Ingezonden

Ingezonden: Ik ben een pad

Afbeelding
wandelen
Niet zo’n springbeest met vier poten, maar een pad om overheen te wandelen. In mijn geval naast de sloot en tussen de grote bomen langs De Wrotterspôle in Gorredijk.
Ik besta al zolang ik mij herinner, vele generaties hebben mij betreden. Ik luister naar hun gesprekken. Over de natuur om ons heen, de prachtige volkstuinen en over hun zielenroerselen. Maar ik vertel niets door. Op een dag is het schrikken, alle struiken worden gerooid. Maar de mensen zeggen: ‘Ach die groeien wel weer aan’. Daarna is men maanden bezig de weg te verbeteren. Gelukkig ben ik er om de mensen van dienst te zijn. Ook komt er een prachtige stoep. Ik denk: dat is mooi. Nu kunnen rollators, rolstoelen en kinderwagens ook makkelijk langs dit mooie plekje. Dan zijn er ineens grote werktuigen met krabbers om mijn stevige loopverharding te verwijderen. Wat ben ik nou voor pad? Mij is niks gezegd, ik heb niks verkeerds gedaan. Het is voor de bloemen, hoor ik.
De mensen lopen gewoon door op de plek waaronder ik me bevind.  Wat is er mis met mij? Ik hou van bloemen, hoe meer hoe liever. Kinderen rijden nu met hun fietsjes door de ingezaaide bloemen. Daar kunnen zij niets aan doen, ze zien me niet meer. Plots staat er prikkeldraad. Aan het begin, aan het eind en in het midden. Ik hoor de mensen mopperen: ‘Ik ga niet met de hond op de stoep lopen. Dan loopt de hond over de ingezaaide bloemen, ik neem het oude pad’. Een ander moppert: ‘Ik loop niet naast die racende auto’s om me bij regen nat te laten spatten’. Ze mopperen best hard, daarom kan ik dit wel doorvertellen. Ik doe mijn best om weer stevig te worden en op te vallen. Na een week ben ik weer zichtbaar. Mensen die het gewend zijn blijven gewoon over mij heen wandelen. Ze moeten alleen om dat onvriendelijke prikkeldraad heen. Wat heeft de bedenker bezield? Is dat prikkeldraad voor de ingezaaide bloemen of om mij uit te bannen? Ik heb mijn bedenkingen, ik lever zo graag mijn bescheiden bijdrage aan een natuurvriendelijk milieu. Die stoep en ik als pad kunnen toch wel samengaan? Tussen die prachtige bloemenzee straks.
Ik ben een pad (Yoke Hagen, Gorredijk)