Jan Marijnissen bij presentatie film Damshûs
In een klein half uur schetsen regisseur Jan Pieter Visser en cineast Edwin van Bemmelen een levendig beeld van de sociale strijd rond 1900 in de laagveenderij van Nij Beets. De film richt zich op de schrijnende armoede, de zware veenarbeid, de macht van de veenbazen en de sociale strijd. Visser: “Want dêr praat je oer as je it oer Nij Beets ha.” De oud-NCRV-regisseur maakte de film in opdracht van het museumbestuur. Penningmeester Jan Frieswijk: “In het voormalige ontvangstgebouw hebben we een nieuwe filmzaal. Je moet multimediaal zijn. Jongeren willen geen lange teksten op statische informatiepanelen, maar bewegend beeld.” Visser maakte een aansprekende impressie van hoe het ongeveer is geweest. “En der sit ek humor yn, want it wie fansels ek yn dy tiid net alle dagen janken.”

Jan Marijnissen
Jan Marijnissen, oud-politiek leider van de Socialistische Partij, opende zaterdag het nieuwe Filmhûs. Hij memoreerde de kracht van de Nij Beetsters en wees de aanwezigen op een interpellatie in de Tweede Kamer van Domela Nieuwenhuis uit 1888. ‘Us Ferlosser’ zei toen over Nij Beets: “De baggerlui verrichten het zwaarste werk en maken, gelijk in de gansche maatschappij, het woord van Stuart Mill tot waarheid, dat het product van den arbeid verdeeld wordt in omgekeerde reden van den arbeid zoodat zij die niet werken het grootste deel krijgen.” Marijnissen ziet een parallel met de huidige maatschappij. “Het is belangrijk jongeren te confronteren met het verleden. Vooruitgang komt niet vanzelf. Een hogere beschaving blijft mensenwerk.”
Hoofdpersoon in de film is de jonge onderwijzer Tjepke Nawijn, gespeeld door Gert Jan Bok. Hij deelt brood uit aan de hongerige arbeiderskinderen en leert hen het revolutionaire Mariannelied. Maar ook spoort hij de arbeiders aan zich te verenigen. Dominee Guillaume van der Brugghen vindt hem maar een onruststoker: “U bent een radicale spreekbuis van de arbeiders en een schande voor Nij Beets.” Waarop de meester hem fijntjes onder de neus wrijft dat de arbeiders alleen in de kerk komen, omdat ze na afloop gratis soep krijgen. Speciaal voor de jongeren is het meisje Brechtje de rode draad in het verhaal. Zij groeit op in een arm turfmakersgezin, haar vader is aan de drank, haar broertje Jelle sterft. Arbeiders verzetten zich meer en meer tegen de gedwongen winkelnering en de lage lonen. Er volgt stakingsoverleg. “Rûnom wapperje de reade flaggen. Rjocht en bôle foar eltsenien”, scandeert de stakingsleider. Domela Nieuwenhuis roept de stakers op de eenheid te bewaren. “Want samen staan we sterk.”
Woonbok
De film sluit af met een spectaculaire storm waarin een woonbok vergaat. Speciaal voor deze scene werd een replica van een woonbok gebouwd. Frieswijk: “Deze scène is gefilmd in het slootje hierachter. Dat het in de film een heel groot water lijkt, is te danken aan de computerkunsten van cineast Edwin van Bemmelen.”










