Algemeen

Theo Wester van de Fûgelwacht kijkt uit naar het voorjaar: Genieten in een stiller wordend veld

Door: Redactie

Het nakende voorjaar zorgt voor kriebels bij de liefhebbers van weidevogels, zo ook bij Theo Wester, voorzitter van de Fûgelwacht Ureterp e.o. Tegelijkertijd heeft hij zorgen. Het aantal nazorgers is niet toereikend, bestuursleden zijn moeilijk te vinden. Soms is het lastig gemotiveerd te blijven. “Maar eenmaal in het veld, is het weer volop genieten.”

Afbeelding
Martijn van der Vaart

Sneeuw duikt nog steeds zo nu en dan op. En toch... het voorjaar hangt al in de lucht. Voorjaarsplanten breken voorzichtig door de nog licht bevroren bovengrond. Ook de kieviten zijn al teruggekeerd, wachtend op het moment om hun eitjes te leggen. Vorig jaar werd het eerste Friese kievitsei op 8 maart gevonden, in Luxwoude. De liefhebbers van de weidevogels houden in hun agenda al rekening met de momenten dat ze het veld in willen trekken. Dat geldt ook voor Theo Wester. 

Weidevogels onder druk

Theo Wester woont in Drachten, maar is al jaren voorzitter van de Fûgelwacht Ureterp e.o. Voor zijn werk in de weg- en waterbouw is hij wekelijks een aantal dagen op het eiland Marken te vinden. “Prachtig werk, en ook een prachtplek met veel vogels. Ik geniet er iedere dag van”, zegt hij. “Maar ik hoef niet zo nodig het eerste ei te vinden. Aan de andere kant zou dat ook wel een keer leuk zijn.” 

In het immense gebied van de Fûgelwacht Ureterp e.o. staat het aantal weidevogels onder druk. “Maar we zijn trots op wat we hebben”, zegt Theo. Het gebied is onlangs uitgebreid naar het zuiden, volgens Theo een mooie aanwinst voor de nazorgers uit Ureterp. “In dit gebied is de wulp ook gezien, dat is dan toch weer wat extra’s. Dat maakt ons direct weer enthousiast.” Van de circa 140 leden die de Fûgelwacht Ureterp telt, zijn volgens Theo nog maximaal tien vrijwilligers actief als nazorgers. “Dat is een klein aantal voor ons grote gebied. Dat betekent ook dat niet overal aan nazorg wordt gedaan. Dat is jammer.” Nazorgers werken met boeren samen om de nesten van weidevogels te beschermen bij agrarische werkzaamheden.

Behoefte aan extra mankracht

Als kind was Theo al veel met zijn vader in het veld te vinden. “Het was de tijd dat we ook nog eieren mochten rapen.” Op latere leeftijd volgden andere activiteiten buiten het veld. “Maar ik miste het gevoel van buiten in de natuur zijn op een gegeven moment wel. Ik reed regelmatig vanuit Drachten over de N381 en zag in het veld veel vogels. Het begon weer te knagen.” Theo wilde wel een nazorgpas en zo kwam hij een jaar of vijftien geleden in contact met de Fûgelwacht in Ureterp. Hij was meer dan welkom. Ook toen was er al behoefte aan extra mankracht. Meer afdelingen van de Bond Friese Vogelwachten (BFVW) kampen met een tekort aan vrijwilligers, weet hij. Zeker het vinden van bestuursleden is lastig.

Steenmarters, ooievaars en wilde katten

De teruggelopen belangstelling heeft misschien ook te maken met het sterk gedaalde aantal weidevogels, denkt Theo. Hoewel hij het idee heeft dat de trend de laatste jaren wat keert, zijn er duidelijk minder weidevogels dan vijftien jaar geleden. “We hebben veel last van predatie (een roofdier dat op een prooi jaagt - red.). Dat geldt in een groot deel van het landelijk gebied, maar zeker in deze regio met de vele bossen en natuurgebieden.” De steenmarter is volop actief, maar is niet de enige boosdoener. Dassen, vossen en ook ooievaars scharrelen ook hun kostje bij elkaar in het gebied. Theo: “Ooievaars pakken alles wat beweegt, ook jonge vogels. En deze regio telt tientallen ooievaars, de populatie groeit nog steeds.”

Theo wijst op nóg een diersoort die nog wel eens over het hoofd wordt gezien: wilde katten. “Die tref je steeds meer aan. Ontsnapte katten weten zich in de natuur heel goed te redden. Een grote wilde kat is een vos de baas. Niet voor niets is er vanuit de vogelwachten jaarlijks een actie, gericht op het binnenhouden van katten. Maar je weet in het veld nooit of het een echt verwilderde kat is of een kat die vanuit de eigen thuisbasis het veld in trekt.” Minder predatie is volgens Theo nodig om het aantal weidevogels te laten groeien. Een proef in de omgeving Nij Beets laat zien dat het vangen van steenmarters effect heeft. “De cijfers spreken voor zich”, zegt hij.

(Afgelopen zomer berichtten wij al in dit blad dat in deze omgeving dankzij deze proef jaarlijks enkele tientallen steenmarters worden gevangen. Het aantal kievitsnesten in het gebied steeg tussen 2020 en 2024 van 35 naar 101. Ook het aantal nesten van grutto, tureluur en scholekster groeide.)


