Wieberen en Anna Bouma zijn 65 jaar getrouwd: een feestelijke maar rûzige dag
Wieberen en Anna Bouma, beiden 87 jaar oud, vierden op woensdag 27 november jongstleden hun 65-jarig huwelijk in hun nieuwe appartement aan de Commissieweg in Beetsterzwaag waar ze sinds halverwege september wonen. Het werd een feestelijke, maar ook een ‘rûzige’ dag.

Op 27 november raasde storm Conall over het land. En dat betekende dat de kinderen en kleinkinderen na de feestdag met een etentje bij De Stripe in Wijnjewoude een bewogen terugreis beleefden naar hun woonplaatsen Gouda en Zoetermeer.
“Wy ha no in moai plak; alles nij”
Wieberen en Anna Bouma dragen een dag later, bij het bezoek van burgemeester Andries Bouma, de corsage nog met trots op de borst. De ontvangst in het nieuwe appartement van ZuidOostZorg is hartelijk. In september was het al de tweede verhuizing binnen een jaar voor het echtpaar, nadat ze vorig jaar vanuit Drachten naar Beetsterzwaag waren getrokken. “Wy ha no in moai plak. Alles nij.”
Wieberen Bouma en Anna de Jong zijn beiden geboren en getogen Drachtsters. Ze kenden elkaar al vanuit de Vrijgemaakte kerkgemeente in Drachten, maar op de fiets naar huis werd het eerste echte contact gelegd. Het bleek de basis voor een lang huwelijk, waarin mooie en minder mooie momenten elkaar afwisselden. Rond de bevallingen van de twee kinderen lag Anna Bouma in totaal zeventien weken in het ziekenhuis. “Mar it is allegearre goed kaam.”
Eropuit
Timmerman Wieberen Bouma viel rond zijn vijftigste van een steiger en moest noodgedwongen al op jonge leeftijd zijn werk neerleggen. Bouma: “Ik ha op De Sweach meiboud oan in soad huzen oan It Merkelân. At it iene sawat klear wie, begûnen we mei de oare. Sa bin ik acht jier achter elkoar trochgien.” Zijn vrouw Anna werkte jaren met veel plezier bij de radiozaak van de familie Van der Meulen in Drachten. “En ik mocht slimme graach borduere.”
Ze trokken er ook graag opuit. Eerst twintig jaar met een eigen boot, daarna kozen ze voor een caravan in het Gelderse Vierhouten. “Ien simmer ha we beide hân en doe mocht de frou kieze.” Autorijden deden ze beiden tot een paar jaar geleden, inclusief de reisjes naar de kinderen in het westen van het land. Wieberen: “Ik ried fan Drachten nei Nunspeet. Dêr ieten we dan wat en de frou siet it twadde stik achter it stjoer. Dat gie altyd bêst.”












