
“Het was in de winterstop. We speelden een oefenwedstrijd ergens bij Bolsward, het was echt heel koud, rond het vriespunt. En ik houd al niet van oefenduels, nooit gedaan ook. De wedstrijd was net begonnen en ik ging een eigenlijk simpel duel aan. Ik viel ook niet op de grond, maar mijn schouder schoot direct uit de kom.”
Jaren eerder had Willem al eens dezelfde blessure gehad, dus hij wist direct dat het foute boel was. “Ook dat was tijdens een oefenwedstrijd, tegen oud-SC Heerenveen. Daarna volgde een behandeling, maar het blijft een zwak punt.”
Tijdens de steeds nijpender wordende degradatiestrijd van Blue Boys moest Willem dus toekijken. Hij nam ook geen risico. “Ik wilde niet met mijn studie in de knoei komen door het voetbal en blessures.” Voetbal is en blijft wel een hobby, stelt Willem nuchter. “Ik mis nu de eerste wedstrijden van het seizoen door een vakantie naar Indonesië. Dat kon niet anders, maar daar heeft niemand binnen onze groep moeite mee. Zo staan we er eigenlijk allemaal in.”
Het neemt niet weg dat Willem in het veld altijd volle bak gaat. “Dan ga je voor de winst. Ik wil zo ook dit seizoen kijken hoever we kunnen komen.” Willem gaat er daarbij niet van uit dat Blue Boys direct weer terug moet naar de vierde klasse. “We hebben een goede ploeg en met minder blessures hadden we vorig jaar ook prima meegekund in de middenmoot.”
Blue Boys komt langzamerhand wel in een fase dat bepalende spelers per seizoen bekijken wat ze nog willen. “Stel we promoveren, maar een aantal ervaren en belangrijke jongens stopt, heb je dan wel weer iets te zoeken in de vierde klasse of wordt het dan wekelijks ploeteren?” Dan is boven in de vijfde klasse meedraaien helemaal geen straf, denkt Willem.
Hoe dan ook: dit seizoen zijn routiniers als Bart Jonckers en Sander Hoekstra gewoon weer van de partij. Met spits Hoekstra heeft Willem veel te maken. “We hebben een goede klik en als echte afmaker bezorgt Sander mij de nodige assists. Dat vind ik trouwens zelf nog mooier dan scoren. Als iemand er beter voor staat, zal ik de bal altijd afgeven.”