 - Martijn van der Vaart

Aanpak voor het hele gebied

Het in de loop der jaren dalende aantal weidevogels doet iets met de motivatie van de nazorgers, weet Theo ook uit eigen ervaring. “Ik heb er nog steeds lol in, maar dat staat soms wel onder druk. Het helpt niet als je lang in het veld bent zonder een vogel te zien.”

De Fûgelwacht Ureterp e.o. heeft de aanpak in het eigen gebied daarom aangepast. Theo Wester: “Aanvankelijk had iedere nazorger een eigen gebied. Maar sommige van hen hadden helemaal geen weidevogels meer in hun gebied. Dan is de lol er natuurlijk wel een keer af. Nu zijn de nazorgers actief in het hele gebied. We hebben onderling contact. Wanneer je weet dat een gebied al goede nazorg heeft, dan ga je daar niet naar toe.” De nieuwe aanpak zorgt voor een hoger rendement, daar is Theo van overtuigd. “We screenen het gebied met de auto; zo krijgen we meer plekken goed in beeld. De samenwerking met de boeren in het gebied is goed. Zij willen wel rekening houden met de weidevogels, maar kunnen het niet alleen. We moeten het samen doen.”

De nazorgers vinden in Ureterp en omgeving vooral veel kieviten, maar ook een tureluur wordt soms gezien. “En nabij de industrie en de A7 vind ik ieder jaar een paar nesten van scholekster. Die trekken zich van het verkeer weinig aan.”

Succesvol scholenproject

De algemene vergrijzing slaat ook binnen de fûgelwachten toe. “We hebben behoefte aan vers bloed, maar dat is in de praktijk lastig.” Vanuit Ureterp zijn ze een aantal jaren geleden gestopt met het werven van nieuwe jeugdleden. Het kost veel tijd en energie, het rendement is vaak niet hoog. “Je moet dan echt een vrijwilliger hebben die het leuk vindt om hiermee aan de slag te gaan.”

Rond de opening van het zonneveld op de Lippe Gabrielsplas bij Ureterp was er een opleving. Samen met de scholen in het dorp organiseerde de Fûgelwacht een groot project waarbij veel nestkastjes zijn opgehangen. “Dat was een succes, iedereen was enthousiast. Maar zo’n project stopt ook weer. De nestkastjes moeten eigenlijk ieder jaar worden schoongemaakt, dat is alleen leuk werk als je het met een groep vrijwilligers doet.” Resultaten waren er wel. In de nestkastjes broedde onder andere een bosuil. “En we hadden een kuifmees, ook heel bijzonder.”

Europese druk

Ondanks het gebrek aan voldoende vrijwilligers, ziet Theo Wester zeker een toekomst voor de fûgelwachten. Hij wijst daarbij nadrukkelijk naar Brussel. “Europa houdt ons bij de les. Hoge boetes hangen dreigend in de lucht wanneer we niet voldoende aandacht hebben voor de bescherming van weidevogels. Daarom is het ook zo belangrijk dat de infrastructuur van de vogelwachten overeind blijft.”

Hoe zien de komende weken er voor Theo uit? “Het is wachten tot het voorjaar echt begint. Lekker vroeg op de dag het veld in. Je hoort de vogels; die beleving is speciaal. Zeker in de weekenden trek ik het veld weer in. Het is een gevoel dat lastig te beschrijven is, maar het is wel een heerlijk gevoel.”

Fûgelwacht Ureterp e.o.
 
De Fûgelwacht Ureterp e.o. telt circa 140 leden. Het grote werkgebied in de zuidoostelijke oksel van de A7 en de N381 wordt begrensd door beide autowegen en de provinciegrens met Groningen. Een klein gebied ten zuiden van Drachten en ten westen van de N381 hoort ook bij het werkgebied. Recent is het werkgebied in het zuiden uitgebreid tot aan de Leidijk tussen de N381 en Waskemeer. Het bestuur van de Fûgelwacht Ureterp e.o bestaat uit Theo Wester, Frans de Vries en Sjoukje Werksman. Meer informatie: ureterp.friesevogelwachten.nl.



Het werkgebied van de Fûgelwacht Ureterp e.o.  - BFVW

Pilot ondersteuning BVFW

De Fûgelwacht Ureterp e.o. is niet de enige Vogelwacht in de provincie die moeite heeft de eigen organisatie overeind te houden. Dat is voor het de Bond van Friese Vogelwachten (BVFW) aanleiding om te kijken hoe ze vanuit het bondskantoor deze vogelwachten kan ondersteunen. De BVFW is nu met Ureterp in gesprek voor de opzet van een pilot. Het is nog niet duidelijk hoe dat er precies uit komt te zien, vertelt voorzitter Keimpe Strikwerda uit Gorredijk. “Wy wolle de wachten fansels oerein hâlde, mar dat moat wol kinne. Foar’t wy it bestjoerswurk fan de fûgelwachten dy’t it dreech ha nei ús bureau helje, moatte wy wol wis wêze wat wy dogge.” Volgens Strikwerda zit men nu midden in dit proces, waarbij ook de achterban van de provinciale bond wordt betrokken. “It finen fan bestjoersleden liket, seker yn it súdeasten fan de provinsje, in probleem. Grutte útdaging is om it entûsjasme werom te krijen. De neisoarch moat wol boarge wurde.”

Tekst: Arend Waninge
Foto’s: Martijn van der Vaart

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Het werkgebied van de Fûgelwacht Ureterp e.o.