Warner van der Leeuw, voorzitter van ELAN Zuidoost Friesland: “Lânbou en natoer kinne net sûnder elkoar”
NIJ BEETS - Warner van der Leeuw ziet in de toekomst een landschap waarin agrarisch gebruik en natuurbeheer één geheel vormen. Volgens de voorzitter van het in 2010 opgerichte collectief voor agrarisch natuurbeheer ELAN Zuidoost-Friesland staan boeren in de rij. “Wy kinne it lânskip ek goedkeaper ûnderhâlde dan grutte natoerorganisaasjes.”

Aan de Janssenstichting bij Nij Beets komt veel samen. Melkveehouder Warner van der Leeuw (45) zag het de afgelopen jaren op en rond zijn boerderij allemaal gebeuren. Op honderd meter afstand, in De Dulf, werd landbouw volledig ingeruild voor natuur. Op de landbouwgrond die hij zelf gebruikt zorgt gericht beheer voor een fikse groei in het aantal weidevogels.
Extensief
Warner van der Leeuw is een boer die zich volop bewust is van zijn omgeving. Hij doet al circa twintig jaar aan agrarische natuurbeheer. Met 105 koeien op zeventig hectare grond is zijn bedrijf redelijk extensief. “Ik hie in gemiddelde omfang, mar sit der no ûnder.” Die bedrijfsomvang is een bewuste keuze. Warner mag graag ruim weiden, ambieert geen intensieve bedrijfsvoering. “Sa kin ik it allinnich behappe. Sa buorkje past ek goed by dit gebiet.” Uitbreiden, mocht hij het al willen, maakt ook geen kans. Een vergunning voor een nieuwe stal acht hij kansloos, met een Natura2000 gebied zo dichtbij.
![]()
400 deelnemers
Warner is voorzitter van ELAN Agrarische Natuurverenigingen Zuidoost-Friesland, de organisatie die dit jaar haar vijftienjarig bestaan viert. De geboorte van de nieuwe club betekende destijds de bundeling van de krachten van vijf lokale agrarische natuurverenigingen, verspreid door Zuidoost-Friesland. In 2016 kregen de provincies de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer in handen en werd ELAN het agrarisch collectief voor heel Zuidoost-Friesland: Opsterland, de beide Stellingwerven en een stukje van de gemeente Heerenveen.
Der hingje wol in hiel soad donkere wolken boppe de sektor. It meitsjen fan takomstplannen is dreech
Binnen ELAN doen circa 400 deelnemers aan een vorm van agrarisch natuurbeheer. Jaarlijks heeft ELAN 2,8 miljoen euro te besteden; hiervan wordt tachtig procent uitgekeerd aan de deelnemers. Voor de rest van het budget verzorgt ELAN de organisatie zoals intekening, schouw en controle. Hiervoor zijn drie mensen fulltime bezig op kantoor. “It budget is yn sa’n tsien jier seis kear sa heech wurden.” Een groei die voor een belangrijk deel te danken is aan de introductie van het beheer van boomwallen in 2016.
Weidevogels
Daarvóór bestonden de activiteiten vooral uit weidevogelbeheer. Voor deelnemers in het ELAN-gebied werd het echter lastig om daarvoor in aanmerking te komen. Het gevraagde minimale aantal nesten per honderd hectare is volgens Warner vooral geënt op de grutto. “En dy ha wy yn ús gebiet net safolle.” In de gebieden die hierdoor afvielen was het effect direct zichtbaar. “At der minder oandacht is, sjogge je dat fuort werom yn it oantal jonge fûgels.” De hoge instapeisen gelden nog steeds. Warner vindt dat jammer. “Hiele moaie gebieten falle der no bûten. De easken fan de provinsje binne hurd; dêr kinne wy net folle oan dwaan.”
