
“Je handen liet je wapperen, die dienden een praktisch doel.” Van die generatie zijn Corrie Storm uit Beetsterzwaag en Bé Ketelaar uit Terwispel. Pas na hun werkzame leven ontdekten ze dat die handen ook wat anders konden. Nu slokt de kunst hun dagen op.
In de Witte Kerk van Hemrik zijn de keramische figuren van Corrie en de houten voorwerpen van Bé te vinden tussen het werk van nog eens vijftig kunstenaars. De meesten afkomstig uit Friesland, maar er zijn ook kunstenaars uit Drenthe en Groningen. Dat de Witte Kerk de bonte verzameling kan herbergen, is al een kunststuk op zich. Wat helpt is dat de schilderijen en objecten van handzaam formaat zijn, een voorwaarde om mee te kunnen doen. En het werk moet betaalbaar zijn, niet duurder dan 350 euro. Om de kwaliteit van de tentoonstelling zeker te stellen, laat Art Super alleen geschoolde kunstenaars toe. In een enkel geval maakt de beoordelingscommissie daarop een uitzondering, als de aard van de inzending dat rechtvaardigt. Het werk van Corrie en Bé behoort tot de uitzonderingen.
[caption id=”attachment_23223” align=”alignnone” width=”850”] Corry Storm-Kuijler.[/caption]
Hoewel ze elkaar niet kennen, hebben de twee meer met elkaar gemeen. Allebei gingen ze op hun veertiende al aan het werk. Een meisje had genoeg aan haar handen, gold voor Corrie; Bé heeft zich in de schoolbanken nooit gelukkig gevoeld. Hun leven bestond uit hard werken en de zorg voor het gezin, voor gedachten aan kunst hadden ze geen tijd. Pas na hun pensionering veranderde dat. “Ik heb altijd een voorliefde voor hout gekoesterd”, zegt Bé. “Ik had ook eigenlijk timmerman moeten worden, maar ik was geen leertype.” Eenmaal verlost van maatschappelijke beslommeringen richtte hij zijn eigen houtwerkplaats in en maakte zich in mum van tijd de vaardigheden van het houtbewerken eigen. Wat zijn ogen zien, kunnen zijn handen maken. Het is dat zijn vrouw Anneke af en toe wil fietsen, schaatsen of wandelen, anders zou hij niet ophouden met draaien en schuren. “In mijn werkplaats voel ik me net een jongen.” Bij Corrie verliep het anders. Na de vut kreeg ze van haar dochters een workshop keramiek cadeau. “Maar dat had net zo goed aquarelleren of wat anders kunnen zijn. Je zou kunnen zeggen: de keramiek heeft mij gekozen.” Want zodra er een bol klei voor haar ligt, gebeurt er wat in haar hoofd. Zonder vooropgezet idee begint ze gewoon met kneden en erop te slaan totdat ze een figuur herkent. “De vorm ontstaat intuïtief onder mijn handen, daarna weet ik pas wat me te doen staat en volgt de uitwerking.” Bij Bé verloopt het wordingsproces min of meer hetzelfde. Het stuk hout dat hij onder handen heeft, bepaalt de ruwe vorm van een kom, vaas of schaal. Maar al zagend en afdraaiend neemt de tekening van het hout het over, zoals de nerf van de taxus of de ‘slaap’ in een berk. “Die onzichtbare kringels ontstaan in de stam door inwatering van vocht. Door heel voorzichtig tot de kern door te dringen, wek ik de slaap tot leven. Ach, hout is al zo mooi van zichzelf.”
Ook Corrie heeft een atelier aan huis. Met haar man Charles heeft ze de ruimte speciaal laten aanbouwen. “Daar werken we met zijn tweeën, vaak de hele dag. Hij achter de computer om zijn foto’s te bewerken en films te monteren, ik aan de werktafel. Dan voel ik me bevoorrecht, ik kan me geen fijnere manier van leven voorstellen.”
