Opsterland wil minder en grotere speeltuinen
BEETSTERZWAAG De gemeente Opsterland wil de speeltuinen in de gemeente aantrekkelijker en uitdagender maken. Daarom legt de gemeente de focus in de toekomst op grotere kwalitatief betere speeltuinen die centraler in het dorp liggen. Hierdoor houdt Opsterland op de langere termijn 36 van de huidige 54 speeltuinen over.

Maar dat betekent volgens wethouder Libbe de Vries niet dat de kleinere speeltuinen per direct worden gesloten. “Seker net, mar foar ynvestearingen yn de takomst hat it nije belied wol effect.” Opsterland had tot nu toe geen norm voor het aantal speeltuinen. Dus als er ruimte, geld en draagvlak was, dan kwam er een nieuwe speelvoorziening. “Mar de kwaliteit en de grutte fan it boartersplak wie net altyd sa dat it ek útgroeide ta in moetingsplak foar de bern. Gruttere boarterstunen stimulearje it bûtenboartsjen wol.” Ook het onderhoud van het groen rond de speeltuinen speelt een rol in de aangepaste regels. “Dat rint ek yn de papieren en dat is wol in taak foar de gemeente.”
Bij de centralisatie wordt uitgegaan van één speeltuin per honderd kinderen van 0 tot 6 jaar en een per honderd kinderen van 6 tot 12 jaar). Maatwerk is volgens de wethouder wel mogelijk, bijvoorbeeld bij lintdorpen.
Deze nieuwe richtlijnen betekenen bijvoorbeeld dat Wijnjewoude op termijn teruggaat van zes naar drie speeltuinen. Ook andere dorpen krijgen minder speeltuinen: Ureterp (van negen naar zes), Bakkeveen (van vier naar twee), Beetsterzwaag (vijf naar drie), Frieschepalen (twee naar één), Lippenhuizen (vier naar twee), Luxwoude (twee naar één), Siegerswoude (drie naar één), Terwispel (drie naar één), Tijnje (drie naar twee). Het aantal speeltuinen in Gorredijk (negen), Hemrik (één), Jonkerslân (één) Langezwaag (één) blijft gelijk. Nij Beets en Olterterp hebben recht op één extra speeltuin.
Opsterland stelt voortaan ook minimumeisen aan de inrichting, iedere speeltuin moet minimaal vijf verschillende speeltoestellen bevatten. Iedere speeltuin moet toegankelijk zijn voor kinderen tot 12 jaar. Bij iedere toekomstige speeltuin ziet Opsterland er ook op toe dat er rekening wordt gehouden met kinderen met een beperking, bijvoorbeeld bij de keuze van de speeltoestellen.
In de dorpen zijn speeltuincommissies verantwoordelijk voor het inrichten van de speeltuin, de aanschaf van de toestellen, de eigen financiën en het klein onderhoud. Op langere termijn wil Opsterland de speeltuincommissie ook verantwoordelijk stellen voor het groot onderhoud van de toestellen, dat ligt nu nog bij de gemeente.












