Sport

Stânfries vraagt steun voor investeringen in toestellen

Larissa van der Woude

Afbeelding
Dure toestellen
Voorzitter Hilda Bron van Stânfries uit Gorredijk heeft flinke zorgen over de faciliteiten voor de gymnastiekvereniging. “Gymnastiek is de basis voor alles. De politiek, ook in Opsterland, benadrukt vaak hoe belangrijk sport is, zeker voor kinderen. Maar financiële ondersteuning gaat vaak aan ons voorbij.”
En dat extra geld is hard nodig, stelt Bron. “Steeds meer materiaal is aan vervanging toe of is al afgekeurd. Voor nieuw materiaal is veel geld nodig, toestellen zijn duur. Een nieuwe airtrack, een speciale mat, kost zo 10.000 euro, voor een nieuwe brug ben je zo’n 5.000 euro kwijt en een dikke valmat kost 3.000 euro. Tel dat maar eens op; dat is niet op te brengen voor onze vereniging.”
Bron is dan ook heel blij met de steun van lokale ondernemers, zoals Makelaardij Sierd Moll, die hielp een nieuw hoogrek aan te schaffen. “De oude was afgekeurd. Een hoogrek is voor turners als Larissa en Mathijs van groot belang, zo kunnen ze hun reuzendraai blijven oefenen.”
Vervanging en aanvulling van het materiaal is echter net zo belangrijk voor de breedtesporter. “Op een training willen we iedereen tegelijk in beweging hebben, dus zijn er veel matten nodig.” Bovendien zijn er technologische veranderingen aan de toestellen, waar je als vereniging in mee moet.”
De bestuurders van Stânfries gingen al een paar keer tevergeefs bij de gemeente Opsterland langs. “Als je ziet wat er bij andere sporten als voetbal of korfbal in het dorp wél kan, dan steekt dat weleens. De gemeente benadrukt constant het belang van sporten, dan moet je aan de basis werken. En gym is voor heel veel sporters en sporten een heel goede basis. Je leert klauteren, klimmen, balanceren, rollen en nog zoveel meer. Eind vorig jaar klopten de scholen en de gemeente wel bij ons aan voor de Pietengym. Investeer dan, help ons.”
Echte talenten, die de beste faciliteiten nodig hebben, komen uiteindelijk bij Turnstad Heerenveen terecht, weet Bron. “Alleen hebben ook onze andere 190 leden recht op goed materiaal.”
[caption id=”attachment_17772” align=”alignnone” width=”900”] Larissa van der Woude.[/caption] Voor Larissa van der Woude (18 jaar, Gorredijk) is turnen eigenlijk wel het belangrijkste in haar leven. Naast haar eigen vier trainingsuren bij Stânfries werkt ze ook nog wekelijks sessies af in Heerenveen en Oudehaske. Daarnaast kruipt ze vijf dagen per week in de rol van trainster, bij de selectie meisjes tot en met 11 jaar, alle recreanten en de jongste jeugd.
“Stânfries is voor mij een soort tweede thuis”, lacht Larissa. En gezien haar directe omgeving is dat geheel logisch. “Mijn moeder zat in het bestuur en mijn broers en zussen turnden ook.” Op haar derde begon ze met peutergym en vanaf dat moment was ze verkocht. “Ik keek er elke week weer naar uit om naar de sporthal te gaan. Dat ene uurtje was het hoogtepunt van de week.”
Larissa traint zelf het liefst op de balk en brug. “De uitdaging in die toestellen vind ik prachtig. Op de balk moet je alles perfect doen, het kan zomaar fout gaan. En het gevoel van vliegen is ook geweldig.” Larissa is op een leeftijd dat veel andere turnsters stoppen. Ze maken andere keuzes, bijvoorbeeld vanwege hun studie of omdat ze de motivatie kwijt zijn om nog alles te doen en te laten voor het turnen. Daar heeft Larissa totaal geen last van. “Ik geniet er nog veel te veel van en ik voel dat ik mezelf nog steeds kan verbeteren.”
Larissa, die in de toekomst een opleiding wil volgen om sporters mentaal te ondersteunen, heeft ook een duidelijk persoonlijk doel gesteld. “Ik wil graag een medaille op een NK pakken.” Over twee weken staat de eerste plaatsingswedstrijd voor het volgende Nederlands kampioenschap op het programma. “Landelijk doen circa 500 turnsters mee in mijn klasse – derde divisie, supplement c – en het aantal finaleplaatsen is beperkt. Het wordt knokken voor een plekje, maar dat is juist mooi.”
[caption id=”attachment_17773” align=”alignnone” width=”805”] Mathijs Grijze en Larissa van der Woude.[/caption]

Mathijs Grijze

“Het mooiste aan turnen is dat je leert om je hele lichaam te beheersen en daarmee dingen te doen die een mens normaal gesproken niet kan.” Zo omschrijft Mathijs Grijze (18) zijn passie voor turnen, de sport die hij sinds zijn zesde beoefent. “Mijn klasgenootjes in groep drie gingen op voetbal of korfbal, maar ik had helemaal niks met de bal. En dus ging ik gymmen.”
De Gordykster viel al snel op en werd doorgestuurd naar de turnafdeling. “Ik vond het helemaal geweldig.” Tot een paar jaar geleden waren de ringen zijn favoriete onderdeel, inmiddels is zijn voorkeur verschoven naar de brug. “Bij ringen gaat het meer om kracht dan om lenigheid, terwijl dat juist is waar ik het van moet hebben. Ik ben nu eenmaal wat minder breed.”
De student scheepsbouwkunde verlegde zijn focus dus naar de brug, het onderdeel waarop Epke Zonderland in 2010 Olympisch kampioen werd. Overigens is Mathijs ook niet helemaal gemaakt voor die discipline, want met 1.85 meter is hij voor een turner aan de lange kant. “Als ik naast Epke sta, ben ik volgens mij een kop groter. Soms raak ik tijdens een zwaai met mijn teen de mat, niet ideaal natuurlijk. En de brug hoger zetten mag niet zomaar.”
Misschien had hij jaren geleden meer moeten trainen, dan was hij kleiner gebleven. “Al dat trainen remt de groei. Alleen had ik daar helemaal geen zin in. Ik wilde het voor mezelf leuk houden. Ik wil op mijn best presteren, maar had nooit de drang om de top te halen. Zo denk ik er nog steeds over.” Al geeft een Nederlandse titel, zoals in 2017 in de vierde divisie, wel een goed gevoel. “Toen ik als jongetje van zeven vertelde dat ik op turnen zat, zeiden ze ‘turnen is voor meisjes’. Nu roepen ze: ‘wat vet!’ Dat is ook mooi.”