
“Niks mooiers dan na een boeiend gevecht de tegenstander alsnog omver trekken.” Janna van Velzen (rechts op de foto) geniet met volle teugen van touwtrekken. Komend weekeinde hoopt de Gorredijkse een Nederlandse titel achter haar naam te kunnen zetten.
Het is de afgelopen periode aanpoten geweest voor de 24-jarige Janna, die sinds de zomer van 2019 met haar vriend in Gorredijk woont en in het dagelijks leven veearts is. Met het NK, en in het verlengde daarvan het WK, in zicht ging de trainingsintensiteit bij haar club De Watermannen (Oldeholtwolde) en de Nederlandse selectie flink omhoog. “Gelukkig konden we sommige trainingsavonden combineren, anders was ik doordeweeks amper thuis geweest.”
Janna vertelt het met een grote glimlach. Naast haar baan als veearts bij Dierenartsencentrum De Stellingwerven in Oosterwolde is het soms een heel gepuzzel en gevlieg, maar ze doet het met groot plezier. “Het is superleuk om te doen; dat maakt het makkelijk om er veel tijd en energie in te steken. Ik geniet vooral van de combinatie tussen hard, fanatiek trainen als het moet en de gezelligheid na afloop. De sfeer is altijd goed.”
In Dordrecht, waar Janna opgroeide, deed ze aan hockey, maar tijdens haar studie diergeneeskunde kwam ze in aanraking met touwtrekken. “Ik trainde een keer mee en vond het direct leuk.” Toen ze in Gorredijk terechtkwam, belandde ze via haar ook touwtrekkende collega-veearts Jiska Schellens (van Dierenartsencombinatie Gorredijk) bij De Watermannen. Touwtrekken is een sport waarbij kracht belangrijk is, maar niet het allerbelangrijkste. Heel sterke mensen hebben vaak explosieve kracht en in teamverband is dat niet altijd handig. Aan het touw moet een team evenwichtig te werk gaan. Een krachtsexplosie van het individu kan dat evenwicht zomaar verstoren.
Als anker van de ploeg moet Janna deels zorg dragen voor de balans. “Ik sta helemaal achteraan en probeer de stabiele factor te zijn. Ik heb iedereen voor me, dus ik zie wat er voor me gebeurt. Als het nodig is, stuur ik iemand bij. Al hebben we ook een coach aan de zijkant staan. Die ziet het vaak nog beter dan ik. Ik moet natuurlijk ook mijn eigen taak niet vergeten in te vullen.”
De rol van anker betekent dat Janna net iets anders trekt dan haar teamgenoten. “Ik doe het meer op mijn benen dan op mijn armen. Ik heb eerder ook aan het touw gestaan, maar nadat ik een keer per toeval op anker terechtkwam, beviel me dat zo goed dat ik daar ben blijven staan.”
Het beeld van de buitenwereld over touwtrekkende vrouwen is nogal specifiek, heeft Janna in de loop der jaren gemerkt. “Mensen hebben toch vaak het idee van alleen maar grote, lompe vrouwen die aan een touw staan te sjorren. Maar er komen steeds meer en vaker vlotte, jonge meiden touwtrekken. We hebben ook een team onder 21 jaar, dat zelfs al twee keer Nederlands kampioen is geworden. En als ik vertel over de intensiteit van de sport hebben mensen daar ook alleen maar respect voor.”
Daarna wacht op Ierse bodem het WK, waarbij Janna deel uitmaakt van het lichte team (500 kilogram). Het betekent dat ze voor de mondiale titelstrijd nog wel iets lichter moet worden. “Voor het NK ben ik prima op gewicht, daarna moet ik nog wat afvallen.” Er staat haar dan ook een periode met veel groenten en eiwitten te wachten. Taart, snoep en andere lekkernijen laat ze even staan. “Soms wel eens jammer natuurlijk, maar dat haal ik in maart wel weer in, hoor.”
En het grote verschil tussen mannen en vrouwen bij het touwtrekken? “Bij vrouwen gaat de strijd vaak iets meer op en neer. Maar het is beide prachtig om te zien.” Er is overigens ook een mixklasse en in de reguliere competitie doen vrouwenteams vaak bij de mannen mee. “We staan dan vaak met negen vrouwen tegen zes heren, al is dat ook een beetje afhankelijk van de leeftijdscategorie en klasse. Maar dat maakt de strijd wat eerlijker.”
Het is de afgelopen periode aanpoten geweest voor de 24-jarige Janna, die sinds de zomer van 2019 met haar vriend in Gorredijk woont en in het dagelijks leven veearts is. Met het NK, en in het verlengde daarvan het WK, in zicht ging de trainingsintensiteit bij haar club De Watermannen (Oldeholtwolde) en de Nederlandse selectie flink omhoog. “Gelukkig konden we sommige trainingsavonden combineren, anders was ik doordeweeks amper thuis geweest.”
