Rolf Dijkstra van Bosgroep Noord-Oost Nederland: “Kappen is nodig voor toekomstbestendig bos”
BEETSTERZWAAG - De nieuwsgierige wandelaar of fietser kijkt ongetwijfeld weleens verbaasd rond in het bos en schudt wijselijk zijn of haar hoofd. Waarom worden al die bomen gekapt? We moeten toch juist meer bomen planten? Rolf Dijkstra van Bosgroep Noord-Oost Nederland geeft tekst en uitleg. “Dizze beam mei âld wurde.”

Bij de parkeerplaats aan de Poostweg bij Beetsterzwaag attendeert een bordje wandelaars op werkzaamheden in het bos: ‘Hier werken we aan toekomstbestendig bos’. In het kort wordt uitgelegd dat nieuwe bomen worden geplant ter vervanging van gekapte bomen. Dat klinkt duidelijk, maar de toevallige passant houdt de nodige vragen. Vanwege het milieu zijn toch meer bomen nodig
Gevarieerd en duurzaam
Nederland heeft eigenlijk nooit veel bos gehad. Naar schatting was halverwege de 19e eeuw slechts 1% van ons land bos. Daarna volgde de aanleg van dennenbossen. Er was veel hout nodig voor het stutten van de mijnschachten in Limburg. Nu is ongeveer 11% van Nederland bedekt met bos, nog steeds erg weinig in vergelijking met andere Europese landen.
![]()
Rolf Dijkstra is de beheerder van het bos langs de noordzijde van de Poostweg. Zijn werkgever is de Bosgroep Noord-Oost Nederland, een coöperatie van en voor boseigenaren en eigenaren van natuurterreinen. De Bosgroep adviseert en ontzorgt haar leden bij het duurzaam beheer en het ontwikkelen van bos en natuur. Het bos aan de Poostweg is eigendom van verzekeraar a.s.r.; zij stellen de bossen open voor bezoekers om te kunnen genieten van gevarieerd en toekomstbestendig bos.
Last van droogte
Vlakbij de parkeerplaats loopt een smal kronkelend paadje naar een kaal stuk bos waar tientallen fijnsparren langzaam sterven of de geest al hebben gegeven. Middenin ligt een spontaan omgevallen fijnspar van tientallen meters lengte. “Dizze beammen ha lêst fan ‘e droechte fan de lêste jierren. Se kinne it wetter út de grûn net mear omheech pompe.” Daarnaast tasten ook kevers, zoals de beruchte letterzetter, de naaldbomen aan. Ze knagen gemakkelijk door de droge schors van een zieke boom en verzwakken met name fijnsparren.
Op in deade beam komme allegear insekten ôf en dêrnei fûgels en marters. Sa krijst mear fariaasje yn it bosk.
Het stuk bos lijkt een beetje op een bomenkerkhof, terwijl vlakbij eiken, elzen en andere bomen volop groeien en bloeien. Toch levert al dat dood hout ook weer voordelen op. Dood hout leeft, geeft Rolf aan, terwijl hij verdorde schors van de omgevallen boom aftrekt. Daaronder krioelt het van de kevers en pissebedden, ze zoeken haastig een beter onderkomen. “Op in deade beam komme allegear insekten ôf en dêrnei fûgels en marters. Sa krijst mear fariaasje yn it bosk.”
‘Smurfboompjes’
Om de dode en stervende fijnsparren heen, plantte de Bosgroep tientallen kleine zilversparren. Ze zijn deels blauw gespoten met een biologisch afbreekbare verf. Rolf noemt het zijn ‘smurfboompjes’. De blauwe verf moet reeën ervan weerhouden de pas geplante boompjes op te eten. “Reeën binne knabbelaars dy’t oeral efkes oan priuwe wolle. Se ite it leafst jonge planten en strúken.”
![]()
Een smurfenboompje
Naast de blauwe sparretjes groeien jonge haagbeuken beschermd op in een zogenaamde gaaskoker. Er is gekozen voor haagbeuken omdat deze goed bestand zijn tegen zowel veel water als droogte. Na circa vijf jaar zijn de haagbeuken groot en oud genoeg om de gaaskokers te verwijderen. Met deze maatregelen wordt het stervende bos nieuw leven ingeblazen. Het bos wordt, in vaktermen, ‘gerevitaliseerd’. Nieuwe planten en bomen maken het bos sterker en veerkrachtiger. “Wy ha de lêste jierren ûngefear 150.000 beammen yn it suden fan Fryslân plante, bynammen yn Opsterlân.”
