
“Mooi hè”, glundert voorzitter Wout van der Molen. “Hier doen we het voor”, gebaart hij naar de reuring op het middenterrein van het rennerskwartier. Er wordt tot op het laatst aan de afstellingen gesleuteld. “Motorcross is een echte familiesport.” Dat beaamt wedstrijdsecretaris Margreet Prins. Zelf reed ze nooit - “Mij veel te eng” - maar evengoed is ze met het virus behept. “Mijn nichtje Eva van veertien rijdt vandaag, zij is de vierde generatie op rij. Haar overgrootvader heeft nog geholpen bij de aanleg van de baan.” Margreet schat het aantal deelnemers op negentig, daarnaast leiden zo’n zestig vrijwilligers de onderlinge wedstrijden in goede banen. “We hebben de leeftijden en de CC’s naar kunnen ingedeeld, dat houdt vaart in het wedstrijdprogramma.” Jelmar uit Diever staat met 85 CC aan de start tussen oudere clubgenoten en stoere meiden op veel zwaardere motoren. De dertienjarige lijkt niet erg geïmponeerd. Moeder Hannelore kijkt toe hoe haar zoon zelfverzekerd wegspuit, zijn hulpvaardige vader in een wolk van benzinedamp achterlatend. Jelmar stuift meteen in derde positie op de eerste hindernis af. “Oef, het ergste hebben we gehad, de start is altijd even spannend”, verzucht Hannelore. Nee, echt bezorgd is ze niet. “Jelmar weet wat hij doet, het is geen onbesuisde jongen.”
Jelmar rijdt al vanaf zijn vierde motorcross, de crossgenen heeft hij van vader. Thuis slaapt hij onder een poster van Jeffrey Herlings en net als zijn held ooit deed, gooit Jelmar als aankomend talent hoge ogen in de noordelijke DMX-competitie. Maar zijn de trainingen en wedstrijden voor de ouders niet telkens een hoop gedoe? “Daar groei je in mee”, aldus Hannelore. “Motorcross kost tijd en geld, je gaat een beetje voor de sport leven. Je krijgt er ook veel voor terug. De crossgemeenschap voelt als een warm bad, het is elke keer weer een uitje.” Vader Henri volgt op zijn telefoon de verrichtingen van zoon Jelmar middels de transponder op de motor. “Hij heeft nu de koppositie in zijn klasse.”





