
De compositie is een allegaartje, er klopt niets van het perspectief, de verhoudingen slaan nergens op en het afgebeelde skûtsje lijkt meer op een Vikingschip dan op wat anders. Maar aandoenlijk is de voorstelling wel en de kleuren zijn ronduit magnifiek. Het olieverfschilderij in primitieve stijl verbeeldt de verschillende stadia van het turfmaken in de laagveenderij. Rechtsonder baggelt een van de figuurtjes de ‘klyn’ uit het petgat in de mengbak. Een ander stampt met plankjes onder de klompen de smurrie aan. Daar weer naast steekt een ‘turfmakker’ de moppen uit. Op de achtergrond een woonkeet, een aantal droogschuren en de vaart met het skûtsje dat een lading komt ophalen. Een hoge hoed en een platte pet doen aan handjeklap, waarschijnlijk de veenbaas en de turfschipper. En dan nog twee figuurtjes, allebei met een stok in de hand. Om de turfstapels te meten? Hoewel het schilderij geen zichtbaar jaartal of plaatsaanduiding heeft, denkt Marijke dat de afbeelding rond 1830 in de buurt van Heerenveen is gemaakt. “Het schilderij zat bij ons thuis ingebouwd in de schoorsteenmantel.” De boerderij in Nieuwebrug stamde uit 1832, dus het schilderij moet daarvoor zijn gemaakt. Dat ze het nu weer in haar handen houdt, is ook een verhaal apart. “Wij waren het enige katholieke gezin in het dorp en kerkten in Heerenveen. In die tijd droeg in Gorredijk pater Lemmens de mis op in een pakhuis aan de Kerkewal. ‘Op zolder’ noemden we dat. Gorredijk vormde in de jaren vijftig een soort uithof van het klooster van de franciscaner minderbroeders in Drachten. Pater Lemmens was me er eentje, hij struinde in de wijde omgeving alle parochies af om bij de katholieke boeren spullen af te troggelen voor de bouw van een eigen kerk. En van mijn moeder kon de charismatische pater van alles krijgen voor zijn fancy fair.”
Triest ding
Zo ook het schoorsteenmantelstuk. Marijke vermoedt dat haar moeder de gelegenheid ook aangreep om op een nette manier van het schilderij af te komen. “Ze vond het toch al een triest ding.” En haar moeder niet alleen, op de fancy fair bleef het schilderij onverkocht. De Sint Pauluskerk kwam er evengoed. Overigens bekoelde moeders sympathie voor pater Lemmens danig toen hij later trouwde en het celibaat opgaf. Onder zijn opvolger pater Van Ulden, de initiator van de Turfroute, kreeg het tafereel evenwel een ereplek in de pastorie. “Pater Van Ulden was er verrukt van en heeft het stuk laten restaureren. Hij heeft het zelfs aangeboden aan het Fries Museum en aan Museum Opsterlân.”Het schilderij hangt nu in het kantoortje van het kerkbestuur, waar echtgenoot Cees als penningmeester en gebouwbeheerder deel van uit maakt. “Na allerlei omzwervingen zijn we uiteindelijk hier in Gorredijk neergestreken. En zo kwam ik weer oog in oog te staan met het schilderij waarvoor ik als kind op mijn knietjes Weesgegroetjes heb opgezegd.”






