Sa! op sjou: Makkinga
Aan de beboomde Brink, het hart van Makkinga, komen de uitvalswegen naar de vier windstreken bij elkaar. De dorpbebouwing heeft zich om de kruising heen genesteld en die compactheid geeft Makkinga iets Drenthe-achtigs. Rondom geen uitgestrekt veenweidenlandschap zoals aan de andere kant van het beekdal, maar zandgronden. Makkinga ligt op de hoge Stellingwerfse rug die langs de zuidelijke oever met de Tjonger meeloopt. Op deze plek boerde men al voordat de turfwinning de boel daar aan de overkant op zijn kop zou zetten.

Ondanks de grote veranderingen eromheen bleef het oude agrarische dorp onverstoorbaar zichzelf, als een oase tussen het woelige veen en de woeste heide. Knooppunt 53 ligt bij het westelijke toegangsbord met daarboven de waarschuwing niet harder dan 30 km. Voor de rest ontbreken verkeersborden in Makkinga. Het dorp gaat er prat op de enige plaats in de wereld te zijn zonder aanwijzingsborden die het menselijk verkeer sturen. Het hele dorp is ‘shared space’: kijk naar elkaar en regel het onderling. Een vorm van beschaving die ongelukken voorkomt, volgens bedenker Hans Monderman. De overleden Friese verkeersdeskundige uit Ureterp maakte internationaal furore met zijn revolutionaire ideeën. Makkinga zet de kroon op zijn werk. Ik zet de auto nog voor de dorpsentree onder de bomen langs de ijsbaan en ga richting de Tjonger, op weg naar knooppunt 59.
Dik Tromweer
Het is vandaag ‘Dik Tromweer’: vliegende wolken die zo nu en dan voor even de zon afschermen en al doende van die mooie schuivende schaduwen over het land werpen. Wie ooit de vooroorlogse zwart-wit verfilming van de plattelandsavonturen van Dik Trom heeft gezien, begrijpt wat ik bedoel. De regisseur moet een voorliefde voor vliegende wolken hebben gehad. Voor niet-ingewijden: Dik Trom was de eerste kwajongen in de Nederlandse jeugdliteratuur. Maar wel eentje met het hart op de juiste plaats. Een adhd-er avant la lettre die de dingen altijd net even anders deed dan normaal. Meestal met als gevolg een kwaaie schoolmeester of scheldende buurman achter hem aan, of een nat pak bij thuiskomst. Waarop zijn vader dan steevast tegen zijn bezorgde moeder opmerkte: “Tis een bijzonder kind, en dat is-ie”. Met Dik kwam het dus wel goed wist je als kind. Waarschijnlijk bracht het succes van de kinderboekenserie schrijver Hotze de Roos na de oorlog op het idee van de Friese evenknieën van Dik: Hielke en Sietse. De schippers van de Kameleon zijn vandaag de dag nog onverminderd populair, Dik Trom lijkt in vergetelheid verdwenen.
Wortelen
Halverwege het hooiweggetje richting Tjonger biedt Makkinga een fraai aanzicht: de kerktoren licht op in de zon, dorpsmolen de Weyert draait, rode daken steken af tussen het groen. Alleen de enorme feesttent aan de dorpsrand past niet in het archetypische plaatje, maar goed die zal tijdelijk zijn. De ma?s staat hier niet zo hoog dat het gewas het zicht blokkeert. Een nieuwe dwergachtige variant? De kolven lijken in ieder geval aardig aan de maat. Vanaf het erf van de dichtstbijzijnde boerderij klinkt leven, eens vragen. Wiebe Huitema spuit met hoge druk de kunstmeststrooier schoon. “It is dien mei it struien, hy kin de winterstalling wer yn.” Ja, het ma?s verderop is inderdaad van hem en nee het betreft zeker geen lage variant. De nattigheid van deze zomer heeft de groei geremd. Heeft ook met de grond te maken, de toplaag bestaat uit een mengeling van zand en vettig rivierslib, waardoor het water maar moeilijk wegzakt. Goed voor grasland, minder voor gewassen zoals ma?s.“Mar ik kom krekt fan fakânsje yn Seelân en dêr is it net oars ha ik sjoen.” Vanwege de langdurige vochtigheid is de ma?s slechts oppervlakkig geworteld en als er dan een droge periode achteraankomt hebben de planten weer te kampen met watertekort, legt Huitema uit. “Ach ja, sa is der altyd wol wat.”
Afkoelrondje
In de verte fietsen stipjes over de dijk van de Tjonger. Langs de weg hebben twee dames van gevorderde leeftijd plaatsgenomen op het bankje om te genieten van de weidsheid. “We maken een afkoelrondje, even lekker uitwaaien.” Even verderop passeer ik de Makkingaaster vaart. Alweer lang geleden afgedamd, maar uitkomend op de Tjonger ooit de economische ontsluiting naar de rest van de wereld. Aan het begin van de vorige eeuw kwam daar het tramlijntje van de HTM nog eens bij en reisden de Makkingasters zomaar in een mum van tijd naar Steenwijk of naar Gorredijk. De vaart en het spoor maakten definitief een einde aan het eeuwenlange isolement van het dorp. Bij de volgende boerderij staat een indrukwekkende biogasinstallatie, de vooruitgang gaat verder. Maar eist ook zijn tol. De grote silo’s roepen onwillekeurig het drama van 2013 in herinnering, waarbij drie mensen omkwamen door vergiftiging tijdens de schoonmaak van een mestopslag hier in de buurt. De vader van de bedwelmde veehouder had nog tevergeefs geprobeerd de mestsilo open te rammen met een trekker. De krantenfoto van de ingedeukte wand staat in het geheugen gegrift; de wanhoop in één beeld gevat.
