
Line, een vrolijke eigenzinnige jongedame woonde al jaren op zichzelf in de prachtige woon- en werkgemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze had het daar enorm naar haar zin.
De mooie omgeving, de rust en de structuur gaven vertrouwen en houvast. Line werkte dagelijks met heel veel plezier en overgave in de bakkerij en kon geweldig keten met de andere bewoners. Die wisten precies wat ze aan haar hadden. Enorm was de schrik en de verbijstering toen Line op een ochtend niet aan het ontbijt verscheen en een medewerker ontdekte dat zij in haar slaap was overleden.
Een grote golf van verdriet en machteloosheid ging door de hechte gemeenschap. Line ’s ouders en broers kwamen, ze werden liefdevol ontvangen door de medebewoners en de groepsleiding. Het ging als vanzelf, er kwamen nauwelijks woorden aan te pas. Er was wederzijds vertrouwen en respect en er werd tijd genomen om bij elkaar te zijn. Line werd liefdevol verzorgd, in haar bed opgebaard, er brandden kaarsen en er werd bij haar gewaakt.
Haar kamer was een oase van rust en warmte en het rook er heerlijk naar lavendel. Wie dat wilde, mocht haar bezoeken. Voor haar vader, een man op hoge leeftijd, was één ding duidelijk: hij zou zijn dochter zelf naar haar laatste rustplaats rijden! Jarenlang had hij Line op vrijdag opgehaald en iedere zondagmiddag weer teruggebracht. Samen met de buurman slaagde hij erin om zijn auto zodanig te verbouwen dat de kist erin paste en dat zijn vrouw naast hun dochter kon zitten. Na het afscheid brachten haar ouders Line, via de voor hen zo vertrouwde route, in hun eigen auto naar de begraafplaats. Het was goed zo.
De mooie omgeving, de rust en de structuur gaven vertrouwen en houvast. Line werkte dagelijks met heel veel plezier en overgave in de bakkerij en kon geweldig keten met de andere bewoners. Die wisten precies wat ze aan haar hadden. Enorm was de schrik en de verbijstering toen Line op een ochtend niet aan het ontbijt verscheen en een medewerker ontdekte dat zij in haar slaap was overleden.
Een grote golf van verdriet en machteloosheid ging door de hechte gemeenschap. Line ’s ouders en broers kwamen, ze werden liefdevol ontvangen door de medebewoners en de groepsleiding. Het ging als vanzelf, er kwamen nauwelijks woorden aan te pas. Er was wederzijds vertrouwen en respect en er werd tijd genomen om bij elkaar te zijn. Line werd liefdevol verzorgd, in haar bed opgebaard, er brandden kaarsen en er werd bij haar gewaakt.
Haar kamer was een oase van rust en warmte en het rook er heerlijk naar lavendel. Wie dat wilde, mocht haar bezoeken. Voor haar vader, een man op hoge leeftijd, was één ding duidelijk: hij zou zijn dochter zelf naar haar laatste rustplaats rijden! Jarenlang had hij Line op vrijdag opgehaald en iedere zondagmiddag weer teruggebracht. Samen met de buurman slaagde hij erin om zijn auto zodanig te verbouwen dat de kist erin paste en dat zijn vrouw naast hun dochter kon zitten. Na het afscheid brachten haar ouders Line, via de voor hen zo vertrouwde route, in hun eigen auto naar de begraafplaats. Het was goed zo.





