
Het 70-koppige publiek houdt de adem in na de slotzin. Het beieren van de twee klokken waarmee de oude en de jonge Joke even daarvoor de boze geesten de weilanden in hebben gedreven, suist nog na in de oren. De plotselinge stilte, de pracht van het slotbeeld en de ontroering na de ontknoping houden de gemoederen nog even in de greep. Met een kort knikje geeft Greet Brouwer, de oude Joke, aan dat de voorstelling nu toch echt afgelopen is. Acteurs en muzikanten snellen terug om het daverend applaus in ontvangst te nemen, zelf ook onder de indruk over wat ze teweeg hebben gebracht, zo lijkt het.
Dat de muziektheatervoorstelling op en rond de terp van het Thomaskerkje Katlijk iets bijzonders beloofde, hadden liefhebbers al bijtijds in de gaten. “Twee maanden geleden waren alle voorstellingen al uitverkocht”, zegt productieleider Annely Noeverman. “We hebben in de gauwigheid drie extra voorstellingen ertussen weten te passen, maar nog meer lukt jammer genoeg niet.” De twee professionals van het ad-hocgezelschap, sopraan Eline Selie (de jonge Joke) en trompettist Luc Hudepohl (de expressieve bandleider) hebben eind van de week alweer andere verplichtingen. “Maar wie weet kunnen we nog ruimte vinden voor een reprise. Het succes heeft ons ook een beetje overvallen.” De Klok en het Meisje is op verzoek van het Oranjewoudfestival op poten gezet door Kameroperahuis uit Zwolle, een pool met jonge muziektalenten van uiteenlopende disciplines waar behalve Noeverman ook componist Stan Verberkt en regisseur Céline Hoex bij horen. Componist en regisseur hadden al eerder samengewerkt. “Maar nog nooit zo intensief”, aldus Verberkt. “De kunst was om de spelers en het publiek in het verhaal te houden”, beaamt Hoex. De voorstelling speelt zich namelijk af op maar liefst zes plekken in en om de Thomaskerk, de toeschouwers lopen op de wenken van het Meisje (13-jarig plaatselijk talent Ilona Schommel) mee in het verhaal. Aan Verberkt de taak om met de muziek de handelingen als vanzelf in elkaar te laten overlopen. “Ik had het eindstuk al vrij snel op papier. Daaruit heb ik thema’s gehaald die overgangen tussen de verschillende scènes begeleiden.” Hoex moest van het bonte gezelschap professionals en amateurs (tien acteurs van toneelvereniging De Twa Doarpen, vier conservatoriumstudenten uit Groningen en vijf middelbare scholieren van het Bornego) een geheel zien te smeden. En dat in een voorstelling die heen en weer springt in de tijd. “Af en toe was ik het overzicht ook even kwijt. Maar wat hielp is dat het verhaal sterk leeft in het dorp. De acteurs hielden mij bij de les.”






