
In een mestvergister zitten geen gisten, die kunnen daar niet leven. De term vergister kun je beter vervangen door degradatie-installatie. Er vindt namelijk geen opbouw maar afbraak plaats.
Methagene bacteriën zetten koolstofverbindingen (lees energie) om naar door ons te verbranden ‘groen gas’, ook een naam die niet klopt. Bij verbranding van methaan (CH4) ontstaat koolstofdioxide (CO2). Hoe groen is dit? We willen toch naar minder CO2 in de atmosfeer? Als restproduct ontstaat digestaat dat kan worden ingezet als kunstmestvervanger. Dit klinkt mooi, maar je kunt geen twee ruggen uit een varken snijden.
Digestaat heeft nadelen, het komt uit de degradatie-installatie en bevat onder andere veel colibacteriën, ziekteverwekkers dus. In de Verenigde Staten is pasteurisatie van digestaat verplicht voordat je het in de groenteteelt kunt gebruiken, een bewerking die energie kost. Willen we ziekteverwekkende digestaat gebruiken dat de bodemvruchtbaarheid niet ondersteunt? Of gaan we ziekte-onderdrukkende bodems bouwen met kwaliteitsmest? Er is een verschil tussen mest en mest. In twee handen vruchtbare grond zit meer leven (bacteriën en schimmels) dan er mensen op aarde geboren zijn. De provincie wil een vijfsterrenlandbouw en daarvoor is ‘plant’-aardige vijfsterrenmest nodig. Deze ‘beestjes’ willen graag goede voeding zoals gerijpte mest, bokashi (gefermenteerd organisch materiaal) of compost.
Nog een praktisch punt. Een goede gasopbrengst in de vergister vraagt om ‘dagverse’ mest, dat betekent extra vervoersbewegingen rond het dorp. Bovendien gebruik je dan de huidige mestopslagruimte bij de boerderijen niet optimaal.
Het overgrote deel van de boeren wil graag samenwerken aan betere oplossingen. Door mest te laten rijpen (fermenteren) verbeter je de kwaliteit en kun je minder kunstmest gebruiken. Kunstmestproductie vraagt veel energie. De productie van tien ton kalkammonsalpeter kost bijvoorbeeld 3.600 m3 aardgas, de jaarconsumptie van twee gezinnen in goed geïsoleerde woningen. Minder kunstmest is dus een energiebesparing. Ik gebruik op mijn bedrijf in Wijnjewoude 25 ton minder kunstmest dan ik volgens de norm mag strooien. Een besparing van 9.000 m3 gas, zonder grote investeringen.
Bij de opbouw van bodemvruchtbaarheid door humus sla je CO2 op in de bodem. Humus werkt als een spons. Een procent extra humus betekent 400 m3 extra waterberging per hectare en 25 kilo stikstof minder bemesting. Iedereen die nadelen kan bedenken van regeneratieve (herstellende) landbouw brengen wij een worteltaart.
‘Dy’t net donget dy’t net ponget’.
Wietse Cor Faber (melkveehouder Wijnjewoude)
Theo Mulder (Kollumerzwaag, voorzitter Symphony of Soils)
Methagene bacteriën zetten koolstofverbindingen (lees energie) om naar door ons te verbranden ‘groen gas’, ook een naam die niet klopt. Bij verbranding van methaan (CH4) ontstaat koolstofdioxide (CO2). Hoe groen is dit? We willen toch naar minder CO2 in de atmosfeer? Als restproduct ontstaat digestaat dat kan worden ingezet als kunstmestvervanger. Dit klinkt mooi, maar je kunt geen twee ruggen uit een varken snijden.
Digestaat heeft nadelen, het komt uit de degradatie-installatie en bevat onder andere veel colibacteriën, ziekteverwekkers dus. In de Verenigde Staten is pasteurisatie van digestaat verplicht voordat je het in de groenteteelt kunt gebruiken, een bewerking die energie kost. Willen we ziekteverwekkende digestaat gebruiken dat de bodemvruchtbaarheid niet ondersteunt? Of gaan we ziekte-onderdrukkende bodems bouwen met kwaliteitsmest? Er is een verschil tussen mest en mest. In twee handen vruchtbare grond zit meer leven (bacteriën en schimmels) dan er mensen op aarde geboren zijn. De provincie wil een vijfsterrenlandbouw en daarvoor is ‘plant’-aardige vijfsterrenmest nodig. Deze ‘beestjes’ willen graag goede voeding zoals gerijpte mest, bokashi (gefermenteerd organisch materiaal) of compost.
Nog een praktisch punt. Een goede gasopbrengst in de vergister vraagt om ‘dagverse’ mest, dat betekent extra vervoersbewegingen rond het dorp. Bovendien gebruik je dan de huidige mestopslagruimte bij de boerderijen niet optimaal.
Het overgrote deel van de boeren wil graag samenwerken aan betere oplossingen. Door mest te laten rijpen (fermenteren) verbeter je de kwaliteit en kun je minder kunstmest gebruiken. Kunstmestproductie vraagt veel energie. De productie van tien ton kalkammonsalpeter kost bijvoorbeeld 3.600 m3 aardgas, de jaarconsumptie van twee gezinnen in goed geïsoleerde woningen. Minder kunstmest is dus een energiebesparing. Ik gebruik op mijn bedrijf in Wijnjewoude 25 ton minder kunstmest dan ik volgens de norm mag strooien. Een besparing van 9.000 m3 gas, zonder grote investeringen.
Bij de opbouw van bodemvruchtbaarheid door humus sla je CO2 op in de bodem. Humus werkt als een spons. Een procent extra humus betekent 400 m3 extra waterberging per hectare en 25 kilo stikstof minder bemesting. Iedereen die nadelen kan bedenken van regeneratieve (herstellende) landbouw brengen wij een worteltaart.
‘Dy’t net donget dy’t net ponget’.
Wietse Cor Faber (melkveehouder Wijnjewoude)
Theo Mulder (Kollumerzwaag, voorzitter Symphony of Soils)






