MAKKINGA - Het onderwijs is altijd in beweging. Uitdagingen zijn er dus genoeg voor Edwin de Weers, bestuurder van scholenkoepel Comprix. Een gesprek over identiteit, nieuwbouw van scholen, de corona-babyboom, leerkrachten en kansengelijkheid. “Onderwijs dat structureel op orde is, biedt leerlingen de meeste kansengelijkheid.”
Hij is inmiddels helemaal in de regio gesetteld. Edwin de Weers (56) liet vijf jaar geleden de Randstad (Dordrecht) achter zich. Op zoek naar een rustigere, groene woonomgeving, in combinatie met een uitdagende baan. Het werd wonen in Makkinga en werken in Wolvega. Als bestuurder van Stichting Comprix is De Weers verantwoordelijk voor het onderwijs op de 35 openbare basisscholen in de gemeenten Opsterland en de beide Stellingwerven. “Onze scholen zijn kinderparadijsjes. Met een groene omgeving rond school om te wonen en te spelen. En met een enorme betrokkenheid van de schoolteams en de directe schoolomgeving, de mienskip. Voor deze regio is dat misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet.”
Samenwerkingsscholen
De afgelopen jaren zijn in meerdere Opsterlandse dorpen openbare en christelijke basisscholen gefuseerd, met succes. Ureterp, Nij Beets en Bakkeveen sluiten de rij, er zitten volgens De Weers geen fusies meer in de pijplijn. Buiten Gorredijk heeft alleen Frieschepalen nu nog een openbare én een bijzondere basisschool. De Weers: “Zolang de leerlingenaantallen op beide scholen goed zijn is dat ook geen probleem.”
We krijgen te maken met een corona babyboom
Een deel van de Opsterlandse samenwerkingsscholen staat onder leiding van het openbare Comprix; op de andere scholen vormt VCSO (Verenigde Christelijke Scholen Opsterland) het bestuur. “Beide partijen werken goed samen”, zegt Edwin de Weers. “Dat zie je bijvoorbeeld ook in De Stipe, het gezamenlijke ondersteuningsteam passend onderwijs.” Het proces van het samengaan van openbare en bijzondere scholen was in sommige dorpen lastig, identiteit is altijd een issue. De Weers: “Het gaat om het evenwicht. Een school moet algemeen toegankelijk zijn. Voor de meeste ouders is de samenwerking geen probleem, maar de gevoeligheid blijft. Van beide kanten. Je moet laten zien dat je daar oog voor hebt. Het gaat niet alleen om de christelijke identiteit. Openbaar onderwijs is voor ouders en leerkrachten ook een bewuste keuze.”
Samen naar school
In sommige dorpen was het samengaan van de scholen een eigen keuze; elders was het nodig om een school voor het dorp te kunnen behouden. “Deze ontwikkeling had je misschien vijftien jaar geleden niet kunnen voorspellen. Het helpt dat de verzuiling verder is afgenomen, ook in het verenigingsleven. Als de kinderen samen sporten en andere activiteiten ondernemen, dan is het ook logisch om samen naar school te gaan.” Volgens De Weers heeft een school in een dorp een belangrijke rol. Daar worden vriendschappen voor het leven gesloten en hebben ouders bij het schoolhek contact met elkaar. “Het is belangrijk dat kinderen uit het dorp bij elkaar op school zitten. Op de samenstelling van een dorp heeft een school geen invloed; wel op de verbondenheid.” De Weers is daarom bijvoorbeeld blij dat nagenoeg alle leerlingen van de gesloten school in Luxwoude meeverhuisden naar de fusieschool in Langezwaag.
![]()
Corona-babyboom
Het lukt Comprix nog steeds om de structurele vacatures op de scholen in te vullen, al wordt dit wel moeilijker, volgens De Weers. Het leerkrachtentekort is hier minder een probleem dan elders in het land, meent hij. “Het is krap, maar we redden het. Tijdelijke vervanging is lastiger. Maar we hebben nu een flexpool met circa twintig leerkrachten. Zij vervangen bijvoorbeeld bij langdurige ziekte of zwangerschap. Het zijn leerkrachten die veelal bewust kiezen voor kortere perioden op een school. Bijvoorbeeld om meer ervaring op te doen of om steeds een nieuwe uitdaging te hebben.”
Ruimtes delen, zoals klaslokalen, is ook ingewikkelder dan het lijkt
Of het vinden van voldoende leerkrachten in de toekomst lastiger wordt, hangt ook af van de ontwikkelingen van het aantal leerlingen. De daling van het aantal leerlingen zwakt af, de grootste daling is al geweest. “Sterker nog, er is een corona-babyboom. De peuteropvang en kinderdagverblijven zien dat nu al. Daar krijgen wij straks ook mee te maken, al zien we na de piek weer een versnelde daling.”
Woningbouw
Er is nóg een onzekerheid: de woningbouwplannen in veel dorpen. Meer woningen betekent vaak ook meer kinderen. “Maar daar kunnen we als onderwijs pas iets mee als plannen helemaal zijn vastgesteld. Zo zijn de regels, het aantal vierkante meters op een school is gekoppeld aan het aantal leerlingen. Een school kan pas uitbreiden wanneer het leerlingenaantal structureel hoger ligt.” In Gorredijk zitten de twee nieuwe scholen (Loevestein en De Treffer) nu al weer krap in hun jasje, terwijl er in het dorp honderden nieuwe woningen op stapel staan. Dat voelt voor de leerkrachten en de ouders soms best lastig, erkent De Weers. “Maar dat is wel de praktijk. Voorsorteren is dus lastig. De gemeente wil niet in toekomstige leegstand investeren; wijzelf ook niet.”
