
Op vrijdag 1 december vorig jaar kreeg Lieuwe Krol uit Beetsterzwaag een telefoontje van oud-burgemeester van Smallingerland Tjeerd van Bekkum, zelf nog niet zo lang baas van Culturele Hoofdstad. Of Krol niet op gesprek wilde komen? Het managementteam LF2018 zocht met spoed een nieuw hoofd marketing en communicatie nu de vorige wegens ‘verschil van inzicht’ was vertrokken. “Ik voelde me natuurlijk vereerd. Maar ik wist ook dat ik inmiddels de vierde op rij zou zijn. Ik zei tegen Van Bekkum dat ik dan eerst met een paar van zijn mensen wilde praten.” Dat regelde de LF-directeur meteen voor de maandag erna. Aan het eind van de middag zei Krol ja, onder voorwaarde dat hij één dag van de week voor Opsterland kon vrijhouden. De uitnodiging van LF2018 kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Al een paar dagen eerder had burgemeester Ellen van Selm hem aangeschoten. “Ze vertelde: ik ben bang dat ik onbedoeld een referentie over jou heb afgegeven. En ik weet niet of ik daar nu blij mee moet zijn, want je bent net voor ons begonnen.” Krol, zelfstandig organisatieadviseur en onder andere bedenker van Bourgondisch Beetsterzwaag, had Culturele Hoofdstad op de politieke agenda van Opsterland weten te krijgen. “Het bleef hier zo stil. Ik heb op een gegeven moment de gemeente gebeld en gevraagd hoe het kwam dat we zo weinig hoorden over LF2018.” Opsterland stelde zich nogal formeel op het standpunt dat de gemeente initiatieven vanuit de mienskip zou helpen faciliteren, niet meer dan dat. Subsidieaanvragen konden via het geëigende kanaal van het gemeentelijk cultuurbudget worden ingediend totdat het oorspronkelijke plafond van 25.000 euro voor incidentele of nieuwe projecten was bereikt. Dat schoot niet op, vond Krol. “Er bruisten en gistten allerlei ideeën: onder andere voor de Tinco-expositie in Beetsterzwaag, De Tocht langs de dorpen van het Koningsdiep, Haren in de Wind in Langezwaag, Het Friese Paard in Museum Opsterlân. Met de plannenmakers en de gemeente hebben we toen een avond in De Buor-skip belegd om de initiatieven voor het voetlicht te brengen. Daar hebben we ook het college en de raadsleden voor uitgenodigd.” Dat had effect, niet lang daarna schakelde de gemeente bij door 70.000 euro extra beschikbaar te stellen. Daarna gingen Krol en de gemeente met de Van Teyens Fundatie in gesprek. Zij verdubbelden het totaalbudget vervolgens tot bijna twee ton. “Toen werd het menens.”
Kulturele Haadstrjitte
De gemeente zag ook dat er ontwikkeling was. Gangmaker Krol werd gevraagd om een dag in de week als spin in het web te fungeren. Zo zette hij een eenvoudig online kaartverkoopsysteem op voor alle Opsterlandse initiatieven. Hij adviseerde over publiciteit, zorgde ervoor dat vergunningsaanvragen tijdig rondkwamen en bracht lokale plannenmakers en sponsors tot elkaar. Beetsterzwaag kende al veel culturele activiteiten, daar konden de eenmalige evenementen voor Culturele Hoofdstad mooi op aanhaken. “De kunst is om te varen op de dingen die er al zijn en dan daar een plus op te programmeren. Zo kwamen we uit op de paraplu van Kulturele Haadstrjitte. Je moet bezoekers reden geven om terug te komen.”Inzet op kwaliteit werkt aan alle kanten aanstekelijk, aldus Krol. Zo werden de zesduizend bezoekers van de Tinco-expositie ontvangen door een legertje van maar liefst zestig vrijwillige suppoosten. “Een topprestatie van de initiatiefnemers.” De middenstand speelde daar weer op in met Tincowijn, Tincobonbons of door een Tincomenu te serveren. Waarom lukt dat wel in Beetsterzwaag en niet in Gorredijk, vroeg Jacqueline Verhoef van Museum Opsterlân aan hem. “Ik heb toen een presentatie voor ondernemersvereniging Whi gegeven en gezegd: wat in Beetsterzwaag kan, kan in Gorredijk ook. Investeren in cultuur is ook noodzaak voor de langere termijn, de economische groei voor Friesland zit in het internationaal cultuurtoerisme wijzen de cijfers over bestedingen uit. We hebben hier geen Elfsteden, geen strand en geen meren, maar wel een aanlokkelijk landschap met karakteristieke dorpen en een bijzondere geschiedenis. Zet daar de schijnwerper op en doe het met elkaar, want anders komen bezoekers niet.”
Britse Kwaliteitskranten
Bij zijn entree in de hectische mallemolen van LF2018 werd het Krol al snel duidelijk dat hij die ene dag voor Opsterland moeilijk kon blijven waarmaken. Hij schakelde daarop zijn oude kompaan van Bourgondisch Beetsterzwaag Martijn Beekhuizen in om aan het thuisfront te helpen. Zijn eerste maand in Leeuwarden stond vooral in het teken van de opening van Culturele Hoofdstad. Daarna kwam het pas tot een analyse van wat goed ging en wat niet. “De basis was goed. Er lag een degelijk plan en er stond een fantastisch team met veel jonge mensen.”De LF2018-website blonk echter niet uit door overzichtelijkheid en had verbetering nodig. Ook de aandacht van de buitenlandse pers kon bijsturing gebruiken. “Er was voldoende aandacht, maar we vonden onszelf te weinig terug in de toonaangevende cultuur- media. Het Deense Aarhus, dat op een succesvol CH-jaar terugkeek zei: “Als je de Britse kwaliteitskranten weet te interesseren volgen de rest van de Europese media vanzelf.”
Via een extra Brits persbureau lukte het om in kranten als The Guardian te verschijnen. Journalisten hadden volop belangstelling voor een volledig verzorgd meerdaags programma aan highlights. “Voor 1.500 euro per journalist kregen we zo veel aandacht in de buitenlandse media. Dat bracht het gewenste sneeuwbaleffect: de BBC en het Duitse ARD stuurden ploegen en er bleven veel buitenlandse aanvragen komen.”











