Cultuur

Barokke hofdansen bij meespeelorkest in Piterkerk

‘Journal du Printemps’ (het verslag van de lente) is een verzameling van twaalf danssuites in Franse barokke stijl. Uit de veertien ensembles die Ars Musica rijk is speelden 25 muzikanten ter afsluiting van het ensembleseizoen mee in het meespeelorkest. “We hebben vandaag een beetje veel blazers, veel strijkers zijn al op vakantie.” Toch zijn er voldoende musici om een mooi orkest te vormen, vindt Paul van der Voort. “In plaats van vijf hebben we nu van alle instrumenten ongeveer twee.” Samen met Marianne Heeres heeft Van der Voort de leiding over het meespeelorkest.

Afbeelding
Zaterdagmiddag liet het meespeelorkest van Ars Musica in de Piterkerk de pruikentijd herleven met het ‘Journal du Printemps’ van Johann Ferdinand Fischer. De barokke hofdansen uit de 17e eeuw klinken ook in een 19e-eeuwse kerk nog bijzonder goed.

Niek (10) en Joost (12) uit Zuidhorn zijn de jongste deelnemers. Ze zijn met moeder Marianne meegekomen. Niek is de enige vioolspeler. “Mijn ouders spelen klarinet en blokfluit. Ik ben niet zo van het blazen.” Het is bijna 25 graden in de Piterkerk. Zou hij niet liever in het zwembad liggen? “Echt niet. Dit is veel leuker.” Ook broer Joost bespeelt een snaarinstrument. In de bassectie van het orkest tovert hij prachtige klanken uit zijn cello.

Toonladders in soorten en maten weerklinken. “Ik wil graag eerst even stemmen.” De dirigente heeft moeite om de kakofonie te overstemmen. “Er is hier zoveel geluid. Het hele orkest gaat een beetje als een grote soep klinken. We moeten ons een beetje aanpassen aan de ruimte. Probeer iets meer staccato te spelen, dan klinken de andere nootjes daar heel mooi onder.” De musici hebben de partijen thuis ingestudeerd. Altijd maar weer afwachten hoe het in zijn geheel gaat klinken. “Mooi, heel mooi”, complimenteert Marianne.

In pittig staccato pieken de sopraanfluiten hoog boven de strijkers, tokkelaars, houtblazers en klavecimbelspeler uit. Deel één van ‘Journal du Printemps’ is een suite. Niet moeilijk voor te stellen hoe edellieden in vervlogen tijden op deze muziek over de dansvloer zwierden. “Zullen we het tweede deeltje iets Franser spelen? De kwartnoten puntig spelen”,  houdt Marianne de musici voor. “Het wordt er heel elegant van. De luisteraar kan dan ook beter de verschillende melodietjes horen.” Het orkest is aanbeland bij de Marche. “Hoe kunnen we nog zachter spelen zonder dat het knettervals wordt?” Lastig, beaamt de dirigente. Want hoe zachter je op een blokfluit speelt, hoe valser het vaak klinkt. Een trucje: “Je hoeft niet de hele tel vol te spelen. De akoestiek doet de rest.”

Paul van der Voort neemt het dirigeerstokje over. Op de lessenaar ligt ‘Air des combattants’. Een oorlogsdans legt hij uit. “Vroeger was dat vermaak en humor. In die tijd was oorlog veel normaler, maar veel lokaler. In deze dans wordt de oorlog uitgebeeld.” Schijnbaar moeiteloos speelt het orkest het opzwepend tempo van marcherende troepen en zwiepende zwaarden. Gelach klinkt na de laatste noot. Zo, die zit erop. “Fantastisch! Dit was waar ik op had gehoopt.”

arsmusica.nu