Iepenloft
Buienradar. Een nachtmerrie voor iedereen die iets buiten organiseert. Want bij een beetje waarschuwing voor slecht weer blijft een deel van het publiek direct thuis of bestookt organisaties met telefoontjes en appjes.

Meestal valt het reuze mee. Gelukkig hebben wij de Friese traditie van iepenloftspullen. Het traditionele iepenloftpubliek laat zich niet door een buitje tegenhouden. Evenmin door een kans op een koude avond. Dat hoort er gewoon bij.
Zoals zondag in Jubbega bij de laatste voorstelling van ‘Jou my wjukken’. Aan het begin van de middag kwam het bericht dat rond vieren duidelijk zou worden wat er in verband met de slechte voorspellingen ging gebeuren. Maar al snel kwam een tweede bericht: ‘We beginnen eerder, voor het slechte weer op.’ De moderne tamtam met Facebook en app- jes deed de rest. Programma’s werden omgegooid. Links en rechts stond het warme eten al voor vijven op tafel.
En dus zaten we niet om half negen, maar om zes uur al klaar. Gewapend met regenjassen, petten, poncho’s en een enkele paraplu. Ervaren iepenloftpubliek weet dat je daar op een tribune trouwens weinig anders mee kan dan ander publiek lastigvallen. Tenzij je op de achterste rij zit.
We - wij waren inmiddels ook onderdeel van de voorstelling - begonnen droog. Na de eerste spetters veranderde de tribune langzaam in een zee van vrolijk gekleurd plastic. Aan de spelers was niets te merken. Richting het einde van de voorstelling deden de weergoden driftig mee aan de opbouw richting apotheose.
De technici hielden angstig hun apparatuur in de gaten en vergaten steeds vaker de schuifjes op tijd open te zetten. De spelers gingen onverstoorbaar door. Na het slotapplaus haperde de microfoon van de voorzitter. Dat vond niemand erg. Zeiknat maar voldaan wilde men wel naar huis. Naar droge kleren.
Dat iepenloftgevoel, wat is het toch heerlijk!
Arend Waninge












