Voetbal als kloppend dorpshart
Bijna iedereen is ervan overtuigd dat de elf huidige Opsterlandse verenigingen ook in 2025 nog bestaan. Al trok Jan Witteveen, bestuurslid van omnivereniging THOR, even de stoute schoenen aan. “Ik slút net út dat oer in pear jier ek de legere seniorenteams kompetysje spylje ûnder de flagge fan WTTC.” Onder deze naam werken Wispolia, Tijnje en THOR nu samen in het jeugdvoetbal. Maar dat vond Gerrit Hakze van V.V. Tijnje een gevaarlijke opmerking. “Dat giet net gebeuren.”

En toch: wie wil blijven voetballen, zal de handen ineen moeten slaan. Verenigingsadviseur Erik Baas van de KNVB hield de voetbalbestuurders voor dat Opsterlandse verenigingen gemiddeld 230 leden hebben; ver onder het provinciale cijfer (350 leden), dat nog weer veel lager ligt dan het landelijke gemiddelde. Bovendien is de verwachting dat Opsterland in 2030 te maken heeft met een krimp van maar liefst 23 procent ten opzichte van nu in de leeftijdscategorie 15-20 jaar. En dat terwijl de problemen rond de invulling van A-juniorenteams een aantal clubs nu al boven het hoofd groeit.
Ook Bakkeveen sprak al eens oriënterend met de buren van ODV over samenwerking in de A’s en de B’s. “Het is nu nog niet nodig, maar dat kan zomaar eens wel het geval zijn. Dan heb je het eerste gesprek maar gehad”, aldus voorzitter Piet Douwsma. Bij Blue Boys houden ze volgens Jeffrey van Dasselaar ook rekening met moeilijke tijden. Jonge mensen vertrekken uit Nij Beets. Onder andere omdat er amper aanbod is voor starters op de woningmarkt, er geen huizen gebouwd worden en er in de regio minder werk is. “Dit alles maakt het steeds lastiger om iedereen op zijn of haar niveau te laten voetballen. En dat is toch wat je wilt.”
Bundel krachten
Henk de Vries, voorzitter van Langezwaag, al jaren in de kelder van de vijfde klasse zondag, ziet voetbal echter nooit uit het dorp verdwijnen. “Je moet als vereniging inspelen op ontwikkelingen. Zoek samenwerking met andere clubs in het dorp.” Dat is een visie die Piet van Dijk, wethouder sport in de gemeente Opsterland, deelt. “Veel clubs begonnen ooit als omnivereniging, maar kozen voor een zelfstandig bestaan. Maar uiteindelijk is het vak besturen bij de meeste clubs gelijk. Bundel de krachten.” Als bestuurder ziet Van Dijk zelf het liefst dat het voetbal binnen de dorpen blijft bestaan. “Mensen moeten om de hoek naar een club kunnen, of dat er nou eentje van honderd of driehonderd leden is. Dat is van wezenlijk belang. Het is het kloppend hart van een dorp.”
Arm om de schouder
Minder voetballers betekent in veel gevallen ook minder vrijwilligers. Ook dat probleem kwam aan bod. Douwsma nam zijn eigen vereniging als voorbeeld. Zoals veel clubs kreeg ook Bakkeveen steeds minder leden die het logisch vinden om als vrijwilliger iets extra’s voor de club te doen. “Wij wijzen mensen nu aan voor een taak. In het begin schrikken ze dan nog weleens, maar met de uitleg dat het van belang is voor de levensvatbaarheid van de vereniging en dus voor het plezier van iedereen, komt het vaak wel goed.”
Bij THOR leggen ze tegenwoordig wat vaker een arm om iemands schouder en zeggen ‘doe mee’. Witteveen: “Als bestuur moet je leden motiveren en mensen aansturen. De leden bepalen de koers van de vereniging, maar als bestuurder kun je uiteindelijk wel de mentaliteit voor een deel bepalen.” Mensen die bereid zijn iets extra’s te doen kunnen ook aanstekelijke energie voortbrengen, aldus Ronald de Boer (De Sweach). “Al moet het ook wel in iemand zitten om wat te gaan doen natuurlijk. Niet iedereen heeft dat, zo simpel is het ook.”
Maatschappelijke rol
De maatschappelijke rol van voetbalclubs kwam ook aan bod. Wordt die steeds groter, met buitenschoolse opvang in sportkantines bijvoorbeeld, of is het prima zoals het nu gaat? De ruime meerderheid koos voor het eerste. “Het is een kans die je moet pakken”, aldus Tsjidsger Rozenberg. “Je sluit jezelf af als je het niet doet. Dan kiezen ouders wel iets anders voor hun kind.” Witteveen vulde zijn clubgenoot aan met een mooi voorbeeld. “Bij THOR slaan we de handen steeds meer ineen met de Piterkerk. Zeventig procent van de kinderen in onze regio leeft rond de armoedegrens. Bij de kerk gaven ze aan ‘kom dan bij ons, wij hebben een potje voor zulke kinderen’. Op die manier kunnen ze blijven voetballen. Want als je ze kwijt bent, is het heel lastig om ze weer terug te krijgen.”
Wethouder Van Dijk hield de voetbalbestuurders voor dat overheden misschien nog wel te weinig doen voor sportverenigingen. “Terwijl die sportverenigingen van enorm belang zijn voor de fysieke en mentale gezondheid van de burgers. Dat gaan we meenemen naar het nieuwe sportbeleid waar we momenteel aan werken.” De bijeenkomst, een initiatief van de buurtsportcoaches en de KNVB, krijgt de komende jaren een vervolg. Van Dijk: “Het is goed om ervaringen en ideeën uit te blijven wisselen. Daar profiteren we samen van.”
A-junioren
Twee seizoenen geleden opperde Blue Boys om de A-junioren de keuze te geven op vrijdagavond competitie te gaan spelen. Dat plan strandde, maar krijgt mogelijk toch weer een kans. Er zijn namelijk meerdere clubs die het wel zien zitten om de oudste jeugdteams dan te laten spelen. Op die manier kunnen de junioren het voetbal namelijk combineren met een bijbaan in het weekend, een veelgenoemde reden om te stoppen met voetballen. De A-junioren zijn daarvoor bij veel voetbalverenigingen de kwetsbare plek in de opbouw van de verenigingen.
Van F naar E
Uit de cijfers die Erik Baas van de KNVB presenteerde kwam behalve het teruglopende aantal A-junioren ook naar voren dat bij de overgang van F- naar E-pupil een behoorlijk aantal kinderen afhaakt, al is dat beeld in het westen duidelijker dan in Opsterland. Uit landelijk onderzoek blijkt dat kinderen al jonger dan in het verleden beginnen met ‘proeven’ van verschillende sporten. De groep Mini- en F-pupillen is daardoor gegroeid. Maar in deze groep vallen ook meer kinderen af; er zitten zappers bij die na een tijdje voor een andere sport kiezen of voetbal toch niet leuk vinden.












