
Vijfentwintig jaar na de genocide in Rwanda loopt de beul die Joséphine Mukarubayiza martelde, nog altijd vrij rond. Een onverteerbare gedachte, vindt Bart Ledegang uit Nij Beets. In zijn literaire thriller ‘De Perfect Onmenselijke’ gaat de oud-televisiejournalist op zoek naar gerechtigheid.
Voordat Ledegang aan zijn roman begon, vroeg hij aan dorpsgenote Joséphine of hij delen van haar levensverhaal mocht gebruiken. Dat mocht. “Joséphine is ook de eerste die het boek heeft gelezen. ‘Heel mooi’, zei ze na afloop. ‘Ze zouden me nu mogen bellen’.” Die ‘ze’ is het Team Internationale Misdrijven (TIM) dat oorlogsmisdadigers opspoort. Ledegang wist voor de research voor zijn boek toegang te krijgen tot de speciale afdeling van de landelijk recherche in Woerden. ‘De Perfect Onmenselijke’ draait om een bizarre ontmoeting die ook in de werkelijkheid plaatsvond. Als enige van haar familie overleeft Joséphine Mukarubayiza het etnisch geweld van 1994 in Rwanda. Door martelingen zwaargewond wordt het meisje opgevangen in Nederland. In 2009 bezoekt Joséphine een doopfeest op de Veluwe. Daar komt ze onverwacht oog in oog te staan met haar voormalige beul. Uit angst voor herkenning verstopt ze zich, vertelt ze later aan Ledegang. “Maar moeten we dan niet achter hem aan om hem voor het gerecht te dagen, vroeg ik haar. Dat durfde ze toen niet.”
“Vervolgens wordt hij de geschiedenis van Imara ingezogen. Als ook zij op een doopfeest haar beul ontmoet, besluit mijn hoofdpersoon achter hem aan te gaan. Hij weet zijn redactie te overtuigen dat de zoektocht een spannend verhaal oplevert en krijgt een televisieploeg tot zijn beschikking. Moeilijkheid is de bewijsvoering, in de chaos na de slachtpartijen in Rwanda zijn zowel slachtoffers als daders halsoverkop gevlucht om elders asiel aan te vragen. Zo kan het gebeuren dat ze elkaar vijftien jaar na dato in een volstrekt andere wereld tegen het lijf lopen. Met behulp van het TIM achterhaalt de journalist, deels in Afrika zelf, stukje bij beetje wat er destijds heeft plaatsgevonden.”
In zijn boek doet Ledegang ook een poging het mechanisme te ontrafelen dat aan etnische gruwelijkheden ten grondslag ligt. “Voor ons onvoorstelbaar, maar kijk om je heen. Soedan, Syrië; sinds Rwanda zijn genocides niet gestopt. Kennelijk huist er iets in de mens dat in staat is tot het perfect onmenselijke.”
Voordat Ledegang aan zijn roman begon, vroeg hij aan dorpsgenote Joséphine of hij delen van haar levensverhaal mocht gebruiken. Dat mocht. “Joséphine is ook de eerste die het boek heeft gelezen. ‘Heel mooi’, zei ze na afloop. ‘Ze zouden me nu mogen bellen’.” Die ‘ze’ is het Team Internationale Misdrijven (TIM) dat oorlogsmisdadigers opspoort. Ledegang wist voor de research voor zijn boek toegang te krijgen tot de speciale afdeling van de landelijk recherche in Woerden. ‘De Perfect Onmenselijke’ draait om een bizarre ontmoeting die ook in de werkelijkheid plaatsvond. Als enige van haar familie overleeft Joséphine Mukarubayiza het etnisch geweld van 1994 in Rwanda. Door martelingen zwaargewond wordt het meisje opgevangen in Nederland. In 2009 bezoekt Joséphine een doopfeest op de Veluwe. Daar komt ze onverwacht oog in oog te staan met haar voormalige beul. Uit angst voor herkenning verstopt ze zich, vertelt ze later aan Ledegang. “Maar moeten we dan niet achter hem aan om hem voor het gerecht te dagen, vroeg ik haar. Dat durfde ze toen niet.”
Imara
Wat als dat wel gebeurt? Het idee om een roman te schrijven waarin gerechtigheid wel zijn beloop krijgt, ontstaat als Ledegang voor langere tijd door ziekte aan huis gekluisterd zit. “Ik heb daarvoor elementen uit Joséphine’s verhaal gebruikt en geput uit mijn eigen ervaringen.” Het boek begint als de hoofdpersoon, een televisiejournalist, een brief ontvangt van zijn zojuist overleden vader. In de postmortem-brief spoort zijn vader hem aan zich te ontfermen over Imara, een Rwandese waarvan de zoon zich al afvroeg wat ze op de begrafenis deed. Hij ziet haar bij toeval weer op een perron en dan begint het balletje te rollen.“Vervolgens wordt hij de geschiedenis van Imara ingezogen. Als ook zij op een doopfeest haar beul ontmoet, besluit mijn hoofdpersoon achter hem aan te gaan. Hij weet zijn redactie te overtuigen dat de zoektocht een spannend verhaal oplevert en krijgt een televisieploeg tot zijn beschikking. Moeilijkheid is de bewijsvoering, in de chaos na de slachtpartijen in Rwanda zijn zowel slachtoffers als daders halsoverkop gevlucht om elders asiel aan te vragen. Zo kan het gebeuren dat ze elkaar vijftien jaar na dato in een volstrekt andere wereld tegen het lijf lopen. Met behulp van het TIM achterhaalt de journalist, deels in Afrika zelf, stukje bij beetje wat er destijds heeft plaatsgevonden.”
In zijn boek doet Ledegang ook een poging het mechanisme te ontrafelen dat aan etnische gruwelijkheden ten grondslag ligt. “Voor ons onvoorstelbaar, maar kijk om je heen. Soedan, Syrië; sinds Rwanda zijn genocides niet gestopt. Kennelijk huist er iets in de mens dat in staat is tot het perfect onmenselijke.”