Lastige processen
Komt een school wél in aanmerking voor uitbreiding of nieuwbouw, dan kan realisatie van een project soms jaren duren. Zeker wanneer de school aansluit bij andere functies in het dorp, zoals onlangs in het nieuwe mfa in Tijnje en in de nog te realiseren nieuwe school in Beetsterzwaag. De Weers: “Samenwerken met het dorp is mooi en biedt ook voor het onderwijs voordelen, maar het maakt het proces niet eenvoudiger.” Dat heeft volgens De Weers niets te maken met de inzet van mensen of de samenwerking, maar vooral met niet op elkaar aansluitende wet- en regelgeving.
Ik word wel eens gek van die tijdelijke potjes van het Rijk
“De financiering van de bouw van scholen is complex en ligt bij de gemeente. Comprix mag als schoolbestuur niet zelf investeren in vierkante meters.” En deel je als school een gebouw met anderen, dan zijn bijvoorbeeld het onderhoud en de afschrijvingen van gezamenlijke installaties weer ingewikkeld. “Ruimtes delen, zoals klaslokalen, is ook ingewikkelder dan het lijkt. Na schooltijd is een school niet altijd leeg. Leerkrachten zetten bijvoorbeeld spullen klaar voor morgen, maar dat is lastig als ’s avonds het plaatselijke koor er repeteert. Dan moeten ook alle papieren worden opgeruimd, in verband met de privacy van de leerlingen.”
Kindcentra
Steeds meer scholen zijn ‘kindcentra’, dus ook voorzien van peuter-, kinder- en buitenschoolse opvang. “Dat is belangrijk. Heeft een school ook opvang, dan is de kans groter dat de ouders ook kiezen voor de school in het dorp. Daarnaast is dit goed voor de doorgaande lijn.” Maar ook hier speelt wet- en regelgeving een rol. Peuter, kinder- en buitenschoolse opvang is in handen van commerciële aanbieders. Een gemeente mag bij nieuwbouw van een school wel ruimte reserveren voor opvang, maar alleen als kostendekkende verhuur mogelijk is. “De opvang is geen publieke taak, al is het dat in de ogen van veel ouders wél. Het zou mij een lief ding waard zijn dat de opvang onderdeel van het onderwijs wordt. De doorgaande leerlijn is dan eenvoudiger, je kunt ruimtegebruik makkelijker afstemmen en je kunt medewerkers breder inzetten. Maar zo zit de wetgeving helaas niet in elkaar.” De Weers benadrukt wel dat de samenwerking met de huidige aanbieders van peuter-, kinder- en buitenschoolse opvang goed is.
![]()
Achterstanden
Als onderwijsbestuurder in Friesland loopt Edwin de Weers tegen vergelijkbare problemen aan als in de Randstad. “Maar wel op een andere schaal. Armoede en kansenongelijkheid bestaan hier net zo goed. Professioneel doen we hier beslist niet onder voor de rest van het land. Calimero-gedrag is nergens voor nodig. Het is alleen wel eens lastig dat veel onderwijsbeleid met een Randstadbril op wordt gemaakt, zonder oog voor de regio. Dat zag je bijvoorbeeld bij de opvang van Oekraïense leerlingen. Hierbij kozen wij bewust voor onderwijs in het dorp.”
Na de coronajaren is er via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) veel geld in het onderwijs geïnvesteerd. De Weers ziet dat dit zeker geholpen heeft bij het wegwerken van achterstanden en het vergroten van de kansengelijkheid voor de leerlingen. Maar hij is ook kritisch. “Ik word wel eens gek van die tijdelijke potjes van het Rijk. Met structureel geld of een langere periode om het te besteden hadden we veel meer kunnen bereiken.” Het aanstellen van onderwijsassistenten heeft op scholen bijvoorbeeld geholpen. Maar volgens de bestuurder kun je met tijdelijk geld personeel geen vaste aanstelling geven. “Personeel vormt in het onderwijs wel 85 procent van de uitgaven. Maar ook als je met het extra geld methodes aanschaft heb je over een paar jaar een probleem als je deze weer moet vervangen. Daar is dan weer geen geld voor.”
Kansengelijkheid
De extra gelden vanuit het Rijk zijn ook bedoeld om de kansengelijkheid voor leerlingen te vergroten. Een onderwerp dat De Weers na aan het hart ligt. “Maar de beste garantie voor kansengelijkheid is het onderwijs structureel op orde hebben. En dat blijft altijd de uitdaging. Het blijft continu zoeken naar aan welke knoppen je op iedere school kunt draaien en hoe je de schoolomgeving daarin betrekt. Dat is voor iedere school weer anders. Ik ben trots op onze schoolteams die met veel inzet en betrokkenheid goed onderwijs verzorgen voor onze leerlingen.”
Stichting Comprix
Stichting Comprix vormt het bestuur van 35 openbare basisscholen in de gemeenten Opsterland, Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Circa 500 medewerkers verzorgen het onderwijs voor ruim 4.100 leerlingen. Het gaat in het gebied van GrootSa! om scholen in Terwispel, Hemrik, Gorredijk, Lippenhuizen, Bakkeveen, Tijnje, Frieschepalen, Beetsterzwaag, Langezwaag, Wijnjewoude, Oldeberkoop en Makkinga.
![]()
Tekst: Arend Waninge
Foto’s: Martijn van der Vaart






