
Onder leerkrachten van de basisscholen was vraag naar tips en trucs voor beweegonderwijs in de groepen 1 en 2. “Die groepen krijgen sinds schooljaar 2018-2019 geen gymles meer van de vakdocenten. Toch merken we dat de groepsleerkrachten wel behoefte hebben aan kennis en inspiratie”, vertelt Geerte Kwant. Op een oproep voor het afnemen van vijf inspiratielessen meldden tien scholen zich. De buurtsportcoaches verzorgen nu vijf weken lang elke week een les op school. “De lessen dienen als inspiratie voor de eigen leerkracht.”
Voor een leerkracht kan het lastig zijn om goede oefeningen te bedenken. Ook kost het opbouwen en afbreken van een beweegcircuit relatief veel tijd. “En die tijd hebben ze gewoon niet. Dus maken wij foto’s van elke les die we geven. Die verwerk ik in een document met beschrijvingen van de oefeningen, zodat de leerkracht daar altijd uit kan putten.”
Buurtsportcoach Rinse Procee verzorgt de lessenserie op cbs Votum Nostrum in Wijnjewoude. In het knusse speellokaal heeft hij drie onderdelen klaargezet: estafette, koprol en pittenzakgooien. “Ik ha de oefeningen útwreide mei wat leuke dingen deromhinne, dan hoege de bern net yn ‘e rige te wachtsjen.” Het eerste onderdeel bestaat uit een hellende baan, een toren, een valmat, hoepels en een bank met hindernissen. “Dy bank en dat springen is om de bern dwaande te hâlden. De neidruk fan dizze oefening leit op it mikken mei de pittesek.” De oog-handcoördinatie dus. “Kom maar”, moedigt Rinse een jonge kleuter aan. Goed het evenwicht bewarend loopt het jochie zonder hulp de hellende bank op, pakt een gele pittenzak, gooit die in de hoepel en dan het leukste: met een dikke plof springt hij op de mat. “En nu mag je over deze bank met hindernissen terug naar het begin lopen. Pas op, denk om de stok!” Klats, de gele dwarsligger rolt van de pionnen. Keurig laverend ontwijkt hij wel de rechtopstaande houtblokken op de bank. Doef, achter hem ploffen de roze gympen van de volgende al op de mat.
“Goed kijken, jongens. Zo meteen mag je als haasje over deze bank.” Rinse doet het tweede onderdeel voor: met twee handen steunend op de bank wipt hij met twee benen tegelijk van links naar rechts over de bank. Dat kunstje gaat nog niet iedere bankhaas even makkelijk af. “Zal meester je even helpen?”, vraagt Rinse aan een bedremmeld meisje in maillot. “Ga je met je knieën erop? Ja, toe maar, zo is het ook goed.” De oefening is de opmaat naar de koprol op de hellende rode mat aan het einde van de bank. “De neidruk by dizze oefening leit op de koprol, mar it is belangryk dat de bern it hiele parkoers yn beweging binne en dat der útdaging yn sit.”
Koprol
Een koprol maken valt voor veel kleuters niet mee, ze vinden het eng of hebben het nog nooit gedaan. Begeleiding is belangrijk. Geerte: “Voorwaarde bij onze lessen is altijd dat de meester of juf erbij is en meedoet.” Van de drie oefeningen in een les is er is altijd één die de kinderen alleen kunnen doen, meester of juf en de buurtsportcoach begeleiden de andere. “We besykje ek safolle mooglik tips te jaan oan de juf of master en oan de bern sels. Der is ek nivoferskil by de bern, it is mar krekt hoe’t se motoarysk oanlein binne.” Voor de koprol heeft Rinse een handigheidje bedacht. “Ga maar op je hurken zitten en duw de pittenzak onder je kin”, instrueert hij het meisje in maillot. “Maak je maar helemaal klein.” En bij de derde poging: “Juist meiske!”“Pfffft”, verzucht een jongen, liep hij toch bijna met zijn hoofd tegen de vensterbank aan. “Maar ik had wel gewonnen”, stelt hij zichzelf gerust. Rode wangen en zweetdruppels bij het derde onderdeel: de estafette. Twee jongetjes staan te dromen, de armen om elkaar heen. “Toe joh, jij moet”, waarschuwt een groepsgenootje. Klaar, af! En daar rennen ze naar de twee rode en twee groene pionnen aan het eind van het parcours. Je eigen kleur pionnen omgooien, terugrennen, het raam aantikken en dan nog een keertje terug om de pionnen weer overeind te zetten. Het is een fanatiek wedstrijdje. De jongen die bijna met zijn hoofd de vensterbank raakte, is ook in de tweede manche niet fortuinlijk. Zijn concurrent neemt de binnenbocht, raakt het raam niet aan. De jongen laat een teleurgesteld ‘prrfft’ horen. “Ik wil niet meer”, roept hij bij de derde manche. De waterlanders zijn dichtbij.