[caption id=”attachment_23224” align=”alignnone” width=”900”] Bé Ketelaar.[/caption]
In de Witte Kerk van Hemrik zijn de keramische figuren van Corrie en de houten voorwerpen van Bé te vinden tussen het werk van nog eens vijftig kunstenaars. De meesten afkomstig uit Friesland, maar er zijn ook kunstenaars uit Drenthe en Groningen. Dat de Witte Kerk de bonte verzameling kan herbergen, is al een kunststuk op zich. Wat helpt is dat de schilderijen en objecten van handzaam formaat zijn, een voorwaarde om mee te kunnen doen. En het werk moet betaalbaar zijn, niet duurder dan 350 euro. Om de kwaliteit van de tentoonstelling zeker te stellen, laat Art Super alleen geschoolde kunstenaars toe. In een enkel geval maakt de beoordelingscommissie daarop een uitzondering, als de aard van de inzending dat rechtvaardigt. Het werk van Corrie en Bé behoort tot de uitzonderingen.
[caption id=”attachment_23223” align=”alignnone” width=”850”] Corry Storm-Kuijler.[/caption]
Hoewel ze elkaar niet kennen, hebben de twee meer met elkaar gemeen. Allebei gingen ze op hun veertiende al aan het werk. Een meisje had genoeg aan haar handen, gold voor Corrie; Bé heeft zich in de schoolbanken nooit gelukkig gevoeld. Hun leven bestond uit hard werken en de zorg voor het gezin, voor gedachten aan kunst hadden ze geen tijd. Pas na hun pensionering veranderde dat. “Ik heb altijd een voorliefde voor hout gekoesterd”, zegt Bé. “Ik had ook eigenlijk timmerman moeten worden, maar ik was geen leertype.” Eenmaal verlost van maatschappelijke beslommeringen richtte hij zijn eigen houtwerkplaats in en maakte zich in mum van tijd de vaardigheden van het houtbewerken eigen. Wat zijn ogen zien, kunnen zijn handen maken. Het is dat zijn vrouw Anneke af en toe wil fietsen, schaatsen of wandelen, anders zou hij niet ophouden met draaien en schuren. “In mijn werkplaats voel ik me net een jongen.” Bij Corrie verliep het anders. Na de vut kreeg ze van haar dochters een workshop keramiek cadeau. “Maar dat had net zo goed aquarelleren of wat anders kunnen zijn. Je zou kunnen zeggen: de keramiek heeft mij gekozen.” Want zodra er een bol klei voor haar ligt, gebeurt er wat in haar hoofd. Zonder vooropgezet idee begint ze gewoon met kneden en erop te slaan totdat ze een figuur herkent. “De vorm ontstaat intuïtief onder mijn handen, daarna weet ik pas wat me te doen staat en volgt de uitwerking.” Bij Bé verloopt het wordingsproces min of meer hetzelfde. Het stuk hout dat hij onder handen heeft, bepaalt de ruwe vorm van een kom, vaas of schaal. Maar al zagend en afdraaiend neemt de tekening van het hout het over, zoals de nerf van de taxus of de ‘slaap’ in een berk. “Die onzichtbare kringels ontstaan in de stam door inwatering van vocht. Door heel voorzichtig tot de kern door te dringen, wek ik de slaap tot leven. Ach, hout is al zo mooi van zichzelf.”
Ook Corrie heeft een atelier aan huis. Met haar man Charles heeft ze de ruimte speciaal laten aanbouwen. “Daar werken we met zijn tweeën, vaak de hele dag. Hij achter de computer om zijn foto’s te bewerken en films te monteren, ik aan de werktafel. Dan voel ik me bevoorrecht, ik kan me geen fijnere manier van leven voorstellen.”
Schroom overwonnen
Zowel Corrie als Bé hielden lange tijd hun maaksels voor zichzelf, verkopen kwam niet bij hen op. “Maar op een gegeven moment staan alle planken vol en krijg je van anderen te horen: dat je niet met je kunst naar buiten treedt.” Ze hebben allebei de schroom moeten overwinnen. Nu, na al die jaren heeft Corrie nog steeds moeite om afstand te doen van haar werk. Voordat een beeld de deur uit gaat, houdt ze het minstens nog een half jaar voor haarzelf. Bé vindt het een eer als een koper zich aandient. “Dat iemand iets van jou wil hebben, geeft elke keer weer een boost aan je eigenwaarde.” Volgens Corrie inspireert verkoop ook tot het maken van nog beter werk. “Het zet aan tot scherper nadenken over waarom je doet wat je doet. Je gaat met jezelf een verplichting aan. Maar misschien horen dat soort gedachten ook wel bij onze generatie.”[caption id=”attachment_23224” align=”alignnone” width=”900”] Bé Ketelaar.[/caption]