Dorpstuinderij
Bij knooppunt 58 steven ik weer op de dorp aan door een ‘smûk yn it skaad beskûle’ laantje met eikenbomen en wanden ma?s aan weerszijde. Nog voor de dorpskom gaat de route linksaf het bos in. De drassige bodem is vermoedelijk de reden geweest voor de aanplant, regenval heeft van sommige paadjes een modderige brij gemaakt. De bosrand schermt de noordoostkant van het dorp af en voert uiteindelijk achter de sportvelden langs naar de ‘Dorpstuinderij’ van Makkinga. Een fikse strook land met groenteperken, fruitbomen en een langgerekte kas. Niemand te zien en de deuren staan uitnodigend open. Binnen blinken de trossen druiven je tegemoet, te verleidelijk om niet te proeven. Zouden Dik, Hielke of Sietse tenslotte ook gedaan hebben. Met een mond vol druivensap keur ik de tomaten en de puntpaprika’s. Aan het einde bij de andere toegang word ik met geknor begroet. Twee varkentjes darren rond in hun zelfgecreëerde modderpoel en verwachten kennelijk dat ik meedoe. Ik sla de invitatie af en besluit even te pauzeren op de tuinbank bij de met hop overwoekerde kippenren. Daar komt juist Henk Janson aangelopen met een handvol afgewaaide appeltjes. “Ik voer ze aan de varkens, vind ik leuk.” Volgens Janson zijn het Bentheimers, in het najaar gaan ze naar de slager en kan het dorp intekenen op het vlees. “Ik sta op de lijst voor tien kilo.” Nee, hij is verder niet betrokken bij de gemeenschappelijke tuin, net als de meeste Makkingasters ontbreekt het hem aan tijd. Wel jammer, want het blijft een lovenswaardig initiatief. Slechts een handvol doorzetters runnen de Dorpstuinderij. “Voorheen had de school op het stuk hiernaast nog tuintjes, maar die zijn inmiddels ook verdwenen.”
Schreeuwmuziek
Hoewel de route anders aanwijst, besluit ik nog even een kijkje te nemen bij de Weyert en de feesttent die er pal naast staat. De molen stond oorspronkelijk als zaagmolen in Gorredijk, maar verhuisde in de jaren twintig van de vorige eeuw naar Makkinga waar hij dienst ging doen als korenmolen. Eerst nog op een andere plek, maar daarna dichter aan de vaart. Kennelijk woog de moeite van het afbreken en weer optrekken makkelijk op tegen de kosten van nieuwbouw. Kwestie van verhouding tussen arbeid en kapitaal, een worsteling die telkens weer de kop opsteekt. Vrijwilligers Jan Veenstra en Jan Oosterhof sluiten juist het molenmuseum Oold Ark af als ik voorbijloop. De twee vertellen dat in de aanpalende feesttent komende week de viering losbarst van het 50-jarig bestaan van M.O.P. , de Makkingaster Oudejaars Ploeg. Veenstra, een van de oprichters van M.O.P., weet nog niet of hij er alle avonden wel bij wil zijn. “Tegenwoordig hebben ze van die schreeuwmuziek. Maar kijk, daar komen net de mannen van het huidige bestuur aan. Die kunnen je alles over het programma vertellen.” Robin de Groot en Sven Vegelien leggen uit ze met M.O.P. het dorp een beetje levendig houden. “Iedereen kan lid worden, zolang je maar ongetrouwd en achttien jaar of ouder bent.” M.O.P. telt op dit moment zo’n dertig leden en met elkaar organiseren ze de autocross, fietstochten, de gemeenschappelijke kerstavond, en het tweejaarlijkse tentfeest. Vanwege het jubileum pakken ze ditmaal groot uit met respectievelijk dj Paul Elstak, Black Tie Monkey Squad en Vangrail als afsluiter. “Dus zorg dat je erbij bent.”
Honingdenker
Terug op De Brink bij het toegangshek naar de kerk valt mijn oog op het beeld van de Honingdenker. Op de bijbehorende plaquette staat: ‘Een jongeling in de bloei van zijn leven, net voor het verval. Zijn gedachten worden door de omgeving bepaald, en die is zoet.’ Ook een soort Mopper, begrijp ik. Op weg naar knooppunt 55 passeer ik nog een beeld: drie met geglazuurde tegels beplakte pijlers die herinneren aan de Coöperatieve Melkerij De Eendracht. Een jonge Makkingaster, die aan de overkant van de weg het tuintje bijhoudt van een oude dorpsgenoot, weet te vertellen dat het terrein van de coöperatie vroeger het gehele huizenblok in beslag nam. Hij wijst me op de oude directeurswoning die de tand van de tijd wel heeft doorstaan. Ik vergeet te vragen of de vaart dan in het verleden ook tot aan de melkfabriek doorliep. Vermoedelijk wel, maar waar dan precies?
Aan de zuidkant loop ik het dorp uit tot aan de provinciale weg Wolvega-Oosterwolde. De bewegwijzering is hier wat onduidelijk. Ik weet dat ik rechtsaf moet en dan nog een keer, maar het is zoeken naar de knooppuntvignetjes. Een eindje verderop wijst een pijltje dan toch naar een bospad. Het laatste stuk slingert over diep uitgesleten paden en met de zoetige lucht in de neus van de eiken en de varens stap ik monter door. Toch meer honingsnuiver dan honingdenker.
Route (53-59-58-56-89-81-53) ca 8 km












