Paardentrainer Bot maakt zich zorgen over drafsport
Tien jaar was Hans Bot, geboren en getogen in Den Haag, toen het paardenvirus hem in de greep kreeg. Zijn ouders hadden niks met de sport, de rest van zijn familie ook niet. En toch was het raak toen hij de edele dieren voor de eerste keer in volle snelheid zag gaan. “Ik ging met een buurmeisje mee naar Duindigt. Vanaf dat moment wilde ik niks anders meer.”

Op de beroemde drafbaan in Wassenaar zou Bot nog heel wat dagen doorbrengen. Hij bleek gevoel te hebben voor het werken met paarden. “Ik heb heel veel gereden op renpaarden. Maar uiteindelijk trokken de dravers me meer. Ik zat liever in zo’n wagen achter het paard, dan hobbelend bovenop de rug. Bovendien werd ik ook te lang en te zwaar.”
Tegenwoordig stapt de 61-jarige Bot alleen nog op de sulky als hij trainen geeft. “Wedstrijden rijden doe ik zelden, al heb ik laatst nog wel een keer gewonnen op Wolvega. Maar ik besteed het liever uit aan mijn twee zoons.” Die zijn beide ook werkzaam als paardentrainer.
Unieke plek
De drie waren in 2007 op slag verliefd toen ze een kijkje namen bij het te koop staande terrein van Hendrik Pol, de beroemde pikeur en fokker die in 2011 overleed. Met acht hectare grond en voldoende voorzieningen als boxen en trainingsfaciliteiten zag Bot zijn kans om, na jaren voor anderen gewerkt te hebben, voor zichzelf te beginnen. “Zo’n plek als deze is uniek.”
Het leukste aan zijn werk als trainer van dravers? “Een paard vanaf nul naar goede prestaties brengen, is het mooiste dat er is. Daar geniet ik enorm van. Het zijn zulke geweldige dieren. Je weet nooit wat het gaat worden op een dag. Het is altijd avontuur. De persoon die een paard werkelijk kan doorgronden en weet wat er gaat gebeuren, moet nog worden geboren.”
Bot bezit met zijn vijftig jaar ervaring uiteraard veel kennis om de gemiddeld 35 paarden die hij op stal heeft staan de juiste behandeling te geven. Een handjevol van de dieren is van Bot zelf, de rest zijn paarden van eigenaren uit het hele land en zelfs tot in Frankrijk toe. Die vertrouwen Bot hun ‘materiaal’ toe.
Want Bot heeft wel wat winnaars onder handen gehad. “Je merkt heel snel wanneer je een goed paard in handen hebt. Als het slecht is trouwens ook.” Een van de bekendste paarden waar Bot mee werkte was Playboy Butcher, die in de beginjaren van deze eeuw menig podiumplaats pakte.
Snel geld verdienen
Bot is zuinig op de paarden die hij onder zijn hoede krijgt. “Er zijn eigenaren die makkelijk en vlug geld willen verdienen met hun paard. Die willen een trainer die het dier heel snel heel goed krijgt.”
Maar vaak is dat succes van korte duur, zo ziet Bot dat veel gebeuren. “Soms is zo’n paard maar een jaar goed. Dan moet het zo hard werken, dat het daarna gewoon op is. Dan kun je zo’n draver afschrijven. Doodzonde.” Bot moest ook wel eens op die manier werken, maar deed dat altijd met tegenzin. “Als zelfstandig trainer zal ik dat nooit of te nimmer doen. Ik wil liefhebbers als klanten, geen mensen die alleen een paard hebben puur om er geld mee te verdienen. En gelukkig heb ik dat nu.”
Enthousiast maken
Het gaat hem soms aan het hart, de staat van de drafsport in Nederland. “Al trekt het inmiddels wel weer wat aan. Er was een tijd dat een eerste prijs 400 euro was. Kom daar maar eens van rond. Maar we moeten de mensen weer enthousiast krijgen voor onze sport en dat moeten we zelf doen. Er is tegenwoordig zoveel andere afleiding.”
Bot oppert dat de leerlingen van bijvoorbeeld het Linde College in Wolvega vrijkaarten krijgen voor de baan die naast hun school ligt. “Stel: er gaan er vijfhonderd heen. Dan zijn er misschien vijftig die het zo prachtig vinden dat ze later ook blijven komen. Dat is wat we nodig hebben. Want er zijn nu generaties die de hele drafsport niet kennen.“
’s Ochtends om zes uur opent hij de staldeuren. Nooit met tegenzin. Een half etmaal later komt hij weer uit de stal. Pas nadat alle trainingen erop zitten en de paarden verzorgd zijn. “Ik zeg altijd dat ik acht dagen per week de sjaak ben en miljonair zal ik er niet meer van worden. Maar ik ben een rijk man dat ik dit werk kan doen. Hier elke dag aan de slag mogen met de dieren is een voorrecht.”












