Algemeen

Face to Face met Jos van der Veldt: “Wars van gebaande paden”

Hij noemt zichzelf ‘redelijk impulsief’ en ziet meestal weinig beren op de weg. Jos van der Veldt (78) maakt regelmatig niet-alledaagse keuzes, waarbij het helpen van mensen vaak centraal staat. De succesvolle ondernemer met een links hart zet zijn kapitaal nu in voor de mienskip. “Anderen vinden mij hartstikke gek, maar dat hoor ik al mijn hele leven. Het zij zo, als mijn eigen gevoel maar goed is.”

Jos van der Veldt
Jos van der Veldt Martijn van der Vaart

De basis van de infrastructuur ligt er al een paar maanden. Inmiddels werd ook de eerste paal geslagen voor het nieuwbouwproject Kolderveen in Terwispel. De heipaal is voor Jos van der Veldt een mijlpaal. Samen met andere vrijwilligers uit het dorp strijdt hij al jaren voor de bouw van starterswoningen voor de jeugd uit eigen dorp. Een project dat al veel hindernissen overwon. De positieve inborst van Jos is de afgelopen jaren vaak getest, maar nu komt realisatie in zicht.

Sociaal hart

Jos van der Veldt en zijn vrouw Riek spelen een belangrijke rol in het bouwproject. Samen besloten ze hun vergaarde kapitaal in te zetten voor de mienskip. Hun geld wordt gebruikt om het project voor te financieren; de uitvoerende Stichting Moai Wenplak Terwispel kan de plannen op die manier uitvoeren zonder commerciële bank. Jos: “Dan was het waarschijnlijk ook niet gelukt. Nu kan het wel.” Riek maakt de voltooiing van het bouwproject niet meer mee; ze overleed vorig jaar. Voor Jos een groot gemis, maar hij gaat door op de ingeslagen weg. “De kinderen zijn het ermee eens; ook zij hebben een sociaal hart.”

Seminarie

Het willen helpen van anderen zat er bij Jos al vroeg in. Hij groeide op in de Bollenstreek waar zijn vader in Heemstede een klassieke kleine groenteteler was. In het katholieke gezin werd Jos geboren als derde kind; hij kreeg uiteindelijk tien broers en zussen. “Als kind werd ik gegrepen door de geweldige verhalen van de paters die vanuit de missie eens in de vijf jaar terugkwamen naar Nederland. Mensen helpen in de arme delen van de wereld, dat wilde ik ook. Natuurlijk was het ook een stukje avontuur dat trok.”

En zo vertrok Jos op zijn twaalfde naar het seminarie in Weert. Tot zijn achttiende leefde hij tussen de paters en honderden jongens. Pas later realiseerde hij zich de bijzondere positie die hij had. “Mijn ouders werkten zich rot voor een paar centen. Veel kinderen uit arbeidersgezinnen gingen niet naar het middelbaar onderwijs. Het seminarie was voor ons soort kinderen een goedkope opleiding. Maar ik was wél de enige in ons gezin die deze opleiding kreeg. Dan krijg je wel een bijzonder referentiekader.”


Martijn van der Vaart

Kritische noot

Hij maakt de opleiding af, maar zoekt zijn toekomst daarna niet in de kerk. “Mijn geloofsbeleving nam in die jaren eerder af dan toe.” Geen roeping als pater, dus. Ook de tuinderij thuis is voor hem geen optie, maar wat dan wel? Jos sport graag en een gymleraar raadt hem aan fysiotherapie te studeren. Jos volgt dat advies op. In die jaren ontmoet hij Riek. “Zij heeft mij op veel vlakken geïntroduceerd in de echte wereld; op het seminarie leef je natuurlijk wel in een heel apart milieu.”

Jos en Riek vormen de rest van hun gezamenlijke leven een twee-eenheid. Híj is de redelijk impulsieve man met veel ideeën die weinig beren op de weg ziet; zíj is de sterke vrouw op de achtergrond die de grote lijnen in de gaten houdt en het overzicht bewaart. Jos formuleert het na het overlijden van Riek op haar afscheid als volgt: “Jij, die mij volgde en de kritische noot was bij mijn vaak plotseling opkomende ideeën.”

Ontwikkelingswerk

Samen krijgen ze begin jaren zeventig het idee om ontwikkelingswerk te gaan doen; een zuster van Riek zit dan al in Oeganda. “Wij wilden echt anderen helpen, maar het was ook een manier om na mijn studie onder militaire dienst uit te komen.” Het wordt een bijzondere ervaring. “We waren onderweg naar Oeganda toen Idi Amin een staatsgreep pleegde. Noodgedwongen vlogen we door naar Kenia en kwamen via via toch in Oeganda aan. Na anderhalf jaar was de burgeroorlog zo heftig dat vrouwen en kinderen werden geëvacueerd. Onze dochter Inge was net geboren. Na anderhalf jaar gingen Riek en Inge terug naar Nederland; een half jaar later moest ikzelf ook.” Afrika heeft hen dan al wel goed te pakken. Ze ondersteunen in de jaren die volgen meerdere projecten en gaan nog tweemaal terug naar Oeganda. “Toen we veertig jaar getrouwd waren, namen we alle kinderen en kleinkinderen mee. We waren met zijn achttienen; een geweldige ervaring voor ons als gezin.”

