Cultuur en uitgaan

De Klok en het Meisje; loutering na 60 jaar ontroert

In het verhaal

Onder de Toer.
Onder de Toer. Onder de Toer. Het Meisje en de Klok.
De allermooiste scène zit aan het eind. Als een laatste zucht van de trompet wegsterft in de stilte en de geesten uit het verleden oplossen in het vrije veld. Met een glimlach om de mond kijkt de oude Joke vanaf de terp met de klokkenstoel het huppelende Meisje in de verte na. Het is goed zo, de confrontatie heeft haar bevrijd. “Dankjewel Meisje.”
Het 70-koppige publiek houdt de adem in na de slotzin. Het beieren van de twee klokken waarmee de oude en de jonge Joke even daarvoor de boze geesten de weilanden in hebben gedreven, suist nog na in de oren. De plotselinge stilte, de pracht van het slotbeeld en de ontroering na de ontknoping houden de gemoederen nog even in de greep. Met een kort knikje geeft Greet Brouwer, de oude Joke, aan dat de voorstelling nu toch echt afgelopen is. Acteurs en muzikanten snellen terug om het daverend applaus in ontvangst te nemen, zelf ook onder de indruk over wat ze teweeg hebben gebracht, zo lijkt het.
Dat de muziektheatervoorstelling op en rond de terp van het Thomaskerkje Katlijk iets bijzonders beloofde, hadden liefhebbers al bijtijds in de gaten. “Twee maanden geleden waren alle voorstellingen al uitverkocht”, zegt productieleider Annely Noeverman. “We hebben in de gauwigheid drie extra voorstellingen ertussen weten te passen, maar nog meer lukt jammer genoeg niet.” De twee professionals van het ad-hocgezelschap, sopraan Eline Selie (de jonge Joke) en trompettist Luc Hudepohl (de expressieve bandleider) hebben eind van de week alweer andere verplichtingen. “Maar wie weet kunnen we nog ruimte vinden voor een reprise. Het succes heeft ons ook een beetje overvallen.” De Klok en het Meisje is op verzoek van het Oranjewoudfestival op poten gezet door Kameroperahuis uit Zwolle, een pool met jonge muziektalenten van uiteenlopende disciplines waar behalve Noeverman ook componist Stan Verberkt en regisseur Céline Hoex bij horen. Componist en regisseur hadden al eerder samengewerkt. “Maar nog nooit zo intensief”, aldus Verberkt. “De kunst was om de spelers en het publiek in het verhaal te houden”, beaamt Hoex. De voorstelling speelt zich namelijk af op maar liefst zes plekken in en om de Thomaskerk, de toeschouwers lopen op de wenken van het Meisje (13-jarig plaatselijk talent Ilona Schommel) mee in het verhaal. Aan Verberkt de taak om met de muziek de handelingen als vanzelf in elkaar te laten overlopen. “Ik had het eindstuk al vrij snel op papier. Daaruit heb ik thema’s gehaald die overgangen tussen de verschillende scènes begeleiden.” Hoex moest van het bonte gezelschap professionals en amateurs (tien acteurs van toneelvereniging De Twa Doarpen, vier conservatoriumstudenten uit Groningen en vijf middelbare scholieren van het Bornego)  een geheel zien te smeden. En dat in een voorstelling die heen en weer springt in de tijd. “Af en toe was ik het overzicht ook even kwijt. Maar wat hielp is dat het verhaal sterk leeft in het dorp. De acteurs hielden mij bij de les.”

Ondeugend Meisje

Scenarioschrijver Wessel de Vries, ook van Kameroperahuis, tekende het waargebeurde verhaal van de ontluikende liefde tussen Joke en onderduiker Steven op uit de monden van de Katlyksters zelf en gaf er een ingenieuze draai aan. De toeschouwers horen bij de opening een treurmars vanachter de haag en zien een ondeugend ogend Meisje aan het toegangshek naar het kerkhof morrelen. Achter hen stopt een auto. Het is de oude Joke die alle moed bij elkaar heeft geraapt om terug te keren naar haar geboortedorp. Ze wil zestig jaar na haar vlucht drie witte rozen op het graf leggen van haar grote liefde Steven, die door de Duitse bezetter als onderduiker werd geëxecuteerd. Hoe Steven kon worden opgepakt, is haar nooit duidelijk geworden. Verraad? Misschien. Het dorp zweeg na de oorlog, iedereen had destijds wel wat anders aan zijn hoofd. Joke vertrok en probeerde te vergeten, maar dat lukte niet. En nu staat ze hier, terwijl dat vreemde kind ongeduldig aan haar mouw trekt: “Kijk dan, Joke.”

Ave Maria

De oude Joke ziet haar jongere zelf tot leven komen, lachend in haar vriendinnengroepje van toen. En nee toch, daar ziet ze Steven. Steven die haar overhaalt om het Ave Maria te zingen omdat hij nog nooit van zijn leven zoiets moois heeft gehoord. “Steven ...?” Hij hoort en ziet haar niet. Alle gebeurtenissen die Joke heeft geprobeerd te verdringen in de afgelopen zestig jaar spelen zich pal onder haar ogen af, ze staat er middenin en toch erbuiten. Dit wil ze helemaal niet. “Toe nou, Joke”, rolt het Meisje met haar ogen. “Ik kan het je alleen maar laten zien. Kijk goed.” En zo wordt ze tegen wil en dank meegesleurd in de gelukkigste en donkerste momenten van haar bestaan. Het Meisje dwingt oude Joke haar angsten onder ogen te zien. Met de waarheid komt het inzicht en de loutering. Joke neemt uiteindelijk zelf het heft in handen en drijft met de klokken haar boze geesten uit. Och Meisje.