Algemeen

Conditie van Duurswouderheide vraagt om ingrijpen: “We willen vitaliteit in het gebied terug”

Door: Redactie

Verborgen leed op en rond de Duurswouderheide. Het oogt allemaal groen en levendig, maar bodemonderzoek vertelt een heel ander verhaal. De heidegrond is veel zuurder dan verwacht en dat heeft grote effecten op flora en fauna. Bovendien hebben de omliggende bossen het zwaar. Gebiedsbeheerder Staatsbosbeheer neemt maatregelen om het tij te keren.

Willem Molenaar en Manon van Wesel van Staatsbosbeheer.
Willem Molenaar en Manon van Wesel van Staatsbosbeheer.

Langs het pad dat dwars door de Duurswouderheide loopt, is een strook heide ondiep gefreesd en bekalkt. Het oogt onbestemd, maar hier groeit straks boekweit. Het is een experiment waarmee Staatsbosbeheer wat extra’s aan het gebied wil toevoegen. Boswachter Manon van Wesel legt uit dat het ook een terugkeer is naar vroeger dagen. “Boeren gebruikten heidevelden op verschillende manieren. Ze lieten schapen grazen en gebruikten heideplaggen als basis in de potstallen. Met de mest werden de plaggen later gebruikt op de akkers. Nu is de heide eentonig, we brengen de variatie terug.”

Alarmbellen rinkelen

De ingreep is meer dan nostalgie. Het gaat namelijk niet goed met de Duurswouderheide. Uitgebreid bodemonderzoek heeft een paar alarmbellen doen rinkelen. Met een pH-waarde van 3 en lager is de heidegrond veel zuurder dan verwacht. En er was nóg een onverwachte conclusie: de grond bevat heel veel ammonium. Deze stikstof zorgt voor sterke groei bij planten die goed gedijen in een stikstofrijke omgeving. Zo is het pijpenstrootje een grassoort die hiervan profiteert en andere planten verdringt. Hoge gehalten ammonium zijn echter giftig voor veel andere soorten zoals valkruid, havikskruid, biggenkruid en klokjesgentiaan. Een en ander heeft dus grote gevolgen, legt ecoloog Willem Molenaar uit. “Een beperkt aantal planten doet het goed; voor veel andere soorten is de grond te zuur of bevat het teveel ammonium. Zo krijg je een soortenarme heide.”

Cyclus doorbrekend

Grondbacteriën zetten normaal ammonium om in het minder schadelijke nitraat. Door de zure heidegrond kunnen de betreffende bacteriën het echter niet meer aan. De omzetting naar nitraat blijft dan achter, daarmee een cyclus doorbrekend.

Willem Molenaar: “De bodem wordt daardoor alleen maar zuurder en het ammoniumgehalte blijft hoog. Die verzuring van de heidegrond werkt door. Het voedselaanbod wordt eentoniger en dat heeft effect op reptielen, amfibieën, insecten en vlinders. Van sommige soorten kelderen de aantallen.” De bodemonderzoekers hanteren de kleuren groen, oranje en rood om de kwaliteit van de bodem aan te geven. Voor de Duurswouderheide gebruikten ze voor het eerste code zwart als het om ammonium gaat. Boswachter Manon van Wesel en ecoloog Willem Molenaar schrokken van die waardering.

Paardenmiddel

Naast de proef met de boekweitakkers en de bijbehorende akkerkruiden kan het bekalken ook helpen in de aanpak van de bodemgesteldheid, al is het volgens Willem eigenlijk een paardenmiddel. “De pH-waarde stijgt uiteindelijk wel, maar het duurt lang voor je het effect ziet en er is heel veel kalk nodig. We gaan op een aantal plekken de heide geleidelijk en beperkt bekalken en volgen de ontwikkelingen.” Na een aantal jaren boekweitteelt wordt de akker weer opgenomen in de heidebegrazing. Er ontstaat dan een schrale heivegetatie met nu wél een voldoende hoge pH-waarde.

Stijgt de pH-waarde van de grond, dan krijgen de bodembacteriën weer meer kans. De gewenste pH-waarde ligt boven de 4,5, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. Sommige stukken heide worden geplagd, bekalkt en daarna voorzien van een laag heidemaaisel van elders. Manon: “Zo help je de verspreiding van heideplanten en dus de soortenrijkdom.”

Schapen op de heide

Er lopen nu circa 150 schapen op de Duurswouderheide. Zij houden onder andere het opschot van bomen onder controle. Op den duur is het gebied misschien geschikt voor een schaapskudde met herder. Voor de inzet van runderen is het gebied eigenlijk te nat. En dat vinden ze bij Staatsbosbeheer jammer; runderen zijn zeer geschikt voor de aanpak van stikstofliefhebber het pijpenstrootje.