Predatoren
In gebieden die wél door konden met weidevogelbeheer hebben boeren een stapje extra gezet. Zoals in het gebied waar Warner zelf woont en boert. In de 310 hectare tussen de A7, de Swynswei en de zandwinning bij Nij Beets geldt al een aantal jaren een ontheffing voor het vangen van steenmarters.
![]()
Klaproos - Martijn van der Vaart
“Wy seagen op kamerabeelden dat de stienmurd sa’n sântich prosint fan de nêsten leech helle.” Nu er jaarlijks enkele tientallen steenmarters worden gevangen, is dat terug te zien in de cijfers. Het aantal kievitsnesten in het gebied steeg tussen 2020 en 2024 van 35 naar 101. Ook het aantal nesten van grutto, tureluur en scholekster groeit. De boeren zorgen samen ook voor betere leefomstandigheden voor de weidevogels. Er is met plas-dras gebieden een ander waterbeheer en mozaïekbeheer leidt tot aangepast maaien. “It is in ‘samenspel’; jonge piken lûke op in gegeven momint ek út it hege gers wei en sykje de plakken op wêr’t de kij rinne.”
Het is volgens Warner een mooi voorbeeld van hoe het kan. Het vraagt om een samenwerking van landbouw, jacht, nazorg en waterbeheer. In een paar gebieden in de gemeente Weststellingwerf worden op deze manier ook resultaten geboekt. “Mar elk gebiet hat eigen útdagingen.”
Eén divers geheel: natuur én landbouw
Op honderd meter van zijn boerderij ligt De Dulf, onderdeel van Natura2000 gebied Van Oordt’s Mersken. Tien jaar geleden werd het gebied nog volop agrarisch gebruikt. Nu is het beheer in handen van de provincie Fryslân. Het gebied wordt ook een zogenaamd ‘retentiegebied’, om overtollig regenwater op te vangen. Boeren spelen geen rol meer in het gebied. Warner betreurt dat, hij ziet ook de effecten. “De fûgels fan De Dulf lûke nei ús greiden. Dêr binne de omstannichheden better.” Warner zou De Dulf ook graag door boeren laten beheren. Hij durft er wel voor te tekenen dat het aantal jonge weidevogels in drie jaar zou verdubbelen. “Mei aktyf predaasjebehear, mear rûge dong en mear fee.”
In boer kin fan natoerbehear net bestean
Warner is ervan overtuigd dat de wisselwerking tussen partijen nodig is voor effectief agrarisch natuurbeheer. In zijn ogen is het landschap over vijftien jaar niet meer opgedeeld in natuur en landbouw. “Dat is dan ien gehiel, mar wol hiel divers ynfult.” En met een - als het aan Warner ligt - duidelijke rol voor de boeren. “Boeren ûnderhâlde it lânskip goedkeaper dan natoerorganisaasjes. Want wy kinne yn dit lân wol nei minder lânbou ta wolle, mar it lânskip moat wol ûnderhâlden wurde.” Bovendien vindt hij dat we niet mogen vergeten dat we in een vruchtbare delta leven, waar van gras hoogwaardige producten gemaakt worden. “Net yn alle gebieten is akkerbouw mei gewassen foar minsklike konsumpsje mooglik. De molkfeehâlderij is in mear dan goed alternatyf.”
Politiek probleem
Binnen het Frysk Programma Landelijk Gebied (FLPG) waren landbouw, natuur, wetterskip en overheden volop bezig gezamenlijke toekomstplannen te maken. Tot het onlangs gevallen kabinet de stekker uit deze aanpak trok. “Dat is jammer. De urgentie is der wol, mar it is sa dreech om stappen te setten.” Dat alles nu stil staat is volgens Warner vooral een politiek probleem. In de dagelijkse bedrijfsvoering merken de boeren daar nog niet al te veel van; economisch gaat het de melkveehouderij voor de wind. “Mar der hingje wol in hiel soad donkere wolken boppe de sektor. It meitsjen fan takomstplannen is dreech.”
