INTERVIEW | Frank Terpstra heeft een brede blik op het behoud van erfgoed: Een molenaar met een visie
BEETSTERZWAAG - Hij is al 35 jaar betrokken bij de Grevensmolen in Vegelinsoord, maar de passie van Frank Terpstra uit Beetsterzwaag voor molens gaat veel verder. Hij draagt zijn eigen visie op dit specifieke erfgoed overal uit, pleit voor meer aandacht voor het brede verhaal van de molens in de omgeving en bindt de strijd aan met de commerciële adviseurs. “Er gaan jaarlijks miljoenen euro’s om in de molenwereld, maar er blijft veel te veel hangen bij adviseurs die zichzelf in stand houden.”

Direct na de bebouwde kom van Vegelinsoord duikt een draaiende molen op aan de horizon. De laatste zaterdagochtend van februari is wat miezerig, maar heeft ook een mooie wind om de Grevensmolen een paar maaluren te laten maken. Een zwarte streep aan de slootkant laat duidelijk zien dat alles gaat zoals het moet. Het waterpeil in de poldersloot is gedaald, het water is geloosd op het Deel, de vaart aan de rand van de Haskerveenpolder.
Totale molenbehoud
Dat de molen uit 1860 er nog staat is volgens Frank Terpstra te danken aan de bijzondere plek. Toen een stoomgemaal in 1917 het bemalen van de polder overnam, volgde voor de overige twee poldermolens de sloop. De Grevensmolen mocht blijven voor het bemalen van een klein stukje van de polder. “Dat was goedkoper dan dit ook over te laten aan het moderne gemaal. Het was de redding voor de molen”, vertelt Frank. “De bedstee in de molenaarswoning is later een keer opnieuw opgebouwd, verder is de molen nagenoeg volledig origineel. De molen heeft een gietijzeren bovenas, een stukje innovatie in die dagen. De traditionele houten bovenassen gingen door weersinvloeden maar zo’n 25 jaar mee; de gietijzeren as functioneert al 165 jaar.”
Het is belangrijk dat molenaars jong instappen
Het lijkt een detail, maar het is onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de molen waarover Frank zo graag vertelt. Hij is een groot pleitbezorger van het totale molenbehoud en dat gaat verder dan de molen alleen. Daar horen ook het molenerf en eventuele bijgebouwen bij, en ook de plaats van de molen in de geschiedenis van de omgeving.
Rijksmonument
De Grevensmolen is gebouwd als poldermolen, bedoeld om de Haskerveenpolder te bemalen. Frank Terpstra: “In dit gebied van ruim drieduizend hectare was de turfwinning geen groot succes. Het was financieel altijd lastig, veel geld was er niet. Na de bouw van de eerste twee molens, kwam de derde molen daardoor pas acht jaar later. Eigenlijk is het bijzonder dat er nog windmolens werden gebouwd, want het kantelpunt van poldermolens naar stoomgemalen stond al bijna voor de deur.”

En net zo bijzonder is het dus dat de molen er nog steeds is. Veel andere Friese veenpoldermolens overleefden de technische vooruitgang niet. Na het verlies van haar belangrijke taak bleef de Grevensmolen lang eigendom van de gemeente Skarsterlân, later De Fryske Marren. Inmiddels is de molen samen met andere Rijksmonumenten in de gemeente overgegaan in een stichting.
Technische Universiteit
Frank Terpstra woont al jaren in Beetsterzwaag, maar groeide op in Scharnegoutum. “Molens hebben mij altijd gefascineerd. Tijdens vakanties wist ik als kind altijd overal al molens te vinden. Thuis bouwde ik ook molens. Op mijn zestiende vroeg molenaar Ane Dijkstra of ik een keer mee wilde naar een echte molen. Dat was mijn eerste kennismaking met de Grevensmolen.” We zijn inmiddels 34 jaar verder, en de molen in Vegelinsoord liet Frank Terpstra nooit meer los. Samen met Job Koehoorn uit Ureterp vormt hij er het vaste molenaarsduo.
