Jelle Schotanus: ‘Ik hâld fan skimer- en jûnsljocht’
BEETSTERZWAAG Jelle Schotanus schildert voornamelijk Friese landschappen: Turf, zand, veen en water onder duistere luchten. “Ik hear by gjin inkele stroming. It is gjin realisme en it is net abstrakt.” Zijn werk is komend weekend te zien op het Kunstweekend in Beetsterzwaag.

Na enig nadenken concludeert hij dat veel van zijn schilderijen ‘geabstraheerde’ landschappen zijn. Abstraheren is misschien wel de kunst van het weglaten. Jelle gooit alle ballast overboord. Alleen de essentie blijft over. Jelle laat zich niet makkelijk in een hokje duwen, hij wil geen stempel op zijn hoofd. Jelle is gewoon Jelle. Hij schildert de landschappen van zijn jeugd, van De Veenhoop en De Deelen.
Hij trekt niet met penseel en schildersezel de weilanden in, maar schildert thuis in Beetsterzwaag. “Ik ha de bylden yn ‘e holle. Ik pak de kearn en alles wat net fan ynfloed is, lit ik fuort.” Tientallen schilderijen hangen aan de muren in zijn huis, dat ook dienst doet als atelier en expositieruimte. Alles wat hij nodig heeft, is hier. De schilderijen geven de weilanden, de kanalen en de lucht weer zoals Jelle die zich herinnert toen hij daar jarenlang woonde.
Oorspronkelijk komt hij uit Luinjeberd, maar later verhuisde hij naar De Veenhoop. Daar ligt zijn hart. “As jonkje koe ik goed tekenje. Ik tekene faak boatsjes op lekkens. Doe’t ik fyftjin jier wie, hie ik genôch leard en bin ik fan skoalle gien.” Jelle laat zich leiden door zijn ingevingen. Hij heeft geen vooropgezet plan. Belangstellenden vragen hem vaak wat hij met zijn schilderijgen bedoelt, maar dat laat Jelle helemaal aan anderen over. “At jo dat sa sjogge, dan is dat sa.” Jaren geleden schreef hij nog weleens een toelichting over zijn schilderijen op het doek zelf, maar dat doet hij niet meer. “Freegje it de fûgels mar, dy ha ik it ferteld, sis ik dan.“
Naast de vele landschapsschilderijen met dreigende luchten hangen in een apart hoekje ook een paar portretschilderijen. Gezichten tussen de vele landschappen. Het zijn zelfportretten, maar dan wel op zijn eigen manier geschilderd. “Ik lykje der net op. Ik kin it ek net. Dêr binne oare minsken foar.”
Hekel aan groen
Wat aan Jelles schilderijen opvalt, is het gebrek aan felle, heldere kleuren. Het lijkt alsof de zon nooit opkomt in De Veenhoop. Alsof de regen en de wind in alle jaargetijden de overhand hebben. “Ik ha in grutte hekel oan grien. Ik hâld fan skimerljocht en jûnsljocht.”
Het is dan ook niet vreemd dat Jelle het liefst ‘s nachts werkt. Hij slaapt vaak maar vier uur en begint dan midden in de nacht te schilderen. Een kaars en een zaklamp helpen hem bij het schilderen. “Dat is foar it skaad.” Inspiratie komt bij kunstenaars vaak niet op bestelling. Het is er of het is er niet. Soms heeft Jelle wekenlang geen inspiratie, maar dan ineens brandt hij los en is er geen houden meer aan. “Ik ha wolris 48 oeren achterinoar skildere. Doe foel ik trije kilo ôf.”
Ineens valt het oog op een schilderij dat afwijkt van de vele landschappen. Hoog tegen het plafond hangt een schilderij van een levensechte kievit. Hier is weinig verbeelding of fantasie voor nodig. “Der wie hjir in kear in frou dy’t spontaan begûn te gûlen doe’t se dat skilderij seach. Se gie earder altyd mei har heit te aaisykjen. Se hat hjir wol twa oeren west.” Als een schilderij klaar is, zet hij het drie weken tegen een kast bij hem in de kamer. Dan heeft het tijd om te rijpen. Tijd om te bezinken. “At it skilderij der nei trije wiken noch stiet, is it goed.”






