Afscheid in het paradijs
In the middle of nowhere slingert de weg omhoog langs de dijk. Op de heuvel wordt het dak van de woning zichtbaar, verscholen tussen bomen. “Welkom in ons paradijs!”, hoor ik, wanneer ik over de drempel stap.

Job glimlacht vanuit het bed met uitzicht op de weelderige tuin. Hond Sam ligt naast hem op een kleed, tilt sloom zijn kop op, kijkt me aan en gaat weer liggen. “Kon je het makkelijk vinden? Pak een stoel!”
Tess, zijn echtgenote, schuift aan en even later vertelt Job over zijn leven en zijn passie: zeilen. “We hebben pas nog een drieweekse zeiltocht gemaakt met vrienden langs de Duitse eilanden.” Zijn diepblauwe ogen stralen en lichten zijn gebruinde, verweerde gezicht helemaal op.
“Maar goed, ik ga sterven. Kijk, deze tekening heb ik gemaakt, die wil ik op de voorkant van de rouwkaart.” Het is een prachtige schets van hun drooggevallen zeilschip. “Het afscheid vindt daar in de tuin plaats, hier ben ik thuis”, vervolgt Job. Ogenschijnlijk kost het hem geen moeite alles te bespreken.
Toch eerder dan gehoopt en verwacht belt Tess. Op een baarplank, op een bedje van mos in een mooie vilten wade, ligt Job op zijn vertrouwde plek in de kamer. Het is een zonnige dag wanneer de gasten plaatsnemen in de tent. Job ligt te midden van een zee van bloemen opgebaard onder de ballonfok van zijn zeilboot, met de ankerbol aan het hoofdeind.
Het is stil wanneer zoon Siem, aan het einde van de warme ceremonie, het anker licht. Langs een erehaag gaat Job op weg, zover mogelijk begeleid door zijn gezin en hond Sam. Zijn familie en vrienden zwaaien hem uit, tot hij over de heuvel uit het zicht verdwenen is.
Erna Jansen






