Sport

Scheidsrechter Roelof de Nekker communiceert

Roelof de Nekker was een veertienjarige korfballer bij UDIROS in Nieuwehorne, toen hij voor het eerst de leiding kreeg als scheidsrechter. Bij een jeugdwedstrijd, uiteraard. Zenuwachtig was hij misschien een beetje. Maar Roelof wist ook heel zeker dat hij het leuk vond om een duel in goede banen te leiden. “Het fluiten heeft me altijd getrokken.”

Afbeelding
Het een roeping noemen is te veel. Maar Roelof de Nekker genoot al op jonge leeftijd van het scheidsrechter zijn. En hij heeft er talent voor, want de dertigjarige korfbalarbiter fluit inmiddels net onder de top. “Ik heb meer en meer het belang van praten in het veld geleerd.”

Het hielp dat Roelof al snel door had dat hij als actief korfballer geen hoogvlieger zou worden. “Daar had ik simpelweg het niveau niet voor.” De kans op succes met de fluit leek groter. Inmiddels is het bewijs daar, want Roelof fluit regelmatig in de Hoofdklasse. Het stapje naar het hoogste niveau, de Korfbal League, hoopt hij nog te maken. Al staart hij zich er niet blind op. “Ik wil niet op het hoogste niveau gedropt worden om daarna af te gaan. Dat heb ik met collega’s wel zien gebeuren en dat is niet prettig.  Als ik de Korfbal League haal, is dat fantastisch mooi, maar ik mag nu ook heel mooie wedstrijden leiden. Plezier hebben is voor mij ook belangrijk. Iedere week op mijn tenen lopen, hou ik niet vol.”

De grens
Spelers en coaches prikken daar ook snel doorheen, denkt Roelof. Ze zijn sowieso altijd op zoek naar de grens. “Zeker toen ik net kwam kijken, was dat wel eens lastig. In het begin liet ik heel veel gaan, gaf ik nooit kaarten. Totdat een beoordelaar me zei dat ik dat best eens mocht doen.” Dat extra wapen om controle te krijgen, beviel hem wel. “Dit werkt, dacht ik. Maar vervolgens had ik een fase waarin ik ze, als ik erop terugkijk, ook wel eens te makkelijk gaf.”

In de beginjaren kweekte Roelof extra eelt op de ziel door als assistent-scheidsrechter te fungeren. “Ik floot zelf in de Eerste Klasse, maar als assistent mocht ik een niveau hoger meedraaien. Dat was een goede leerschool. Bovendien loop je als assistent constant voor de reservebank langs en dan krijg je weleens wat naar je hoofd, ja.”

Praten
Met inmiddels vijftien jaar scheidsrechterservaring weet Roelof wat belangrijk is. “Ik heb meer en meer het belang geleerd van praten in het veld. In het begin deed ik dat niet of nauwelijks. Ik had mijn fluit en armgebaren; daar redde ik het wel mee. Nu communiceer ik anders met spelers en trainers. Dat zorgt vaak voor rust. Het gaat soms niet eens om de beslissing, maar meer om hoe je hem uitdraagt.”

Roelof legt uit: “Het grootste deel van de beslissingen die je neemt in een wedstrijd is overduidelijk correct. Dan is er nog een klein deel dat onjuist blijkt te zijn, zo is het nu eenmaal. En daartussenin zit nog een aantal twijfelgevallen. Of je uiteindelijk goed of minder goed hebt gefloten hangt af van die twijfelgevallen. Communicatie is essentieel bij de acceptatie van die beslissingen.”

En pareerde hij een grote mond in het verleden dus regelmatig met een kaart, tegenwoordig durft Roelof ook wel iets gevats terug te zeggen. Dat blijkt prima te werken. “Spelers accepteren het in ieder geval beter dan een kaart. Soms werkt de mantel der liefde beter, dan blijft de sfeer prettig. Daar heb je in de rest van het duel meer aan.”

Maar echte overtredingen of uitspattingen bestraft hij uiteindelijk altijd met geel of rood. Twee weken geleden nog trok hij in een wedstrijd driemaal geel, waarvan twee keer voor dezelfde speler. “Aanvankelijk kon ik de tweede kaart nog voorkomen door een goed gesprek, maar een minuut later ging het opnieuw mis. Dan houdt het op.”

Ook al woont Roelof inmiddels in Tjalleberd, hij fluit zijn wedstrijden nog steeds namens UDIROS. In het dagelijks leven draait het bij De Nekker ook om het naleven van regels. Als boetejurist maakt hij namens cliënten bezwaar tegen boetes van bijvoorbeeld het CJIB.

Vaste lijn
Roelof erkent dat het in de praktijk lastig is om in alles één lijn te hanteren. “Zowel voor de scheidsrechters als groep, maar ook individueel. We hebben allemaal toch net een iets andere interpretatie van situaties. Dat heb ik zelf ook per wedstrijd. De ene keer kan iets een gewone overtreding zijn, een week later geef ik er geel voor. Dat is lastig. Je probeert het ook zoveel mogelijk te voorkomen, maar je kunt het niet uitsluiten. Ook ik zit weleens minder lekker in de wedstrijd.”

Zoals ook de ambiance of belangen bij een duel van invloed zijn. “Dat mag eigenlijk niet, maar het is wel de realiteit. Je doet altijd je best, maar soms stap je een hal binnen en weet je dat het plezier iets minder gaat zijn.” Hij beseft dat het een dooddoener is, “maar ook scheidsrechters zijn maar mensen.”

Mooiste momenten
“Ik heb het altijd heel leuk en stimulerend gevonden om op nationale jeugdkampioenschappen te fluiten. Op zo’n NK leer je als jonge scheidsrechter heel veel en maak je ook kennis met de beleving in andere delen van het land. Verder heb ik dit seizoen genoten van SKF-Wageningen, een Gelderse derby met veel sfeer. Of de stadsderby van Dordrecht, Oranje Wit-DeetosSnel. Dat zijn prachtige duels om te mogen leiden.”

Sportschool
Roelof komt iedere week zo’n drie tot vijf keer in de sportschool. “Spelregelkennis is natuurlijk voor een scheidsrechter de basis, maar je conditie moet ook top zijn.” En hij werkt daarnaast zeker aan zijn fysieke kracht. “Er mag best iemand staan in het veld.” Ook kijkt Roelof de wedstrijden die hij fluit terug op video. “Je hebt vaak een gevoel over hoe het liep en dan is het fijn om dat bevestigd te krijgen. Of juist leerzaam om te zien dat je toch een keer mis zat met een beslissing waarvan je op dat moment overtuigd was dat die klopte.”