
Wim Stroetinga maakt sinds een paar maanden zijn trainingskilometers op de fiets vanuit Terwispel. De profwielrenner neemt nu noodgedwongen wat gas terug nadat bij een val tijdens de Zesdaagse van Kopenhagen zijn schouder uit de kom schoot. “Maar niet te lang rustig aan hè, want dan wordt het lichaam stijf.”
Om het schoudergewricht goed te laten herstellen, moest de arm van de in Oldeberkoop opgegroeide Wim Stroetinga eigenlijk minimaal tien dagen in een mitella. Maar na een dag of drie vond hij het wel best. “Het ging oké, dus die mitella had ik niet meer nodig. Ik ben 33 en had wel vaker iets met mijn sleutelbeen of schouder. Je moet ook niet te veel naar dokters luisteren.” Hij zegt het met een lach, maar tegelijk is Wim serieus. “Een goede dokter zegt: je hebt niks aan je benen, dus ga gewoon thuis oefeningen op een tacx doen. Je moet het lichaam ook op gang krijgen en sporten bevordert het herstel.”
Ondanks het voorspoedige herstel gaat Stroetinga het WK in het Poolse Pruskow, eind februari, niet halen. “Ik kan mijn arm nog niet gebruiken zoals je normaal doet.” Bovendien heeft hij in de koppelkoers de arm ook nodig om zijn ploeggenoot vast te houden bij de aflossing. “Ik moet dus gewoon geduld hebben.” De prof van Vlasman Cycling Team hoopt in maart nog wel de Zesdaagse van Manchester mee te pakken. Winnen is een tweede, al is dat voor Wim altijd het uitgangspunt. Dat lukte hem eerder dit seizoen, samen met Yoeri Havik, wel in Londen. “En Rotterdam had ik ook graag gewonnen, maar door een tactische fout werden we slechts derde.”
Na de zesdaagsen richt Wim zich op het wegseizoen, waar hij met zijn ploeg de wedstrijden op continentaal niveau rijdt. “Zeg maar de tweede divisie.” Vroeger was hij onbevreesd sprinter – hij won bijvoorbeeld in 2015 de etappe in Olympia’s Tour die in Ureterp eindigde – maar tegenwoordig is hij wegkapitein. Maar de baan trekt hem meer. “De weg is voor mij echt bijzaak. Je zit vier of vijf uur op de fiets en dan maar wachten op die finale. Op de baan moet je gelijk scherp zijn, is er veel meer actie.” Uren kijken naar een etappe in bijvoorbeeld de Tour de France is dan ook niks voor Wim.
Nu de koppelkoers weer is toegevoegd aan het programma van de Olympische Spelen in Tokio, volgend jaar, heeft Stroetinga een heel duidelijk doel. “Ik heb op andere disciplines al drie Spelen meegemaakt, in Peking, Londen en Rio. Maar ik zou graag nog een keer echt om de medailles meedoen.”
Gelukkig in Terwispel
Wim Stroetinga en zijn partner Roxane Knetemann, dochter van wielerlegende Gerrie, wilden altijd al graag naar Friesland verhuizen. Maar het ging heel snel toen ze hun huis in Nijkerk al binnen tien dagen verkochten. “Het is hier in Terwispel genieten, ook al zijn de wielerbanen en Schiphol nu iets verder weg. We wisten dat dit huis direct bij ons paste.” Zijn trainingsuren maakt Wim graag richting Bakkeveen of Appelscha. “Die omgeving is leuker dan bijvoorbeeld richting Lemmer. Dan kun je kilometers ver kijken. En ’s zomers sta je telkens weer voor een open brug.”
Om het schoudergewricht goed te laten herstellen, moest de arm van de in Oldeberkoop opgegroeide Wim Stroetinga eigenlijk minimaal tien dagen in een mitella. Maar na een dag of drie vond hij het wel best. “Het ging oké, dus die mitella had ik niet meer nodig. Ik ben 33 en had wel vaker iets met mijn sleutelbeen of schouder. Je moet ook niet te veel naar dokters luisteren.” Hij zegt het met een lach, maar tegelijk is Wim serieus. “Een goede dokter zegt: je hebt niks aan je benen, dus ga gewoon thuis oefeningen op een tacx doen. Je moet het lichaam ook op gang krijgen en sporten bevordert het herstel.”
Ondanks het voorspoedige herstel gaat Stroetinga het WK in het Poolse Pruskow, eind februari, niet halen. “Ik kan mijn arm nog niet gebruiken zoals je normaal doet.” Bovendien heeft hij in de koppelkoers de arm ook nodig om zijn ploeggenoot vast te houden bij de aflossing. “Ik moet dus gewoon geduld hebben.” De prof van Vlasman Cycling Team hoopt in maart nog wel de Zesdaagse van Manchester mee te pakken. Winnen is een tweede, al is dat voor Wim altijd het uitgangspunt. Dat lukte hem eerder dit seizoen, samen met Yoeri Havik, wel in Londen. “En Rotterdam had ik ook graag gewonnen, maar door een tactische fout werden we slechts derde.”
Na de zesdaagsen richt Wim zich op het wegseizoen, waar hij met zijn ploeg de wedstrijden op continentaal niveau rijdt. “Zeg maar de tweede divisie.” Vroeger was hij onbevreesd sprinter – hij won bijvoorbeeld in 2015 de etappe in Olympia’s Tour die in Ureterp eindigde – maar tegenwoordig is hij wegkapitein. Maar de baan trekt hem meer. “De weg is voor mij echt bijzaak. Je zit vier of vijf uur op de fiets en dan maar wachten op die finale. Op de baan moet je gelijk scherp zijn, is er veel meer actie.” Uren kijken naar een etappe in bijvoorbeeld de Tour de France is dan ook niks voor Wim.
Nu de koppelkoers weer is toegevoegd aan het programma van de Olympische Spelen in Tokio, volgend jaar, heeft Stroetinga een heel duidelijk doel. “Ik heb op andere disciplines al drie Spelen meegemaakt, in Peking, Londen en Rio. Maar ik zou graag nog een keer echt om de medailles meedoen.”
Gelukkig in Terwispel
Wim Stroetinga en zijn partner Roxane Knetemann, dochter van wielerlegende Gerrie, wilden altijd al graag naar Friesland verhuizen. Maar het ging heel snel toen ze hun huis in Nijkerk al binnen tien dagen verkochten. “Het is hier in Terwispel genieten, ook al zijn de wielerbanen en Schiphol nu iets verder weg. We wisten dat dit huis direct bij ons paste.” Zijn trainingsuren maakt Wim graag richting Bakkeveen of Appelscha. “Die omgeving is leuker dan bijvoorbeeld richting Lemmer. Dan kun je kilometers ver kijken. En ’s zomers sta je telkens weer voor een open brug.”