Janna vertelt het met een grote glimlach. Naast haar baan als veearts bij Dierenartsencentrum De Stellingwerven in Oosterwolde is het soms een heel gepuzzel en gevlieg, maar ze doet het met groot plezier. “Het is superleuk om te doen; dat maakt het makkelijk om er veel tijd en energie in te steken. Ik geniet vooral van de combinatie tussen hard, fanatiek trainen als het moet en de gezelligheid na afloop. De sfeer is altijd goed.”
In Dordrecht, waar Janna opgroeide, deed ze aan hockey, maar tijdens haar studie diergeneeskunde kwam ze in aanraking met touwtrekken. “Ik trainde een keer mee en vond het direct leuk.” Toen ze in Gorredijk terechtkwam, belandde ze via haar ook touwtrekkende collega-veearts Jiska Schellens (van Dierenartsencombinatie Gorredijk) bij De Watermannen. Touwtrekken is een sport waarbij kracht belangrijk is, maar niet het allerbelangrijkste. Heel sterke mensen hebben vaak explosieve kracht en in teamverband is dat niet altijd handig. Aan het touw moet een team evenwichtig te werk gaan. Een krachtsexplosie van het individu kan dat evenwicht zomaar verstoren.
Als anker van de ploeg moet Janna deels zorg dragen voor de balans. “Ik sta helemaal achteraan en probeer de stabiele factor te zijn. Ik heb iedereen voor me, dus ik zie wat er voor me gebeurt. Als het nodig is, stuur ik iemand bij. Al hebben we ook een coach aan de zijkant staan. Die ziet het vaak nog beter dan ik. Ik moet natuurlijk ook mijn eigen taak niet vergeten in te vullen.”
De rol van anker betekent dat Janna net iets anders trekt dan haar teamgenoten. “Ik doe het meer op mijn benen dan op mijn armen. Ik heb eerder ook aan het touw gestaan, maar nadat ik een keer per toeval op anker terechtkwam, beviel me dat zo goed dat ik daar ben blijven staan.”
Het beeld van de buitenwereld over touwtrekkende vrouwen is nogal specifiek, heeft Janna in de loop der jaren gemerkt. “Mensen hebben toch vaak het idee van alleen maar grote, lompe vrouwen die aan een touw staan te sjorren. Maar er komen steeds meer en vaker vlotte, jonge meiden touwtrekken. We hebben ook een team onder 21 jaar, dat zelfs al twee keer Nederlands kampioen is geworden. En als ik vertel over de intensiteit van de sport hebben mensen daar ook alleen maar respect voor.”
Thuiswedstrijd
Komende zaterdag is sporthal De Steense het decor van het NK indoor touwtrekken. “Iedere wedstrijd is belangrijk en je wilt altijd winnen, maar bij een thuiswedstrijd nog net wat meer natuurlijk. We willen heel graag goed voor de dag komen op dit NK. Maar het niveau, en daarmee de lat, ligt hoog.” Monnickendam en VTTG (Utrecht) zijn de grootste concurrenten van Janna en haar teamgenoten op de nationale titelstrijd (start 09.00 uur).Daarna wacht op Ierse bodem het WK, waarbij Janna deel uitmaakt van het lichte team (500 kilogram). Het betekent dat ze voor de mondiale titelstrijd nog wel iets lichter moet worden. “Voor het NK ben ik prima op gewicht, daarna moet ik nog wat afvallen.” Er staat haar dan ook een periode met veel groenten en eiwitten te wachten. Taart, snoep en andere lekkernijen laat ze even staan. “Soms wel eens jammer natuurlijk, maar dat haal ik in maart wel weer in, hoor.”
Indoor en outdoor
De Watermannen doen alleen indoor aan touwtrekken. “Dat is een bewuste keuze. Je kunt ook outdoor touwtrekken, maar dan sta je soms natuurlijk gewoon in de blubber. Dat vraagt om een andere houding en techniek”, vertelt Janna. Bij indoor touwtrekken staan de teams op een ondergrond van rubberen (deur)matten. Buiten mag er ook hars gebruikt worden op de handen, binnen is magnesium het hulpmiddel om de handen stroef te krijgen.En het grote verschil tussen mannen en vrouwen bij het touwtrekken? “Bij vrouwen gaat de strijd vaak iets meer op en neer. Maar het is beide prachtig om te zien.” Er is overigens ook een mixklasse en in de reguliere competitie doen vrouwenteams vaak bij de mannen mee. “We staan dan vaak met negen vrouwen tegen zes heren, al is dat ook een beetje afhankelijk van de leeftijdscategorie en klasse. Maar dat maakt de strijd wat eerlijker.”







