De bosjes waar besmet vee werd begraven
GORREDIJK Ze zijn er nog, links en rechts in het landschap. Kleine bosjes, eilandjes in groene weiden. Plekken waar vroeger vee werd begraven dat overleed aan zeer besmettelijke ziekten. Overblijfselen uit de tijd dat er nog geen destructiebedrijven waren. Plekken die nog steeds gevaarlijk kunnen zijn.

Jacob van der Vaart weet het nog uit de tijd dat hij opgroeide in Delfstrahuizen. “Der wie in boskje dêr’t wy net komme mochten. Dêr wie fee begroeven. Mar at je der net komme meie, dan woenen je as jonge der krekt wol hinne. At der iis lei, dan koene wy der wol oer it sleatsje komme.” Het platteland telde veel meer van dergelijke miltvuurbosjes. Van der Vaart werkte als geograaf jarenlang bij de Fryske Akademy en deed onderzoek naar de geschiedenis van het landschap.
Dierziekten konden veehouders ook in het verleden zwaar treffen. Zeker uitbraken van de hele besmettelijke dierziekten zoals miltvuur, veepest en mond-en-klauwzeer hadden grote gevolgen. Waarbij miltvuur extra gevaarlijk was, omdat het kon overslaan naar mensen. In de 19e eeuw kwam het Rijk in actie, door bij uitbraken in te grijpen. Zieke dieren werden afgemaakt, boeren kregen een vergoeding.
De besmette dieren werden begraven op een apart stukje land, het liefst minimaal honderd meter van de boerderij verwijderd. “Elke boer hie wol in min stikje grûn dêr’t dat koe, der waard praktysk tocht”, licht Van der Vaart toe.
In archieven dook Van der Vaart hele administraties op over de ruimingen, inclusief alle bijkomende kosten. Zoals de ongebluste kalk, loonkosten, hekwerken en de kosten van de versnaperingen voor degenen die erbij betrokken waren. In laaggelegen stukken land werd een sloot rond de begraafplaats gelegd om grazend vee en nieuwsgierigen op afstand te houden. In hoger gelegen delen had een sloot minder nut en kwam er een hekwerk. Maar de eerste dagen na de aanleg was ook bewaking nodig. “Der sieten altyd goede stikken fleis oan sa’n bist. Dêr woenen guon noch wol in ko foar opgrave.”
Ondanks de nauwkeurige administratie van de kosten zijn de plekken van de miltvuurbosjes niet vastgelegd. Die plekken zijn lang van generatie op generatie doorgegeven, maar veel van deze bosjes zijn inmiddels geruimd. En dat kon best gevaarlijk zijn, vooral als het om miltvuur ging. De miltvuurbacterie kan volgens Van der Vaart wel 150 jaar besmettelijk blijven. Deze bacterie staat ook wel bekend als antrax, jaren geleden nog gebruikt in de zogenaamde poederbrieven.
Er zijn gevallen bekend waar het misging. In de vijftiger jaren bijvoorbeeld in Oudeschoot, waar een boer zand gebruikte dat later afkomstig bleek van een opgeruimd miltvuurbosje. Een koe raakte besmet, net als de slager die hem afmaakte. Een paar dagen later werd ook de boer zelf met miltvuur in het ziekenhuis opgenomen.
Maar ook in de zeventiger jaren, bij de verdubbeling van de A7 bij Beetsterzwaag stak miltvuur nog even de kop op. Waarschijnlijk ook als gevolg van een geruimd miltvuurbosje. Dit verhaal dook twee jaar geleden op toen documentair fotograaf Janne van Gilst vanuit Kunsthuis SYB in Beetsterzwaag onder andere via deze krant op zoek ging naar verhalen rond miltvuurbosjes. “Eins is it ûnbegryplik dat der gjin kaarten makke binne, wêr’t dizze boskjes op oanjûn binne. Want se kinne dus wol in gefaar opsmite foar de folksûnens.”
De aanleg van miltvuurbosjes stopte ongeveer honderd jaar geleden toen destructiebedrijven werden opgericht. Kadavers werden voortaan afgevoerd. Veel pestbosjes raakten daarna in de vergetelheid. En de ruilverkaveling in de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren deed de rest. Veel gekke en onrendabele begroeide hoekjes werden toen aangepakt.
Een goede inventarisatie van de miltvuurbosjes ontbreekt dus. Ieder klein bosje midden in het land kan een miltvuurbosje zijn, maar dat hoeft niet. En volgens Van der Vaart hoeft ook niet ieder bosje, waaronder dood vee is begraven, gevaarlijk te zijn. “Der kin ek fee lizze dat oan bygelyks de longsykte of MKZ stoarn is en dat kin foar de mins no gjin kwea mear.”
Geograaf Jacob van der Vaart verzorgt een lezing in het kader van de Sa! Moanne fan it Erfskip over de achtergrond van de miltvuurbosjes op woensdag 8 november (19.30 uur) in Doarpshûs De Swingel in Wijnjewoude. Entree: 5 euro.









