
Wij beseffen dat de energietransitie voor iedereen een grote opgave is. En ook niet altijd een gemakkelijke. Want bij een transitie moet je keuzes maken. Daarom hebben wij het college van B en W vragen gesteld over een eventuele mestvergister in de gemeente. Wij vinden het jammer dat de schrijvers suggereren dat we een politiek spel spelen. Wij spelen geen spelletjes en dus ook niet over de ruggen van inwonersgroepen die zich met ziel en zaligheid inzetten voor verduurzaming. Maar mestvergisters zijn niet ontstaan voor opwekken van groengas, maar om mest weg te werken. Nutriënten in de mest zoals stikstof en fosfor vergisten niet.
De schrijvers stellen dat de koeien in de wei blijven. Dat maakt ons blij. Maar daar waar de koeien in de wei staan, komt de mest niet in de vergister. In die zin draagt mestvergisting niet bij aan weidegang. Het effect van digestaat, het restproduct van mestvergisting, op de bodem is nog steeds onderwerp van onderzoek, het is onduidelijk of het wel goed is voor de grond. In verschillende gevallen zijn er met succes procedures tegen mestvergisters gevoerd. De mensen van de ‘groene’ partijen waar de schrijvers op doelen juichen verduurzaming toe.
En of ze nu Happy Socks, sportsokken of panty’s in hun la hebben liggen, ze willen wel vragen kunnen stellen om te beoordelen of er met de komst van een mestvergister echt sprake is van een win-winsituatie. Onze partijen willen ook belangen van omwonenden van de beoogde locatie voor een mestvergister laten meewegen. Dat is ook een taak van volksvertegenwoordigers. Want wij hebben nog geen inwoners gehoord die een grote centrale mestvergister in hun achtertuin willen.
René Koopmans (D66) Henk Hoen (BAS) Elske Beintema en Johan Sieswerda (GroenLinks-OpsterLanders)







