Jager in een woud van regels
JUBBEGA Als kind kreeg Henk de Haan nooit genoeg van hutten bouwen, vissen en eieren zoeken in de velden rond Jubbega. Later kwam hij in aanraking met het jagen, vooral met de bunzingjagers. Inmiddels is hij een zelfstandig jager die zich dagelijks een weg baant door een woud aan regels.

Volop weidevogels, hazen, patrijzen en korhoenen waren er vroeger rond Jubbega, herinnert De Haan zich. Maar daar is weinig meer van over. Met dank aan een groeiende populatie predatoren in combinatie met de veranderende natuur en landbouw. Vossen, dassen, marters, kraaien en sinds kort de wolf, ze vreten volgens De Haan alles op. En jagen op deze dieren mag niet of nauwelijks. Een jager wordt alleen nog ingezet om de populatie van haas, konijn, houtduif, wilde eend en fazant te reguleren. Onder sterke restricties; lichtbakken en vallen zijn allang verboden. Henk lachend: “Dat was vroeger wel anders. Als de hoge heren hier een keer wilden jagen, mopperden ze dat er zo weinig wild was. Daar zorgden de stropers uit Jubbega wel voor.”
Vele betrokken partijen
Een jager kan alleen aan de slag in een eigen gebied van minimaal veertig hectare, mits de eigenaren daar vergunning voor geven. Dit noemen ze nog de ‘vrije jacht’. In de natuurgebieden van Staatsbosbeheer en It Fryske Gea is jagen er niet meer bij. Daar gelden strenge regels voor de schadebestrijding en het beheer van de wildstand. De Haan begrijpt enerzijds dat de strenge regelgeving noodzakelijk is, anderzijds kan het ook remmend werken. “Ik ben inmiddels meer tijd kwijt aan administratie, inventarisatie en observatie dan aan het jagen zelf.”
Jager worden is tegenwoordig complex. Een jachtdiploma is een eerste vereiste. Daarmee kun je bij de politie een akte aanvragen, ieder jaar opnieuw. Randvoorwaarden zijn het hebben van voldoende jachtterrein, verzekerd zijn, geen strafblad hebben en een wapen bezitten dat aan alle eisen voldoet. En je moet aantoonbaar voldoende getraind zijn in het schieten op de schietbaan. “Als ik met drank op achter het stuur gepakt word, ben ik mijn akte kwijt.” Naast het schieten is kennis van nieuwe technieken, zoals de infraroodnachtkijker, warmtekijkers en drones ook nodig. Deze technieken helpen om de wildstand nauwkeurig in kaart te brengen, een belangrijk deel van het werk van een jager.
De prooi
Henk jaagt altijd met anderen én met honden. Alleen in opdracht, als de noodzaak is aangetoond en is voldaan aan alle richtlijnen. “Een schot moet meteen dodelijk zijn.” De geschoten dieren zijn voor de consumptie.
Als jager beleef je veel. Henk de Haan vertelt over het schieten van wilde eenden die ijsvorming op de ijsbaan van Jubbega beletten. “We kwamen er te laat achter dat we geen hond mee hadden. De eenden waren midden op de ijsbaan in het water gevallen en moesten er uit. Dus een van ons met lieslaarzen het water in om ze op te halen. Maar er zijn daar ook diepe geulen en zo ging de man al scheldend kopje onder. Toch zwom hij er dapper naartoe.” Ondanks alle regelgeving heeft Henk nog plezier in zijn werk. Van het buiten zijn én van de spanning van de jacht. Hij hoopt als jager zijn pensioen te kunnen halen.








