Sport

Ex-korfbalster Annagryt de Boer zit nu dagelijks in roeiboot

Afbeelding
Anna de Boer.
Annagryt de Boer droomde ooit van spelen in Ahoy, het walhalla van het korfbal. Nu mijmert ze over de olympische roeibaan van Tokio, in 2020. Ze zette haar hele leven op de kop om die ambitie waar te kunnen maken. “Ik geef er alles voor totdat het eventueel uit zicht is.”
Wie de Olympische Spelen wil halen, moet over een ijzeren discipline beschikken. Zeker als roeier. “Ik doe tien tot twaalf trainingen per week”, vertelt Anna, onderwijskundige aan het ROC in Amsterdam, als ze even pauze heeft. Want inderdaad, naast al dat sporten heeft ze nog gewoon een baan. “Wij krijgen namelijk niet betaald voor onze sport, Project 2020 is geen officieel onderdeel van het programma van de Nederlandse roeibond.” Het project is een initiatief van Nico Rienks, oud-roeier en tweevoudig olympisch kampioen. Doel is om de vrouwenacht naar de top te brengen. Bij de start van het project in 2014 kwamen er zo’n 350 vrouwen opaf, allemaal begin twintigers.
Anna kwam door de voorselectie en behoort inmiddels tot de laatste acht roeisters. Met een aantal van haar ploeggenoten woont ze samen in Amstelveen, in een huis op een steenworp afstand van de bekende Bosbaan. Haar echtgenoot André Zwart, speler van LDODK/Rinsma Fashion, ziet ze doordeweeks zelden en ook in het weekeinde is het regelmatig puzzelen. “Gelukkig begrijpt André het allemaal, omdat hij zelf ook een enorm fanatieke sporter is. Dat scheelt enorm en geeft rust.”
Zelf korfbalde Anna ook jarenlang. Ze haalde het eerste van LDODK en was wereldkampioen met een jeugdselectie van Oranje. Maar twee zware knieblessures maakten in 2014 een einde aan haar dagen als korfbalster. “Ik ben in al die jaren wel tien keer geopereerd. Aan de knieën, maar ook aan mijn enkels. Eigenlijk heeft korfbal nooit goed bij mijn lichaam gepast, zeiden mijn ouders achteraf.”
Met roeien heeft ze zelden ergens last van, hooguit eens een gevalletje van overbelasting door een pittig trainingsschema. “Dit komt sowieso minder op je gewrichten aan, omdat je geen onverwachte bewegingen maakt zoals bij het volgen of afschudden van een tegenstander.”
Roeien is een complexe sport, al is het onder de knie krijgen van de basisbeginselen dan weer niet heel ingewikkeld, volgens de 29-jarige inwoonster van Terwispel. “Dat kun je allemaal in korte tijd leren. Maar de beste worden is heel wat anders.”
Want alle kracht die in het lichaam zit, dankzij kracht- en duurtrainingen, moet wel op de juiste manier overgebracht worden naar de boot. “Als je het blad keurig in het begin in het water zet, maar je trapt te vroeg uit met je benen, dan verlies je een stuk van de haal. Dat is zonde van de energie en het gaat ten koste van je snelheid.”
Anna kan zich de eerste serieuze wedstrijd die ze roeide nog zo voor de geest halen. “Dat was de Head of the River, een wedstrijd over acht kilometer. Maar ik gaf meteen gas, alsof het een wedstrijd over twee kilometer was.” Dat heeft ze geweten. “De stuurvrouw riep op een gegeven moment dat we de tweeëneenhalve kilometer net gepasseerd waren. Toen dacht ik bij mezelf: ‘hoe overleef ik dit?’ Het kwam goed en sindsdien is twee kilometer roeien eigenlijk zomaar voorbij.”
In de acht zit Anna op slag, een van de voorste twee posities gezien vanaf de stuurvrouw achterin de boot. Ze vindt het een mooie plek. “Je voelt heel goed wat er gebeurt en wat er eventueel nog meer in zit.” De middelste vier roeisters staan te boek als het power house, de motor van de boot. “Je moet goed samenwerken om het beste resultaat te behalen.”
Daar zit overigens een tegenstrijdigheid in. Het is namelijk niet realistisch om te verwachten dat alle acht roeisters kans maken op een plekje in de Nederlandse olympische boot die in 2020 naar Tokio moet afreizen. Dat lijkt alleen weggelegd voor de getalenteerde, individuele gevallen. “Ze zullen eerder een enkeling, misschien twee of drie, overhevelen naar de nationale boot”, beseft Anna. “Ik ben een teamplayer en in alles vind ik dat je dingen gezamenlijk moet doen. Maar onderaan de streep draait het ook wel om jezelf en de beste zijn.”
In 2020 is Anna 32 jaar. Een mooie leeftijd voor een olympisch debuut. Ze lacht. “Mijn leven is enorm veranderd en soms is het zwaar. Maar zo’n kans krijg je misschien maar één keer. Dan moet je hem pakken. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb. En ook als het niet lukt, is het een verrijking geweest. Ik wil mijn doel bereiken en ik geef er alles voor totdat het uit zicht is. Hoe dan ook zal ik altijd blijven roeien, want dit kan mijn lichaam perfect aan.”