bijvoorbeeld in Kootstertille waar hij een nieuwsjaarrevue regisseerde. Hij herinnert zich een auditie waar een moeder met een wat verlegen dochter binnenkwam. De moeder gaf direct aan dat haar dochter er wel was, maar niet wist of ze ook wel mee wilde doen. Ze had al gezien dat de klasgenoten die haar regelmatig pestten ook van de partij waren. “Ik joech har in grutte rol. Do seachst hoe’t it selsfertrouwen wike nei wike groeide. Letter sei har mem dat se no ynienen ek útnoege waard foar allegearre feestjes. Se wie belangryk wurden.” Hij hoorde het ook in Terwispel waar hij een groot iepenloftspul regisseerde. Kinderen vonden elkaar in het samenwerken in de productie. “Ik hearde letter dat de bern dy’t meidienen op skoalle ek wer mei elkoar it foartou namen. Dat jout sa’n foldwaning.”Het is de verbindende kracht van cultuur.
Met pensioen
De drukste culturele jaren liggen nu in het verleden. Jan Smit doet het rustiger aan, is inmiddels gepensioneerd. “De earste AOW is sawat oermakke.” Hij is ook weer in balans, mede dankzij Elske, al heel lang zijn grote liefde en rots in de branding. Maar ook zij zal niet raar opkijken wanneer er toch weer zo nu en dan een idee opborrelt waar Jan mee aan de slag wil.
Vooruit, tot slot nóg een voorbeeld van die verbindende kracht: in Bantega waren jaren geleden ook wilde toneelplannen. Jan had intussen volop reputatie opgebouwd in de Friese toneelwereld en hij werd als regisseur gevraagd. “Twa mannen dy’t op de audysjes kamen hiene wol it gefoel dat se elkoar op ien as oare manier koenen, mar se wisten eins net hoe en wat. Doe die bliken dat se elkoar al jierren op de fyts ûnderweis nei it wurk alle dagen tsjinkamen. De froulje fûnen elkoar ek en dêrnei giene se ek mei harren fjouweren op fekânsje. Dat binne ferhalen dy’t ik nea ferjit.”






