Cultuur en uitgaan

Sint Thomasluiden krijgt andere opzet

“Sjoch, sa moat dat. Op it deade punt moatst lûke.” Doede de Boer bedient met ogenschijnlijk gemak de grote klok in de klokkenstoel. De kunst is om gebruik te maken van de zwaarte van die klok, doceert hij rustig. Ondertussen trekt hij gestaag en ritmisch aan het touw en verheft zijn stem om korte instructies boven het gebeier uit te roepen. Naast hem schiet het touw van de kleine klok door de handen van de verslaggever, brandsporen achterlatend. Het leek zo makkelijk toen Liesbeth Kramer (32) het luiden van de kleine klok voordeed. “Do hast krekt wat te fier nei efteren stien. It is in klok fan 250 kilo, dan krijst aardich wat kracht op it tou.”

Afbeelding
Een eeuwenoude traditie staat onder druk. Deelnemers en publiek laten het de laatste jaren bij het Thomasluiden steeds meer afweten. De organisatie kiest nu voor een andere opzet, in de hoop een stuk cultuurhistorie te bewaren voor de toekomst.

Liesbeth legt het later aan de keukentafel nog eens helder uit. Als je aan het touw trekt, gaat de klok van je weg om alweer snel terug te komen. “Moatst der earst hichte yn krije. Stadichoan giet de klok dan heger mei in langer skoft tusken it slaan.” Gewoon een kwestie van touwgevoel, verklaart ze lachend. Maar zo simpel is het niet. “Kinst wol hurd skuorre, mar ast it tou gjin romte joust, komt de klok net heger.” Trek je dus aan het touw, terwijl de klok van 250 kilo nog niet op het hoogtepunt is, dan lever je een verloren strijd met geschaafde handen als resultaat. Maar zelfs wanneer je dit trucje goed onder de knie hebt, ben je nog geen volleerd klokluider. “Moatst de klok ek stjoere. Ast de klok te heech gean litst, dan giest net lyk mei de grutte klok en moatst wer ôfremje.”

De kunst van het klokkenluiden draait om de zogenoemde vierkante slag. De bijluider brengt de grote klok van 450 kilo op hoogte, de slag van de kleine stuurklok moet dan precies tussen die van de grote klok klinken. Hoe snel de vier slagen achter elkaar moeten vallen is een kwestie van smaak, vindt Liesbeth. “Guon fine it langsame slaan prachtich.” Haar vader Henk vult aan: “En soks klinkt fansels ek prachtich by begraffenissen. Ja, dan liede wy de klok ek, as minsken derom freegje. Dan bin se neitiid bot ûnder de yndruk, sa moai fine se dat.” Vader en dochter Kramer zijn vanaf hun jeugd ‘betûfte’ klokluiders. Henk (59) was 25 jaar voorzitter van de klokkencommissie, zat vele jaren in de jury en won vele prijzen tijdens de wedstrijden Thomasluiden. Dochter Liesbeth nam het stokje over als commissielid en won zelf ook vele prijzen.

Andere opzet
Al 49 jaar strijden de jongeren in Oudehorne op 30 december bij het Thomasluiden. “Mar de jongeren ha der tsjintwurdich net folle idee mear by. Se hearre it kloklieden net en om’t se net meidogge, ha se gjin sukseserfaring.” De laatste jaren laten de deelnemers en het publiek het meer en meer afweten. Daarom verandert dit jaar de opzet van het toernooi. Er is geen leeftijdsgrens meer en de klokkenluiders strijden nu in duo’s, iedere luider neemt een eigen bijluider mee. Bovendien is de wedstrijd nu een toernooi, met twee voorrondes en een finale. De prijs voor de beste jonge luider, de bronzen klok, blijft wel bestaan.

Programma
Van 21 tot 31 december wordt er dagelijks geluid. De wedstrijden op 30 december zijn van 13.30 tot 15.30 uur. Aanmelden kan telefonisch (06 - 2547 0950) en via de mail (sintthomasluiden@gmail.com) tot 29 december. Op 30 december is er ook de Sint Thomas Kuiertocht die langs de klokkenstoel leidt. Start bij de Kiekenhof: 25 km (9.30-10.30 uur), 15 km (11.00-12.00 u.), 10 km (12.00-13.00 u.) en 5 km (13.00-14.00 uur).

Historie
Het Sint Thomasluiden is verbonden aan 21 december, de naamdag van de heilige apostel Thomas. Al eeuwen bestonden in de kortste dagen van het jaar heidense midwintergebruiken om de boze geesten te verdrijven. Na de kerstening van ons land diende het Thomasluiden om nieuwe levenskracht te wekken. Kerkklokken werden tussen 21 en 31 december de hele dag en nacht geluid. De traditie hield het langst stand in Zuidoost-Friesland, waar die nu alleen nog leeft in Oudehorne en Katlijk. Beide dorpen kregen aan het begin van de 19e eeuw van mevrouw Coehoorn van Scheltinga een eigen klokkenstoel met twee klokken. Bedoeld om de dorpsjeugd te laten Thomasluiden. Rond 1929 dreigde een verbod vanuit de gemeente Schoterland. Er waren klachten over het lawaai en sommigen vonden het verjagen van boze geesten niet passen bij een begraafplaats. De Duitse bezetter nam de klokken mee, maar na de oorlog zamelde het dorp geld in voor nieuwe klokken.

Thomasoproer uit 1892
Op last van de burgemeester van de toenmalige gemeente Schoterland werd in februari 1892 een van de twee luidklokken van Oudehorne overgebracht naar de klokkenstoel van de begraafplaats in Brongerga, vlak bij Oranjewoud. De enige luidklok van Brongerga was gebarsten, waarop de burgemeester besloot dat ze wel een klok van Oudehorne mochten hebben. Het dorp kwam in opstand. De luidklokken waren immers dorpseigendom, ooit geschonken door mevrouw Coehoorn van Scheltinga. Twee dagen na de verhuizing besloten 150 dorpelingen om de klok op zaterdagnacht terug te halen. Terwijl ze druk bezig waren met takels en touwen, arriveerde de marechaussee om hen weg te jagen. Twee weken later besloot de burgemeester, op dringende verzoeken uit Oudehorne, om de klok toch weer terug te geven aan het dorp. De gebeurtenis staat sindsdien bekend als het Thomasoproer en haalde de landelijke pers.