Er blijft te veel geld hangen bij commerciële adviseurs
Frank studeerde bouwkunde; het maken van iets, van A tot Z, heeft hem altijd geboeid. Na de lts kwam hij op de mts, waar hij stage liep bij een molenrestaurateur. Frank wilde verder en belandde uiteindelijk als student bouwkunde op de Technische Universiteit van Eindhoven. Anno 2025 werkt hij in het dagelijks leven al jaren bij een ingenieursbureau in Drachten.
Molenaars spelen een cruciale rol
Een groot deel van Franks vrije tijd gaat op aan molens. En dat gaat verder dan alleen de Grevensmolen in Vegelinsoord. Frank laat zich ook landelijk horen in de discussie over het behoud van molens als historisch erfgoed. “Het is natuurlijk een hele specifieke categorie. Het is een bouwwerk, maar tegelijkertijd ook een machine.” In het behoud van de molens spelen de molenaars volgens hem een cruciale rol. “De opleiding tot molenaar is geen doel op zich; de praktijkkennis van de molenaars is een middel in het behoud van het erfgoed.”

Friesland heeft haar eigen ‘Gild Fryske Mounders’, een molenaarsgilde dat afwijkt van de landelijke koers, waarin molenaars kennis moeten hebben van alle in het land aanwezige typen molens. Frank: “Dat is veel te veel. In Friesland concentreren we ons op onze eigen typen molens en technieken. Dat is veel praktischer en overzichtelijker. Een gediplomeerde molenaar kan die kennis later wel uitbreiden.” Gedetailleerde kennis van de eigen molen is ook arbotechnisch belangrijk. Het is en blijft bij een draaiende molen altijd opletten. Frank verhaalt over een huishoudster van de molenaar die in 1892 daadwerkelijk een klap van de molenwiek kreeg en dat met de dood moest bekopen. “Een voorval dat in de omgeving veel indruk maakte.”
Kennis verdelen
Friesland telt momenteel voldoende molenaars, maar Frank pleit voor landelijke invoering van het Friese model. Het ‘Gild Fryske Mounders’ viert dit jaar haar vijftigjarig jubileum en de discussie over het invoering van het Friese model bestaat net zo lang, al vijftig jaar. Frank: “Er moet van hogerhand nu eindelijk eens worden doorgepakt.” Hij is ervan overtuigd dat dit belangrijk is om ook in de toekomst voldoende molenaars te werven. “Het is belangrijk dat molenaars jong instappen en zo tientallen jaren ervaring kunnen opdoen en kennis kunnen opbouwen.”

Die kennis is in zijn ogen cruciaal in het behoud van het erfgoed. Het stoort hem dat veel molenkennis is geconcentreerd bij commerciële adviseurs die overal hun adviezen geven. “Die kennis hoort niet alleen bij hén te zitten. De toekomst van het erfgoed is afhankelijk van vakmensen die direct kunnen ingrijpen, die de hand aan de ploeg hebben. Dat kan bijvoorbeeld door de kennis te verdelen over regionale erfgoedhuizen die direct en permanent verantwoordelijk zijn voor een aantal molens in samenwerking met de molenaars als dagelijkse beheerders. Er gaan jaarlijks miljoenen euro’s om in de molenwereld, maar er blijft veel te veel hangen bij adviseurs die zichzelf in stand houden.” Frank ergert zich bovendien blauw aan situaties waarin de adviseurs plannen opstellen voor stichtingen waarin ze zelf als bestuurslid of vaste adviseur van het bestuur over hun eigen plannen en budgetten kunnen beslissen. “Ik vind dat dat niet kan.”
