Algemeen

‘Ik wist amper wat in boarmasjine wie’

Duizenden mensen vierden afgelopen weekend het Dodo Festival in Bakkeveen, dat is uitgegroeid tot een evenement met regionale uitstraling. Maar Dodo is zeker nog een feest voor en door Bakkeveen. Dankzij de inzet van ruim tweehonderd vrijwilligers loopt de organisatie als een geoliede machine.

Bas Hoekstra, Anita en Warner Koiter vormen het bestuur van het Dodo Festival.
Bas Hoekstra, Anita en Warner Koiter vormen het bestuur van het Dodo Festival. Foto: Sietse de Boer

! Remco Hofman

Bakkeveen Het is maandagochtend rond de klok van tien, drie dagen voor de aftrap van Dodo. Een man of twintig hebben zich verzameld bij de ronde bar, voor een bak koffie en om even bij te komen. Hoewel de ergste hitte is afgenomen, is het al flink warm. Zeker als je een podium en festivalterrein moet opbouwen en inrichten. Bij bestuurslid Warner Koiter parelt het zweet van zijn kale hoofd. De mannen liggen op schema. De bouw is zaterdag gestart, direct nadat de handelaren van de vlooienmarkt van het parkeerterrein bij zwembad Dúndelle waren verdwenen. Op zondag is een flinke haal gedaan en dus kijken Koiter en medebestuurslid Bas Hoekstra tevreden rond. Bovendien is er versterking op komst. “Wij zijn vroeg begonnen, maar de jeugd komt moeilijker uit bed, die beginnen later”, vertelt Hoekstra.

Volop vrijwilligers 

Daar wordt niet moeilijk over gedaan, want als de jonge helpers er zijn, staan ze hun mannetje. “De frijwilligers beskôgje Dodo as harren eigen feestje en wolle dat it in sukses wurdt”, vertelt Koiter, die samen met zijn vrouw Anita en Hoekstra het driekoppige bestuur van Dodo vormt. En weet het bestuurslid: zonder de inzet van vrijwilligers heeft het Bakkeveenster festival geen bestaansrecht. “As je minsken betelje moatte, kinne wy wol ophâlde,” vervolgt Koiter. 

Aan vrijwilligers geen gebrek in Bakkeveen. Als iedereen wordt meegerekend, steken wel zo’n 250 mensen de handen uit de mouwen. De samenstelling van de groep vrijwilligers wisselt wel, maar er is altijd nieuwe en vooral jonge aanwas. “We moesten er dit jaar wel meer aan trekken. Door corona is het uitgaansgedrag van jeugd veranderd, maar we merken dat ze graag helpen en erbij willen horen”, aldus Hoekstra.

‘Eerst de bar’

Dat vrijwilligers zich zo betrokken voelen bij Dodo, heeft volgens de bestuursleden te maken met de goede sfeer. Koiter wijst naar de ronde bar waar de helpers zich deze ochtend verzamelen voor koffie. “Dy ha wy as earste boud. Dêr kinne wy meiïnoar sitte om te iten, drinken en by te praten. Dat soarget foar bining, it is in hechte groep.”

Dat wordt beaamd door Jelte Bruinsma. De kortgeleden dertig jaar geworden Bakkeveenster draait alweer acht edities mee. Zijn vakantie plant hij steevast rondom Dodo. Op zijn werk vragen ze niet eens meer wanneer hij zijn vakantie wil opnemen, maar: ‘Wannear is Dodo?’. “Se witte wol dat ik dan trije wiken frij ha wol. Ik sjoch it net as in opoffering, want ik krij der in protte foar werom.”

Bruinsma werd acht jaar geleden gevraagd voor een verfklusje, werd met open armen ontvangen en voelde zich gelijk zo op zijn plek, dat hij het hele festival bleef helpen. Intussen behoort hij tot ‘de inventaris’. Hij geniet van de saamhorigheid en prijst de wijze waarop het bestuur de vrijwilligers waardeert. “Wy krije middeis en jûns in lekker miel. En twa wiken nei Dodo is der in feest foar alle frijwilligers. Der wurdt goed foar ús soarge.”

Boormachine

Jelte Bruinsma geniet niet alleen van het vrijwilligerswerk, hij heeft in de loop der jaren ook heel wat opgestoken. “Doe’t ik kaam, wist ik neat fan in boarmasjine of spanbân. Ik ha in soad leard en bin no folle handiger. De jonge jongens dy’t no foar it earst helpe, binne krekt as ik froeger wie. Wat ik leard ha, jou ik wer troch oan de nije generaasje. Dat is best moai.”

De Bakkeveenster geniet van Dodo en is trots op de ontwikkeling die het festival heeft doorgemaakt; van dorpsfeest tot regionaal evenement. “As ik sjoch dat tûzenen minsken út harren dak geane en geniet- sje fan Dodo, dan krij ik pikefel. Dat is sa’n machtich gefoel. En it wurdt ek noch grutter, dit jier ha wy foar it earst trije dagen feest. Dat hie ik acht jier ferlyn nea tocht.”

Handrem

Bruinsma geniet zelf ook van het feest, maar met de handrem erop. Als de nood aan de man komt, kan hij altijd bijspringen. Niet omdat het bestuur dat vraagt, maar omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor een goed verloop van het festival. “Mar ik bin net de iennige dy’t it sa belibbet. De frijwilligers beskôgje Dodo as harren eigen feestje. Dat moat goed ferrinne. Dêr dogge wy alles foar.” De bestuursleden scharen zich achter de woorden van Bruinsma. “De vrijwilligers die ons helpen zijn allemaal trots op Dodo en op het feit dat een dorp als Bakkeveen met eigen mensen zo’n mooi evenement weet te realiseren. Wij zijn blij met hun inzet en betrokkenheid; zonder hen was het onmogelijk geweest van Dodo zo’n succes te maken”, besluit Hoekstra.