Christiaan Kuitwaard portretteert Friese dichters
Met deze portrettenserie bewijst Kuitwaard opnieuw dat zijn kracht ligt in het relativeren en reduceren. Hij portretteert de dichters met geloken ogen. Het werk van Kuitwaard is verre van uitbundig. In de reductie en minimal painting zoekt hij zijn eigen wegen op het doek. Hij laat de toeschouwer werkelijkheden ontdekken in het spel van licht en schaduw. Contouren van schaduwen verheft hij tot illusies, herinneringen maakt hij wakker. “Ik ben altijd op zoek naar de essentie, ook bij het portretteren van de dichters”, verklaart hij. In zijn atelier op het voeteneind van zijn tuin mijmert en filosofeert Kuitwaard graag over relativering en verstilling. Daarbij laat hij zich niet alleen door een schildersezel en verfkwasten vergezellen. In zijn atelier staat een muziekinstallatie, waaruit hij graag de muziek van Arvo Pärt laat klinken. De componist uit Estland is met zijn tintinnabulare en vaak sacrale muziek een grote inspirator.

Licht en schaduw
‘Dichters als stilleven’ is een portretproject, waarbij de stijl van Christiaan Kuitwaard onmiskenbaar is. Niet de ogen laat hij spreken, maar de gelaatstrekken. Licht en schaduw spelen, hoe kan het ook anders, een bepalende rol. “Immers als schaduwpartijen nauwkeurig worden weergegeven, wordt de plasticiteit van het gezicht duidelijk”, legt Kuitwaard uit. Heel bewust schildert hij de dichterlijke hoofden met geloken ogen. “Als je naar een gezicht kijkt, blijft je blik vaak bij de ogen hangen. We kijken elkaar altijd aan.” Door de ogen in zijn portretten niet te tonen, komt de focus veel meer op het gezicht als entiteit te liggen. “Zo zal de kijker de vormen van het gezicht beter bekijken”, denkt Kuitwaard. Tijdens de werkweek in Leeuwarden portretteert hij een aantal dichters in het Open Atelier. Hij werkt daarbij met een camera lucida. Dit hulpmiddel uit de 19e eeuw bevat een prisma, waarmee je taferelen op tekenpapier kunt projecteren. In dit geval doet Kuitwaard dit met de gezichten van de dichters. Zo kan hij vrij eenvoudig de juiste verhoudingen ‘overtrekken’. Daarna begint de artistieke uitwerking van het gezicht. Hij maakt de portretten op papier en gebruikt daarbij alleen inkt in vele tinten grijs.
Tijdens de portretsessie hebben de dichters de ogen dicht. “De geportretteerden moeten wel vertrouwen hebben. Ze zien niets als ik aan het werk ben.” Dat vertrouwen is kennelijk geen probleem. De portretten van Aggie van der Meer, Johan Veenstra, Jan Kleefstra, Elske Kampen, Eppie Dam, Baukje Wytsma en Wilco Berga zijn al klaar. Ernst Bruinsma van de Afûk selecteerde de dichters.
Sober en verstild
In veel van zijn werk reduceert Kuitwaard voorwerpen tot schaduwen. Toch, of misschien juist daardoor, creëert hij onmiskenbare werkelijkheden. Deze schijnbare tegenstelling is ook herkenbaar in het levensverhaal van Kuitwaard. Misschien zelfs wel in zijn gestalte. Hij oogt als een lange, stoere gestalte, maar heeft een verrassend zachte uitdrukking in zijn gezicht.
Hij begon zijn werkzaam leven met een stoere baan bij de marine. Na vier jaar zei hij het zeemansleven vaarwel en meldde zich aan bij kunstacademie Minerva in Groningen. Die overgang was te zacht voor hem. “We kregen niet eens huiswerk mee naar huis.” Dat moest anders. “Toen maakte ik de overstap naar de christelijke kunstacademie in Kampen.” Daar wist men wel van wanten en Kuitwaard voer er wel bij. Toen hij klaar was, gelijk een beroemd schilder? “Nee, zeker niet. Ik heb wel zes of zeven jaar geschilderd zonder enige respons. Pas toen Thom Mercuur mijn leven binnentrad, kwam er leven in de brouwerij. Thom was de eerste die een schilderij van me kocht.” Mercuur zorgde ook voor de eerste tentoonstelling.
Kuitwaard had in aanvang dus duidelijk tijd nodig om de eigen stijl te vinden. “Het komt in stappen, je moet telkens weer relativeren.” Zijn aanvankelijk meer figuratieve uitingen kregen in de loop der jaren een steeds hoger abstractieniveau. “Ik probeer me altijd af te vragen: Is dit het wel? Ik wil graag sobere, verstilde dingen maken. Zo ben ik steeds dichter bij de schaduwen gekomen.” Kunst maken is op reis gaan en jezelf telkens weer opnieuw ontdekken. “Ik voel me aangetrokken en geïnspireerd door de muziek van Arvo Pärt. Zoals hij simpele muziek ongelofelijk mooi maakt, zo wil ik graag schilderen.” Arvo Pärt heeft heel wat reizen door het notenschrift gemaakt, voordat hij zijn tintinnabulare composities op papier zette. Pärt blijft net als Kuitwaard altijd op zoek naar de essentie. Zolang dat zo blijft, blijft de muziekinstallatie een vast element in het Oldeberkoper atelier.







