Waar zijn de reeën als je ze zoekt?
BAKKEVEEN Er lopen duizenden reeën in Friesland, maar waar zijn ze, als je ze echt wilt zien? Op zoek in de bossen en weilanden van Bakkeveen bleef de teller zaterdagavond op twee steken. Dus was er ook aandacht voor andere bekende en onbekende dieren. “Een letterzetter? Wat is een letterzetter, mijnheer?”

Zaterdagavond begint de zoektocht bij De Slotplaats in Bakkeveen. Het is prachtig weer, de zon schijnt nog en het is bladstil. De boeren hebben de weilanden net gemaaid en zijn druk in de weer met het binnenhalen van het verse gras. Perfect weer voor een wandeltocht door de bossen en langs de weilanden. Arjen de Boer (67) is vanavond boswachter van dienst en leidt een groepje van zeven belangstellenden rond. Hij woont vlakbij en weet waar ’s avonds reeën te vinden zijn.
“Bij het bruggetje over het Alddjip kun je ze bijna elke avond zien. Kom, we gaan!” Het is een kleine wandeling van een paar kilometer. Dan houdt het bos plots op en beginnen de weilanden. Links zijn ze pas gemaaid en rechts staat het gras nog decimeters hoog. “Kijk daar rechts zijn er twee!” De verrekijkers worden erbij gepakt en inderdaad staan op een paar honderd meter twee reeën te grazen. Even later kijken ze verschrikt op en kiezen dan snel het hazenpad. Weg zijn ze.
Beschutting
Reeën houden niet van pottenkijkers met verrekijkers. Het is een schuw dier dat overdag in de bossen slaapt op een goed verscholen plaats. Onzichtbaar voor een passerende wandelaar of fietser. ’s Avonds komen ze uit hun schuilplaats en grazen in de weilanden langs de bosranden. Arjen: “Een ree houdt van gevarieerde bossen en van graslanden. Bakkeveen en omgeving is voor hen een ideale plaats. Er is voldoende beschutting.”
In heel Nederland zijn circa 100.000 reeën te vinden. Voorheen kwamen ze alleen voor in Limburg en op de Veluwe, maar inmiddels zijn ze overal in het land te vinden. Hun aantal groeit nog steeds. Arjen: “Dat komt doordat ze beter beschermd worden en omdat er in de landbouw steeds minder bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.” De jongste deelnemer aan de excursie is Steef (12) uit Lippenhuizen. Hij luistert bedachtzaam naar Arjen en komt dan vaak met een goede vraag: “Hebben reeën ook natuurlijke vijanden?” Daar hoeft Arjen niet lang over na te denken. Zijn antwoord is kort en krachtig: “De mens.” Daarna legt hij geduldig uit waarom: “De mens is de grootste vijand en dan vooral in het verkeer. Langs de weg vinden we regelmatig reeën die zijn doodgereden.”
De wolf
Sinds kort heeft de ree echter een mogelijke natuurlijke vijand: de wolf. Na een lange afwezigheid zijn de wolven weer terug in Nederland; ook in Zuidoost-Friesland worden ze regelmatig waargenomen. De prooien van de wolf zijn over het algemeen schapen, maar ook reeën staan ongetwijfeld op het menu van een hongerige wolf. Arjen maakt zich daar niet erg druk om: “De komst van de wolf is alleen maar goed. De wolf weet precies welk ree ziek of zwak is.” Maar er lopen nog meer grote, wilde dieren rond in de bossen bij De Slotplaats. Arjen staat plots stil bij een onschuldig ogend, smal paadje in het bos. Hij pakt een los plantje dat op het paadje ligt: “Kijk dit is een pijpenstrootje. Dan weet je dat dit paadje gemaakt is door dassen. Hier moet dus vlakbij een dassenburcht zijn.”
Letterzetter
Het bos kent vele bewoners. Sierlijke, elegante reeën. Schuwe, sterke dassen. Elk dier is nuttig en kent zijn plaats in de dierenwereld. Maar er zijn ook hele kleine beestjes die grote schade kunnen toebrengen aan de bossen. Beestjes die je niet ziet en niet hoort, maar die wel gevaarlijk kunnen zijn. Het is een kleine kever die veel bomen aantast door gangetjes te boren in de stam en het vooral gemunt heeft op zwakke, zieke sparren. Arjen schudt ietwat moedeloos zijn hoofd: “Dat beestje heet een letterzetter en kan ervoor zorgen dat een boom plots omvalt. Levensgevaarlijk! Daarom worden aangetaste bomen preventief gekapt.”
Ondertussen worden de deelnemers aan de excursie van alle kanten aangevallen en gebeten door andere insecten: muggen. Capuchons en kragen worden opgezet. Arjen kan nauwelijks zijn verhaal afsteken en besluit daarom snel door te lopen: “Wy gean hjirwei. Wy wurde hjir opfretten.” De groep wandelt verder langs de eeuwenoude Beakendyk waar statige beuken de hannekemaaiers uit Duitsland de weg door de drassige moerassen wezen. Als de wandelaars bij De Slotplaats terugkeren, ligt onder een hoog ooievaarsnest een dood jong dat door de ouders uit het nest is geduwd. Arjen: “Dit is al het derde jong uit dit nest dat zo doodgegaan is. Ze hadden er vier. Blijkbaar is er te weinig voedsel of zijn ze te zwak. Ook dat is natuur.”