Molenerven vertellen het héle verhaal
In de molenwereld zet Frank Terpstra zich ook in voor aandacht voor de molenerven, een visie die links en rechts steeds meer landt. “Een molen is op veel plekken veel meer dan de molen zelf. Het is nodig om een soort landgoed-denken te hanteren. De omgeving met soms een molenaarswoning, pakhuizen of knechtenwoningen hoort daar ook bij. Dat ensemble vertelt het héle verhaal. De historische context met de bijgebouwen of zoals hier het verhaal van de polder, horen bij het erfgoedverhaal van de molen. Dat hele verhaal moet je vertellen om de aandacht voor het erfgoed te bewaren.”
‘Gestolde vroegere ontwikkelingen’
Het zal niet verbazen dat Frank ook een duidelijke opvatting over restauratieprojecten heeft. Hij noemt het erfgoed ‘gestolde vroegere ontwikkelingen’, inclusief de verschillende bouwfasen en gebruiksperioden. Met andere woorden: als een molen zich in 150 jaar heeft ontwikkeld, moet je de molen niet terug restaureren tot de situatie van 150 jaar geleden. “Dan vernietig je een deel van het verhaal.” Frank roert een voorbeeld aan van een molen die ooit is omgebouwd tot dieselgemaal en in 2007 weer is omgebouwd tot molen. “Dan vernietig je juist een stuk geschiedenis.” In diezelfde lijn heeft hij ook een eigen kijk op de molenromp van De Ulesprong bij Tijnje, de enige overgebleven molen in de gemeente Opsterland.
Het nageslacht, dat zijn we inmiddels zelf
Frank: “Bij de opkomst van de moderne gemalen is deze molen voor sloop behouden, omdat de bewoner ook het nabij gelegen veer bediende. Dat de kop met de wieken van de molen verdween hoort bij de afbraakfase in de geschiedenis van de molens.” De watermolen bij De Ulesprong werd gebouwd in 1856, vlak aan de Nieuwe Vaart. Toen de poldermolens in 1911 weer werden gesloopt omdat ze geen dienst meer deden, werd van deze molen alleen de kap en het gevlucht, het wiekenkruis, verwijderd. Frank: “De molen staat nu langer zonder dan met kop. Dat moet je nu niet meer herstellen.” HIj ziet veel meer in het vertellen van het verhaal van deze molenromp in relatie tot de nabijgelegen veenpolders en het goed bewaarde elektrische Sudergemaal aan de overkant van de Nieuwe Vaart. “Bijzonder dat deze fasen in de geschiedenis van de bemaling van de veenpolders zo dicht bij elkaar staan. Daar kun je iets moois mee doen.”
Bewaren voor het nageslacht
Frank Tersptra heeft dan ook niet zoveel met projecten waarin dorpen voor het mooie dorpsbeeld een nieuwe molen willen bouwen. “Ik vind het veel belangrijker dat het beschikbare geld naar het behoud van de twaalfhonderd historische molens gaat.” Hij noemt een voorbeeld in de Zaanstreek waar nieuwe molens in historische stijl worden gebouwd met als doel om energie op te wekken. ‘Een bedachte ontwikkeling’, noemt hij dat. Met de nog twaalfhonderd historische molens die ons land telt is er volgens Frank voldoende erfgoed over om het historische verhaal te vertellen en te bewaren voor het nageslacht. “Al zijn wij dat nageslacht inmiddels zelf.”
Grevensmolen, Vegelinsoord
De Grevensmolen (of Deelsmolen) in Vegelinsoord (Deelswâl 4) wordt in archiefstukken aangeduid als de ‘molen aan de Grevensvaart’. Enkele decennia later wordt de huidige naam gangbaar. De Grevensmolen is gebouwd in 1860 en maalvaardig. De molen is opgericht voor het bemalen van de Haskerveenpolder. De molen is speciaal voor het publiek geopend tijdens de Nationale Molendag (dit jaar op 11 en 12 mei) en op de Open Monumentendag (13 en 14 september). Publiek is ook welkom als de molen draait.
Tekst Arend Waninge
Foto’s Martijn van der Vaart







