Ingezonden

Ingezonden: Wees zuinig op ons mooie landschap

Door: Redactie

Hoe de ruimte in de gemeente gebruikt mag worden, staat nu nog beschreven in bestemmingsplannen. Door de invoering van de Omgevingswet (1 januari 2024) worden bestemmingsplannen vervangen door een omgevingsplan.

Afbeelding

Met deze verandering wil de overheid de regels voor initiatieven die invloed kunnen hebben op de ruimtelijke omgeving vereenvoudigen en bundelen. Een verandering die risico’s meebrengt voor de inrichting van ons landschap.

Grondlegger voor het omgevingsplan is de omgevingsvisie. Deze visie schetst de hoofdlijnen van de ontwikkelingsrichting voor de woon-, werk-, en leefomgeving op de langere termijn.

Op 3 juli neemt de gemeenteraad een besluit over de omgevingsvisie van Opsterland. Hoewel deze visie veel goede inzichten en mooie intenties bevat, zijn er enkele essentiële veranderingen en aanvullingen nodig. 

Uitgebreid wordt in de visie beschreven hoe ons landschap is ontstaan, maar over de huidige staat ervan en de ecologische betekenis van gebieden (binnen en buiten de dorpen) is er niets in te vinden. 

De visie bevat ten aanzien van de natuur, de biodiversiteit, de ecologische kwaliteit bovendien geen bruikbare doelstelling. Er staat alleen: de natuur mag niet verder verslechteren en moet liefst verbeteren. Maar ten opzichte waarvan? Van welk niveau? Van welk moment? En: welke kwaliteit van landschap, natuur willen we bereiken? De omgevingsvisie zwijgt hierover.

Dit is een essentieel gebrek. De omgevingsvisie moet duidelijk de hoofdrichting aangeven van de landschappelijke ontwikkeling die we in Opsterland wensen.  Zonder zo’n richtsnoer kun je plannen niet beoordelen op hun effect voor het landschap in brede zin (landschap, natuur, biodiversiteit, bodem, water).                                                                                                                                                                 

Temeer omdat het systeem van de komende Omgevingswet veel ruimte biedt voor nieuwe ontwikkelingen. Het huidige principe: ‘nee, tenzij’ (wat niet in het bestemmingsplan voorkomt, mag niet, tenzij de indiener van een plan duidelijk kan maken dat een uitzondering positief is) verandert in ‘ja, mits’ (alles mag, tenzij de gemeente te negatieve effecten kan aantonen). 

Een vage omgevingsvisie biedt te veel speelruimte voor al dan niet op eigenbelang gerichte plannen met het risico op een landschap dat we niet willen. Zo’n vage visie biedt ook onvoldoende fundament voor het gemeentebestuur om ongewenste plannen tegen te houden. 

Gemeenteraad, stel een omgevingsvisie vast die de gewenste kwaliteit van ons landschap duidelijk beschrijft en voldoende houvast geeft! 

Bestuur Natuurvereniging Geaflecht