Bij de te nemen maatregelen moet Staatsbosbeheer steeds belangen afwegen. Het gebied kent archeologische sporen om rekening mee te houden en de aanwezigheid van de adder levert bijvoorbeeld ook weer beperkingen op.

Monotone naaldbossen

De problemen in het gebied gaan verder dan de heide. Begin jaren vijftig zijn de randen van het gebied ingeplant met vooral snelgroeiende naaldbossen, bedoeld voor houtproductie, onder andere nodig voor de mijnbouw. De monotone naaldbossen zorgen nú voor problemen. De combinatie van droogte en ontwatering zet de vitaliteit van de bomen zwaar onder druk. Bij bomen met conditieproblemen slaan vervolgens ziekten en parasieten zoals de letterzetter eerder toe.

Manon: “De achteruitgang van de bossen gaat sneller dan gedacht. Als we niets doen, dan valt het bos hier en daar als mikado in elkaar. Dat levert ook problemen op voor het publiek.” De oplossing ligt vooral in een gevarieerder bos, met meer loofbomen. Met volgens Manon als bijkomend voordeel dat de waterbehoefte en de verdamping bij loofbomen lager ligt dan bij de naaldbomen. “Zo doe je ook aan bestrijding van de verdroging. Maar een gevarieerder bos creëren kost tijd. In een paar gedeelten zijn we het bos al aan het verjongen. Daar zijn clusters bomen weggehaald. We willen vitaliteit in het gebied terug.”

De teruglopende vitaliteit van de naaldbomen is ook een gevolg van de milde winters. “Daardoor komen de bomen niet meer in de winterrust; ze moeten het hele jaar werken. En dit zijn vaak soorten die oorspronkelijk uit gebieden komen met strenge winters.”

Geleidelijke overgang van bos naar heide

De verdroging heeft ook te maken met de ligging van het gebied. De Duurswouderheide ligt een meter of zes hoger dan de omgeving. Een keileemlaag op twee à drie meter diepte houdt het water in de bovenliggende laag wel een tijd vast. “Maar uiteindelijk zakt het naar de ondergrond weg”, legt Willem uit. “Tegen de verdroging kunnen we niet zoveel extra’s meer doen. We hebben bijvoorbeeld door het dempen van sloten al het maximale aan waterbeheer gedaan.”

Om de ontwikkeling van de biodiversiteit in het gebied te helpen neemt Staatsbosbeheer meer maatregelen. Een combinatie van open heide, struikgewas, halfopen bos en dichter bos zorgt voor een meer geleidelijke overgang. Dit is gunstig voor veel planten en dieren. In het noordelijke deel van het gebied is een stuk boerenland aan de natuur toegevoegd. Samen met het uitdunnen van bosranden wordt ook hier een geleidelijke overgang naar een gevarieerder heidelandschap gecreëerd.

Grootst overgebleven heideveld van Fryslân - De Duurswouderheide is het grootst overgebleven heideveld van Fryslân. Het gebied meet ongeveer 150 hectare en maakt deel uit van een bijna duizend hectare groot aaneengesloten bos- en natuurgebied. Tot eind jaren veertig van de vorige eeuw zijn de gebieden in de omgeving volop ontgonnen tot landbouwgebieden. De Duurswouderheide bleef gespaard en ging begin jaren vijftig over naar Staatsbosbeheer. Het gebied werd tot begin van de vorige eeuw ook door boeren gebruikt; eigenlijk zijn het voor een deel verlaten akkers. Op luchtfoto’s en hoogtekaarten is dat eerdere gebruik van de grond nog zichtbaar. Archeologisch kent het gebied een aantal bijzondere elementen, zoals oude karrensporen. De Duurswouderheide telt meerdere meertjes. Deels zijn het pingo’s, een erfenis van de laatste ijstijd. De ondiepere meertjes zijn uitwaaiingskommen; het veen was hier dikker dan elders in het gebied.
Veiligheid bezoekers - Bezoekers van de Duurswouderheide merken nu al dat er maatregelen worden genomen door Staatsbosbeheer omdat op een aantal plekken bomen worden weggehaald. Boswachter Manon van Wesel: “Sommige paden zijn omgelegd om meer rustgebieden te creëren voor bijvoorbeeld de raaf en de kraanvogel. Maar het heeft ook te maken met de veiligheid van onze bezoekers. Vanaf de fiets, en ook wandelend, blijft er echter genoeg over om van te genieten. De fietspaden liggen er weer mooi bij.”

Tekst Arend Waninge
Foto’s Staatsbosbeheer en Arend Waninge

Afbeelding