Mooi betekent niet altijd snel
“It is gewoan in sport. Jo wolle de dowen sa snel mooglik wer thús krije.” Sietze en Bart zijn aangesloten bij duivenvereniging Gevleugelde Vrienden. Afgelopen weekend toonden de 35 leden hun mooiste duiven in het clubhuis aan de Leidijk. “Mar it is net sein dat dizze dowen de snelsten binne, hear. By de show giet it derom datst dyn moaisten sjen litst, dan bin net by definysje de beste fleaners.”

“Dit is in soan fan Sven, myn alderbêste do.” Sietze haalt een prachtig getekende duif uit het kooitje. De jonge duif kreeg een vijfde prijs op schoonheid. “Winterdeis is it in rêstige tiid foar de dowen en de feriening. Dan organisearje we altyd in show.” De duif in zijn hand heeft nog geen naam. “Ik jou myn dowen pas in namme at se wat presteard ha.” Natuurlijk, de duif van nog geen jaar oud heeft weleens een vlucht voor jonge duiven gedaan, maar het echte werk moet nog komen.
Postduiven zijn de e-mails van vroeger. Voor onze jaartelling werden ze al gehouden ter consumptie, in de 16e eeuw hielden edellieden de duiven in torens en begin 1800 ontstond in België de postduivenhobby voor de gewone man. De duiven werden gefokt op snelheid, conditie, richtingsgevoel en reactiesnelheid. Vooral deze eigenschappen maakten duiven geschikt voor het versturen van post. Tegenwoordig geen kokertje met post meer aan de poot, maar ringen met nummers en een chip. Vooral die chip is belangrijk voor de duivensport. “As de dowen thúskomme, dan wurdt dy chip ynlêzen troch de konstateerklep.” De duiven stappen over deze plaat het hok in en worden zo geregistreerd. De duivenhouder weet dan precies hoe lang het dier onderweg is geweest en geeft de gegevens door aan een nationaal meldsysteem.
Sietze Bron (52) begon op zijn vijftiende met de duivensport en doet samen met broer Bart mee aan wedstrijden onder de naam Gebroeders Bron. “As klup kuorkje we fjouwerhûndert dowen op. Dy wurde dan mei in frachtwein ophelle en earne yn it súden loslitten.” Soms maken de duiven een ware rampvlucht. Veel van de dieren komen dan niet thuis. Een raadsel, ook voor de duivenhouders. “En guon begjinne ûnderweis te swerven. Se gean mei mei in oare flecht of wurde troch in kat pakt.” En voor de duidelijkheid: het is een fabeltje dat een postduif die onderweg ergens ‘aansteekt’ daarna de thuisbasis niet terug kan vinden. “We ha ien hân dy’t yn maart fuortbleau en doe yn septimber wer thúskaam.”







