Cultuur en uitgaan

Luisterpalen vertellen verhaal wapendroppings Ketliker Schar

Moskou pleats

Droppingsveld Beekpronkje.
Droppingsveld Beekpronkje. Droppingsveld Beekpronkje.
Zaterdag 18 november 1944. In het holst van de nacht rijdt een boerenwagen getrokken door paarden met jutezakken om de hoeven stilletjes door het Ketliker Skar. In alle stilte zijn twintig verzetsstrijders op weg naar het diep in het bos gelegen droppingsveld. In de verte ronkt een vliegtuigmotor, lampen flitsen aan en zenden in morse de letter ‘x’.
Sinds 2019 markeren drie hoge palen met daarin vleermuisonderkomens het droppingsveld. It Fryske Gea wil daarmee de herinnering levend houden aan drie succesvolle wapendroppings op 18, 21 en 23 november 1944. Elke paal beschikt over een audioknop waardoor de wandelaar kan luisteren naar het verhaal over de droppings. Maar wie waren de mensen die hun leven waagden in die nachtelijke uren? It Fryske Gea traceerde de nabestaanden van drie betrokken boerenfamilies. Hun verhalen zijn sinds december te horen via luisterpalen bij bezoekerscentrum It Beekpronkje. Roelie Mulder, dochter van Lykle Mulder, woonde aan de rand van het Ketliker Skar. Ze werd een jaar voor de oorlog geboren; het gezin kwam in 1940 naar Katlijk, waar ze de Moskoupleats pachtten van de adellijke familie Bieruma Oosting. De pleats werd gebouwd in 1914 in een Siberisch koude winter, het verklaart de naam.
‘Het land van de pleats lag versnipperd’, klinkt haar stem uit de luisterpaal. ‘Er waren zelfs een paar stukjes land in het bos achter It Slotsje, het zomerverblijf annex jachtverblijf van de adellijke familie.” Een van die stukjes verscholen land werd in november 1944 gekozen als droppingsveld. ‘Vader was een zorgzaam man en begaan met iedereen. Het is makkelijk om aan zo iemand hulp te vragen.’ Vanuit de Moskoupleats werden de wapendroppings voorbereid. ‘In It Slotsje stond een geheime zender, daar luisterden ze dan naar, anders konden ze niet weten dat er een dropping kwam.’
Uit de krakende radio klonk op vrijdag 17 november 1944 de zin ‘Bericht voor Sideboard. Geen meisje, of het lacht lief’. Sideboard was de codenaam voor het droppingsveld in Katlijk. Bij het horen van die zin wist de ontvangstploeg dat er de volgende avond een dropping zou zijn.
‘Begin 1945 hoorde vader dat een aantal betrokkenen waren verraden en opgepakt. Toen sloeg bij hem de angst toe, hij sliep ’s nachts onder het bed. Later hoorde ik dat hij ook een nacht in het bos heeft geslapen. Op deze manier is hij de dans ontsprongen terwijl andere boeren wel werden opgepakt. Er is na de oorlog nooit over gesproken, mijn ouders vonden het vanzelfsprekend, er hoefde niet over gepraat te worden. Tjee, wat een verantwoordelijkheid. Zou ik dat gedurfd hebben? Ik denk het niet.’

Bouwe van Ens

Boer Bouwe van Ens uit Nieuwehorne was ook lid van de ontvangstploeg. Dochter Alberdina van Ens was negen jaar toen de oorlog uitbrak. Vader Bouwe raakt betrokken bij de LO, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Hij verstopt een Joods echtpaar en ook jonge mannen die onderduiken voor de Arbeitseinsatz. Alberdina: ‘Ik heb als meisje ontzettend veel spul mee moeten nemen. Persoonsbewijzen, bonkaarten en BBC-nieuwsbrieven.’ In januari 1945 ging het mis, een verzetsgroep die door ‘Katlijk’ was bewapend, werd verraden en opgepakt. ‘Ik weet nog dat ik met een vriendin op straat was. Toen vroegen er Duitsers waar Van Ens woonde. Ik heb gelogen.’ Alberdina holde naar huis om te waarschuwen. Bouwe wilde niet onderduiken. ‘Hij wilde zijn gezin niet achterlaten.’ Hij werd gevangengehouden in Crackstate in Heerenveen, waar Alberdina hem elke week schone kleren mocht brengen. ‘Maar ik heb hem nooit weer gezien.’ In de nacht van 12 op 13 april 1945, twee dagen voor de bevrijding van Friesland, wordt hij op 52-jarige leeftijd bij Terband gefusilleerd.