Wachtlijst
Agrarisch natuurbeheer heeft de wind in de zeilen. Vanuit Den Haag is meer geld toegezegd, al wacht dat besluit nog wel op uitwerking. De belangstelling onder boeren is groot. ELAN kent een wachtlijst van boeren die mee willen doen aan enige vorm van natuurbeheer. Daar zijn volgens Warner een aantal redenen voor. De zuivelindustrie stimuleert agrarisch natuurbeheer met toeslagen op de melkprijs. Maar er is meer. Boeren hebben ook een intrinsieke motivatie. “Troch de ekstinsivearring is ek net alle lân mear nedich foar foerproduksje. Dat jout romte foar natoerbehear.”
![]()
Warner plaatst nog wel een dikke kanttekening bij het agrarisch natuurbeheer. De vergoedingen zijn vooral compensaties voor gemaakte kosten of gederfde inkomsten. “Mar in boer kin fan natoerbehear net bestean, je helje der gjin ynkommen út.”
Oppervlaktewater
Bij de uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer speelt ook de kwaliteit van het oppervlaktewater een belangrijke rol. Volgens Warner is de waterkwaliteit de afgelopen tien jaar al sterk verbeterd, maar ligt de lat in Kaderrichtlijn water zo hoog dat het bijna niet te doen is deze te halen. “It is boppedat ek alles of neat. Ast oan njoggen fan de tsien easken foldochst, dan is it nóch fout. Dat stimulearret ek net.” Belangrijke stappen die al worden gezet zijn de vijf meter-zones langs sloten en waterwegen waar niet wordt bemest. Ook hanteren boeren steeds vaker ecologisch slootbeheer. Daarbij blijft een deel van de waterplanten staan zonder dat de waterafvoer in gevaar komt.
Goede communicatie
Het beheer van boomwallen blijft een belangrijk onderdeel van het agrarisch natuurbeheer. Dat betekent dat de wallen eens in de twintig jaar op het oog rigoureuze worden kap. “Dat sjocht der foar it publyk woest út, mar de kap is ekologysk ûnderbouwd. Dat is echt nedich om de diversiteit te hâlden.” Het vraagt volgens Warner wel om goede communicatie met de omgeving.
ELAN besteedt hier in toenemende mate aandacht aan. Het vijftienjarig jubileum werd in juni gevierd met een open dag op een melkveebedrijf in Terwispel. Hier was volop aandacht voor de diverse activiteiten. ELAN deelt ook jaarlijks duizenden zakjes zaadmengsels uit van wilde bloemen. “Minsken fine it hiel nijsgjirrich wêr’t wy mei dwaande binne. Ik fernim dat ek oan de reaksjes fan al dy fytsers dy’t hjir by ús buorkerij delkomme. Dat jout in goed gefoel.”
Nieuwe route ‘Natuurlijk Opsterland‘
De Bijenbrigade Opsterland en ELAN Zuidoost-Friesland hebben een nieuwe dertig kilometer lange route ‘Natuurlijk Opsterland’ ontwikkeld. Fietsers, wandelaars en steppers kunnen op de route ontdekken hoe boeren werken aan een gezond en biodivers landschap. De route voert langs weilanden, akkers, houtwallen en beekdalen waar ELAN-boeren bewust ruimte maken voor bloemen, insecten, vogels en schoon water. De route maakt gebruik van het bestaande fietsknooppuntensysteem. Langs de route staan vijftien informatieborden met de tekst ‘Boeren werken aan biodiversiteit, lees hier hoe’. Door met de telefoon een QR-code te scannen wordt er informatie getoond over het agrarisch natuurbeheer wat ter plekke wordt uitgevoerd. De folder van de route is op veel toeristische plekken verkrijgbaar en is ook te vinden op www.elan-zofriesland.nl.
Tekst Arend Waninge
Foto’s Martijn van der Vaart
![]()












