
Aan de vooravond van de jaarlijkse boekenmarkt in Gorredijk vierden uitgevers Steven Sterk en Robert Seton vorige week donderdag alvast hun eigen feestje. “Dat ironysk-anarchistyske past ús wol.”
Nijntje de kurk van Bornmeer? Zeker. Drijvend op het succes van de Nijntjeverhalen in allerlei streektalen hebben Sterk en Seton over de jaren de boeken kunnen uitgeven die hen na aan het hart liggen. Vormgever Seton pakt ‘Asega, is het dingtijd?’ van Oebele Vries erbij, het standaardwerk over oud-Friese teksten. “Uiterlijk en inhoudelijk perfect.” Of wat te denken van het zwaarlijvige Oranjekoekboek met de foto’s van Tryntsje Nauta. “Nijntje maakte de interessante uitgaven mogelijk.” Maar ook Nijntje kon niet verbloemen dat de uitgeverij tegen de grenzen van het taalgebied bleef aanschuren, aldus commercieel directeur Sterk. “It wie te marginaal.” Bornmeer sloeg daarom afgelopen jaar de vleugels uit door de failliete Friese Pers Boekerij/Noordboek over te nemen. “Wy binne no de útjouwerij fan it Noarden, dat jout rûmte. Mar wy moatte eins ta nei in lanlik middelgrutte útjouwerij, oars rêde we it net.” De taakverdeling blijft hetzelfde als voorheen. Seton doet de productie, Sterk levert de titels aan en zorgt ervoor dat de boeken ook verschijnen. “Zo hebben we elkaar ook gevonden”, zegt Seton. “Ik kan mooie boeken maken, maar mis verkoopkracht. Dat heeft Steven ingebracht. Hij brengt structuur en weet gecalculeerde risico’s te nemen.” Sterk knikt. “Wy binne profesjoneel yn de útfiering, mar sitte tefolle yn de literêre hoeke. Dy merk is yn Fryslân lyts, foar de measte minsken komt literatuer út Amsterdam. Fan Fryske útjouwerij wurde wy no de útjouwerij yn Fryslân.” Met de verbreding van het fonds legt de uitgeverij zich meer toe op non-fictie. De naam Noordboek voert daarbij de boventoon, verwacht Seton. “Die geeft aan wat we uitgeven. Ons fundament ligt in het Noorden, maar ons afzetgebied reikt tot en met Vlaanderen.”