Thuis in Friesland 

Na hun korte avontuur als ontwikkelingswerkers weer terug in Nederland, komt Friesland in het vizier. Daar is op dat moment een grote behoefte aan fysiotherapeuten. “Ik had al vroeg besloten om geen zelfstandige fysiopraktijk te beginnen. Ik wilde onderdeel zijn van de gezondheidszorg binnen een groter geheel.” Jos gaat aan de slag bij School Lyndensteyn in Beetsterzwaag, later op de Gerritsmaschool bij Maartenswouden, beide in Drachten.

Jos en Riek zijn snel thuis in Friesland, al worden wel eens wenkbrauwen opgetrokken vanwege hun soms niet-alledaagse ideeën. Zo willen ze allebei parttime werken; begin jaren zeventig zijn niet alle werkgevers daar al klaar voor. Ze kopen samen met een ander jong gezin een vervallen boerderij in Terwispel. “We wilden samen de kinderen opvoeden, het had iets van een commune. Het was wel improviseren; er moest veel worden verbouwd.” Die renovatie duurt uiteindelijk tien jaar, het andere gezin houdt dat zolang niet vol. “Wij bleven alleen achter, met een ervaring rijker en een illusie armer. Maar we hebben het plan wél afgemaakt.”


Riek van der Veldt 

Jongeren bevrijden

In het dorp is Jos als vrijwilliger actief. Bij toneelvereniging Sizze en Dwaen komt hij met moderne ideeën waar niet alleen de spelers, maar ook het publiek sterk aan moeten wennen. Als het vrouwenvoetbal nog in de kinderschoenen staat, is Jos bij Wispolia initiatiefnemer en leider van een meisjesteam. Hij traint gedurende veertig jaar diverse jeugdteams, geeft schaakles op scholen en geeft tientallen jaren op basisscholen in de buurt als goedheiligman een eigen invulling aan het sinterklaasfeest.

Ook in zijn werk komt hij met revolutionaire ideeën. “Ik zag veel kinderen die meer konden dan hun motorische beperking mogelijk maakte. Ze zaten opgesloten in hun lijf en hadden moeite om te communiceren.” Jos begint technische hulpmiddelen te ontwikkelen, waardoor deze kinderen bijvoorbeeld via hoofdsteunen hun rolstoel kunnen sturen, terwijl ze met de voeten de snelheid bepalen. “Dat was een op dat moment unieke aanpak. Stap voor stap ontdekten we zo de mogelijkheden van deze kinderen, ondanks hun beperkte lijf.”

Jos schrijft een artikel over de eerste rolstoel die hij op die manier maakt. Belangrijke boodschap: het gaat niet om de techniek van de rolstoel, maar om het vertrouwen van het kind dat de rolstoel gebruikt. “Met gerichte trainingen leren deze kinderen steeds meer.” Hij stapt samen met collega Gerwi Mengering en hun filosofie naar de plaatselijke Rabobank. Ze krijgen de financiering rond voor een eigen bedrijf: Adremo. “Tegenwoordig lukt dat zo makkelijk niet meer, maar destijds namen lokale banken nog wel eens een risico.”

Het succes van Adremo

Toch loopt het weer anders; na twee jaar overlijdt Gerwi plotseling. Jos en Riek besluiten samen door te gaan ook al moeten ze zich enorm in de schulden steken. Riek geeft haar baan als verpleegkundige op, volgt een boekhoudcursus en neemt de administratie voor haar rekening. “Door goede ervaringen kregen we ingangen bij een aantal revalidatiecentra.”

Adremo, in Gorredijk gevestigd, net over de grens met Terwispel, heeft nu tien werknemers. Tien jaar geleden nam zoon Martijn het bedrijf over. Hij woont met zijn gezin in de boerderij in Terwispel, Jos woont nog altijd in de bedrijfswoning. Adremo is een succes, al is het nooit Jos zijn doel geweest om die succesvolle ondernemer te worden. “Het eigen bedrijf was een noodzaak om onze ideeën te kunnen realiseren. Kinderen helpen, daar gaat het mij vooral om. Met onze technische hulpmiddelen en de bijbehorende trainingen krijgen zij een deel van hun vrijheid terug. De ervaringen van de ouders zijn ook belangrijk; zij krijgen veel inzicht in hun eigen kind en zien dat de kinderen zich kunnen ontwikkelen.”

Voor de mienskip

Jos is een sociaal ondernemer. “Geld zegt mij weinig, wij hebben nooit het onderste uit de kan gewild.” Door te sparen, de verkoop van de boerderij en de overname van het bedrijf komt er toch veel geld vrij. Riek en Jos besluiten dat ze dat voor de maatschappij in willen zetten. Het stoort hen bijvoorbeeld al jaren dat het vinden van een geschikte woning voor jongeren zo moeilijk is. De oproep van de gemeente Opsterland aan de dorpen om zelf met plannen te komen, is voor Jos voldoende om in actie te komen. Riek is het met hem eens. Ze financieren niet alleen, ze willen zelf een aantal sociale huurwoningen voor ouderen realiseren, het slotstuk van het project.

Jos van der Veldt heeft het leven weer opgepakt na het overlijden van Riek, met steun van zijn directe omgeving. In september vorig jaar was er voor hen allen een bijzonder en warme afscheid van Riek. In de eigen tuin, alles zelf geregeld met de kinderen. Jos timmerde zelf de kist waarin ze op de natuurbegraafplaats is begraven. “Je geeft je geliefde toch niet uit handen aan vreemden.”

Beeld: Martijn van der Vaart
Tekst: Arend Waninge

Jos van der Veldt
Riek van der Veldt