Sport

Jarno Bosma (8) pakt eerste Nederlandse titel

Jarno Bosma.
Jarno Bosma. Jarno Bosma.
Met iets meer dan 80 kilometer per uur over het rechte stuk? Jarno Bosma uit Langezwaag, pas 8 jaar oud, doet niets liever met zijn 65cc-crossmotor. Bang voor vallen? “Nee, echt niet! Zo hard gaan is juist het leukste wat er is.”
Vol trots toont Jarno de bokaal die hoort bij de titel die hij onlangs veroverde. Hij was na dertien races de beste van Nederland bij de jeugdige grasbaanracers. “Mooi hè?”, zegt hij glunderend, terwijl ook vader Laurents een lach op het gezicht tovert. “Deze staat op mijn kamer, met nog een paar mooie bekers.”
Maar het merendeel van zijn prijzenverzameling ligt voorlopig in dozen in de garage, wachtend op een nieuw plekje na de geplande verhuizing van het gezin uit Langezwaag. De ene beker is wat mooier dan de andere, maar Jarno is er hoe dan ook blij mee.
Jarno zat al op voetbal toen hij een filmpje over grasbaanracen zag. Zijn vader regelde een elektrische quad en toen de liefde blijvend bleek volgden er een echte quad en vervolgens een steeds betere (lees: snellere) 50cc-crossmotor. “Eerst maar eens leren schakelen, dacht ik op een gegeven moment”, weet Laurents nog goed. “Maar na twee weken had hij het helemaal onder de knie. Toen werd het echt serieus.”
Moeder Alie moest wel even wennen aan de nieuwe hobby van haar zoon, maar inmiddels weet ze ook dat Jarno zijn machine vrijwel altijd onder controle heeft. “Ik ben een paar keer onderuitgegaan, maar dat hoort erbij en daar heb ik ook niet veel last van gehad. De volgende keer stap ik gewoon weer op de motor. Ik ben echt niet bang voor vallen. Zo hard gaan is juist het leukste wat er is.”
De gemiddelde snelheid ligt rond de 76 kilometer per uur, terwijl op de rechte stukken de teller dus minimaal de 80 aantikt. Het is wat anders dan achter een bal aan rennen, maar Jarno combineert de twee sporten het liefst zo lang mogelijk. “Het is ook leuk om in een team te sporten. Al heb ik bij het crossen ook heel wat vriendjes.”
Jarno rijdt op een gewone crossmotor, maar racet daarmee niet door kuilen en springt er niet mee over heuvels. Zijn baan is ovaal, waarbij het verschil moet worden gemaakt in de bochten. Pas als hij een jaar of twaalf is kan hij overstappen naar een echte grasbaanmotor, zo een waarop Gordykster Jannick de Jong wereldtitels veroverde. Jarno kan bijna niet wachten op dat moment.
Crossen doet hij met nummer 33, hun huidige huisnummer. En, al is het een andere tak van sport, ook het startnummer van Max Verstappen. Een prima nummer dus, vindt Jarno. “Verstappen is ook heel goed in de bochten.” Hoewel zijn vader natuurlijk het meeste werk doet aan de machine, helpt Jarno daar waar hij kan. “Ik vind het leuk om te sleutelen. Dat moet ook, want later moet ik het allemaal zelf doen.” Maar vader Laurents helpt met plezier en is trots op junior. Niet voor niets krijgt de kampioensmotor een erepodium in de toekomstige werkplaats. “Die houden we, hoor. Dat is gewoon een mooie herinnering.”