Ruwe bolsters blanke pit
In het hospice is het een drukte van belang rond het bed met het verstilde lichaam van opa Rik. Er klinkt Nederlandstalige muziek, dochter Bouk scharrelt rond, verzamelt alle spulletjes van Pa. Kleinzonen Max en Jur zijn druk met de voorbereidingen om hun opa naar huis te begeleiden.

Met eigen auto. “Want opa was niet van de lijkauto’s!” Dan racet Jur met zijn bolide naar de wasstraat en Max is druk met het regelen van de glaszetter, want de kist past niet door de deur van het kleine arbeidershuisje.
Alles voor Opa Rik! Een rasechte Amsterdammer, een eigenzinnige man, berucht en geliefd om zijn humor en directheid, zijn hart van goud. Later begeleiden Jur en Max Opa Rik naar de auto en gaan op weg naar huis. Daar staat de glaszetter klaar en in een oogwenk is Opa Rik weer thuis in zijn vertrouwde omgeving.
Jur zet de radio aan, Opa kan niet zonder zijn muziek! Max vist drie biertjes uit de koelkast en ploft alvast neer op een stoel onder de partytent in de tuin. “Missie geslaagd”, zucht Jur. Hij neemt een slok en voegt zich samen met Bouk bij zijn broer. “‘What’s next?”, vraagt Max, terwijl hij zijn voeten op tafel slingert en een shagje opsteekt.
Later die week is het zover. Familie en vrienden vormen een erehaag. Max en Jur tillen Opa Rik voorzichtig uit de woning in de auto. Ze nemen plaats, draaien de ramen open, steken een sigaret op en de muziek van Tukker FM schalt uit de boxen. “Past bij hem”, roept Max ons toe. Behoedzaam stuurt Jur zijn auto de straat in. Spelende kinderen kijken verwonderd op. Dan klinkt heel zachtjes: “Dag buurman, da-ag!”
Erna Jansen