Meer ruimte
Vlakbij staat een volwassen eik die volgens Rolf een speciale betekenis kan hebben voor het bos. De boom heeft dan echter wel meer ruimte nodig dan nu het geval is. Daarom worden enkele sparren opgeofferd. “Tsjin dizze ikebeam kinst sizze: do meist âld wurde.” Wanneer wandelaars vragen waarom er zoveel bomen worden gekapt, stelt Rolf vaak een wedervraag: “Wat voor bomen vindt u het mooist: dunne of dikke?” Vrijwel altijd wordt de voorkeur gegeven aan grote, dikke bomen. Bomen zoals kinderen die tekenen met een brede, hoge stam en enkele dikke takken onder een dicht bladerdek. Dat is de boom van onze verbeelding. Rolf legt de wandelaars dan vervolgens uit dat zo’n droomboom veel licht, ruimte en water nodig heeft. Ook veel energie om het water naar de kruin van de boom te krijgen. Met veel andere bomen dichtbij, wordt een boom nooit een grote, sterke boom. Dus is het wel eens nodig bomen te kappen om lucht te creëren voor kansrijke bomen.
At der no in sykte útbrekt, bist mar in pear beammen kwyt
Dieper in het bos staan om een ander bosperceel gloednieuwe hekken. Die hekken lijken bedoeld om wolven buiten te houden, maar ze zijn bedoeld om reeën te keren. Twee jaar geleden zijn hier vrijwel alle bomen gekapt en zijn allerlei nieuwe bomen en struiken geplant, zoals kastanjebomen en hazelaars. Het perceel heeft inmiddels een heel ander aanzien, met een grote verscheidenheid aan bomen. “Jierrenlang stie hjir mar ien soart. Krigest dan sykte, dan gean alle beammen dea. At der no in sykte útbrekt, bist mar in pear beammen kwyt. Sa wurdt it bosk fearkrêftiger en takomstbestindiger.”
Sterven vanuit top
Een zieke boom herkent Rolf aan het feit dat de kruin weinig of geen bladeren meer heeft. Het bovenste deel van de boom sterft als eerste af, omdat de boom geen kracht meer heeft om het water naar de hoogste takken te vervoeren. Een ander voorbeeld is een eikenboom die midden in de zomer plots al zijn eikels laat vallen. Een noodgeval noemt Rolf een dergelijke boom. De eikels zijn een laatste levensteken om nog voor nageslacht te zorgen.
![]()
Veiligheid
Rolf Dijkstra en zijn collega’s houden de bossen gezond voor de verre toekomst. Maar ze houden ook zicht op het veilig houden van de bossen. Een gezin met kinderen en hun hond moet zorgeloos door de bossen kunnen dwalen en spelen. Dode bomen en takken langs paden worden daarom afgezaagd of gekapt. “In deade beam saagje wy faak op fiif meter hichte ôf.”
Oranje en blauwe stippen
Verderop richting Sparjebird liggen langs de Poostweg stapels weloverwogen gekapte boomstammen geduldig te wachten totdat ze worden opgehaald. De stapels boomstammen zijn keurig gesorteerd op soort en op lengte. De verschillende afnemers stellen voorwaarden aan de lengte van de stammen. Sommige stammen zijn 3,30 meter en anderen 2,30 meter. Ze worden verwerkt tot pallets, spaanplaat of gaan naar de papierindustrie.
Dan rest er tenslotte nog een laatste vraag: wat betekenen de oranje en blauwe stippen op de bomen in het bos? Rolf legt uit dat bij de werkzaamheden de bomen met verschillende kleuren worden gemerkt, zodat de uitvoerders precies weten wat ze met welke boom moeten doen. Een oranje stip betekent omzagen of kappen. Heeft een boom een blauwe stip, dan moet de boom blijven staan. “Mei sa’n beam mei neat gebeure. Dat is in beam foar de takomst.”
Tekst en foto’s Remco Hofman












