Sport

Monique Menger peilvrouw ‘t Swarte Wief

Monique Menger staat officieel te boek als ‘opstapper’ bij ‘t Swarte Wief, reservebemanningslid waar schipper Jaap Hofstee in geval van nood een beroep op kan doen.  “Maar in de praktijk doe ik altijd mee. Ik ben de vaste peilvrouw.” Moet ook wel, want wil het Tynster skûtsje potten breken in de IFKS dan lukt dat alleen als de bemanning als een geoliede machine functioneert. En zo ruim bemenst is de ploeg nu ook weer niet. “Vind je het niet al ongelofelijk dat zo’n klein dorp een skûtsje in de vaart kan houden? Wat dat betreft staat ’t Swarte Wief wel symbool voor Tijnje. Door er met elkaar voor te gaan, gebeuren hier meer mooie dingen.”

Afbeelding
Of Tijnje het skûtsje naar haar heeft vernoemd? Met haar lange donkere lokken krijgt bemanningslid Monique Menger van ‘t Swarte Wief die vraag vaak te horen tijdens de IFKS-week. Ligt voor de hand. Tjitske en Alie, de andere twee vrouwen aan boord, zijn immers blond. Maar wellicht roept haar inzet tijdens de zeilwedstrijden de associatie ook wel op. “Ik ben vreselijk fanatiek.”

Pittige job

Zeven jaar geleden keerde Monique terug naar haar geboortedorp. Inmiddels gescheiden en alleenstaande moeder kocht ze het huis tegenover haar ouders, in de buurt waar ze zelf opgroeide. “Ik heb hier een fijne jeugd gehad, dat wil ik ook voor mijn dochter Renee. En met mijn ouders zo dichtbij sta ik niet alleen voor de opvoeding.” In het dagelijks leven heeft Monique een fulltime baan als manager van de twee gesloten klinieken van GGZ-Friesland, in Leeuwarden en Heerenveen. In de Leeuwarder vestiging werkt ze daarnaast ook als behandelaar. “Een pittige job, ja. Mentaal vergt het veel en ik zit door de aard van mijn werk veel binnen. Toen ze me dan ook vroegen om mee te zeilen op ’t Swarte Wief heb ik volmondig ja gezegd. Op het water met de wind in mijn gezicht valt alles van me af. Als ik op het skûtsje stap, ben ik weg.”

Ropes and tricks

Die ‘ze’ zijn haar oude klasgenoten van de lagere school. Dat Monique geen enkele zeilervaring had, donderde niet. De vriendenclub herinnerde zich haar overgave aan de spelletjes die ze vroeger op het schoolplein met elkaar speelden maar al te goed, zo’n felle konden ze er wel bij hebben. De ‘ropes and tricks’ van de skûtsjesilerij zou Monique zich snel genoeg eigen maken. “Ik ben iemand van actie en hou wel van extreme uitdagingen.” In de vijf jaar dat Monique nu meezeilt, heeft ze de glorieuze opmars van ’t Swarte Wief van de C-klasse naar de ‘grote A’ in de IFKS intens meegemaakt. Beginnersgeluk van een relatief onervaren ploeg?  O nee. “Onze kracht ligt in het feit dat we een hechte vriendenclub vormen. In de kroeg, op verjaardagen en op het schip buiten de wedstrijden om hebben we gewoon een hoop lol. Maar omdat we elkaar al zo lang kennen, hebben we ook geen schroom om de ander aan te spreken. Daardoor leren we snel en zijn we veel doortastender geworden.”

Boeven

Tijdens de wedstrijden is schipper Jaap Hofstee onomstreden baas. Met voorzitter van de skûtsjecommissie Paul de Koster, die meezeilt als adviseur, bepaalt de schipper de tactiek. “En daar mogen we als bemanning van alles van vinden, maar pas na de wedstrijd. Dan evalueren we ook bloedserieus.” Monique roemt het inzicht van De Koster en de snelheid waarmee schipper Hofstee  zaken oppikt. Niettemin viel het debuut in de A-klasse vorig jaar wat tegen met de achtste plek. Met alle promoties in de voorgaande jaren waren ze toch wat verwend geraakt. Door de tegenvallende resultaten zat de ploeg halverwege de competitie even in een dip. “Maar we zijn dan ook nuchter genoeg om met elkaar vast te stellen: oké, het gaat er hier dus iets anders aan toe. Er wordt ons niks gegund. Dus kom op, kop ervoor.” Zeilen met het mes in de bek wil Monique het niet noemen. Maar deze zomer gaat het een tandje meedogenlozer. De ploeg moet de balans zien te vinden tussen de sportiviteit waar ’t Swarte Wief om bekend staat en het weerstaan van de psychologische oorlogsvoering die sommige van de andere schippers menen te moeten voeren. “Want er zitten boeven tussen in de grote A.”

Scherper

Direct nadat afgelopen winter duidelijk werd dat ’t Swarte Wief volgens de nieuwe IFKS-regels aanpassing behoefde, hebben ze het skûtsje verzwaard met de voorgeschreven drieduizend kilo. Al in het vroege voorjaar kon de bemanning zo aan de nieuwe zeileigenschappen wennen op het oefenwater van het Sneekermeer. Gaat ’t Swarte Wief nu harder of langzamer? Die vraag valt niet zo makkelijk te beantwoorden, aldus Monique. “Voorheen waren we met licht weer goed. Nu gaat het schip pas echt lopen bij windkracht 4. Veel zal van de omstandigheden afhangen.” Daar komt bij dat er ook een nieuwe fok op staat, waardoor het skûtsje nog scherper aan de wind lijkt te kunnen zeilen. En dat zet haar rol als peiler in het licht. In wisselwerking met de zwaardenman bepaalt zij hoe ver het zijzwaard kan steken. Hoe dieper, hoe strakker de koers. Een plaats bij de eerste zes moet er deze editie inzitten.