“Keatsen is moai wurk”
Dat kaatsen in deze regio een opvallend fenomeen is, maakt Wiebe Tolman van Tusken de Flatsen (TDF) uit Lippenhuizen regelmatig mee. “Een paar jaar geleden waren we aan het trainen en kwamen er enkele luchtballonnen voorbij. Omdat de wind goed stond, kon je de mensen in de mand horen praten. Eén ballon kwam zo laag over dat we het gesprek konden volgen: Hè, wat? Zijn ze hier aan het kaatsen?”

In Lippenhuizen kaatsen ze al ruim een decennium, in Jubbega/Hoornsterzwaag beslaat de historie van Keatsferiening Op ’e Grins zo’n vijf jaar. Maar er is wel een opvallende overeenkomst: beide verenigingen ontstonden min of meer bij toeval.
“Het begon eigenlijk als een geintje”, vertelt Wiebe Tolman, voorzitter van TDF. “Met de buurtvereniging besloten we een keer te gaan kaatsen. Gewoon voor de lol. Op initiatief van Jelte Bruinsma, die oorspronkelijk uit Pingjum komt.” Vijf of zes personen van die groep, onder wie Tolman zelf, wilden wel vaker een balletje slaan. “We konden gebruikmaken van een stuk weiland, maar dan stonden we wel tussen de koeienvlaaien natuurlijk. Vandaar de naam van de vereniging.”
Ook in Jubbega en Hoornsterzwaag deed het buurtkaatsen de vlam aanwakkeren. Jarich Westra, de huidige voorzitter, introduceerde het spel. “Inmiddels hebben we zo’n veertig leden”, aldus bestuurslid Thiemen Koopmans. “Voornamelijk uit de twee dorpen, maar er komen inmiddels ook al mensen van buitenaf, zoals uit Drachten.”
Leuker dan korfbal
Het gaat Op ’e Grins duidelijk voor de wind. Ietwat onverwacht. Koopmans: “Ik ben er niet vanaf het allereerste begin bij, maar dit is niet helemaal zoals het gepland was. Het gaat echt super, heel spontaan ook.” Koopmans is van oorsprong een korfballer (Wordt Kwiek), maar is nu helemaal verknocht aan kaatsen. En dat terwijl hij vijf jaar geleden nog niks van het spelletje snapte, wanneer het toevallig op televisie voorbijkwam. “Had ik het maar eerder ontdekt. Het is veel leuker dan korfballen, vooral door de verschillende functies in het veld. Het is een teamsport, maar toch ook weer individueel. En met kaatsen kun je als verdedigende partij ook punten maken. Dat is wel apart.”
Tolman had voor zijn periode bij TDF al wel een bescheiden kaatsverleden. “Tijdens mijn jeugd in Leeuwarden heb ik een aantal jaren gekaatst.” Daarna verdween de sport echter van zijn radar. “Maar nu sta ik weer elke woensdag te trainen. Heerlijk.” Hij geniet vooral van het tactische aspect van kaatsen. “Je moet uiteraard kunnen kaatsen, maar je hoeft niet heel goed te zijn om toch te kunnen winnen. Je kan een heel eind komen als je het spel goed leest, bijvoorbeeld hoe iemand in het perk staat.”
Beide kaatsverenigingen zijn geen lid van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond (KNKB). Een bewuste keuze. Zo houdt de vereniging enige vrijheid in de aanpak van het kaatsen. Koopmans: “Wij hoeven niet strikt alle regels te volgen of bepaalde afdrachten te betalen.” Op ’e Grins sluit overigens niet uit dat ze de stap naar de KNKB over een paar jaar alsnog maakt. “Wij hebben al behoorlijk wat jeugdleden. Wanneer die straks naar een belangrijke jeugdwedstrijd als de Freule in Wommels willen, dan ontkomen we er niet aan.” Nu gaat het vooral om gezellig kaatsen en saamhorigheid. Op woensdag draait de clubcompetitie voor mannen, op maandagavond is het de beurt aan de vrouwen en jeugd. Koopmans: “Dan spelen we gewoon met leden onderling wedstrijden. En we hebben regelmatig clinics, bijvoorbeeld met topkaatsers of bekende kaatstrainers. Dan leer je de fijne kneepjes van de sport.”
Alle niveaus
Bij TDF is het niveauverschil op woensdag, de vaste trainingsavond, volgens Tolman heel groot. “Van Real Madrid tot beginners. Klaas Berkenpas speelde bijvoorbeeld zeventien jaar in de hoofdklasse en won de PC. Hij speelt soms gewoon samen met iemand die net begint. Maar we genieten allemaal van het spel.” In Lippenhuizen bestaat de groep uit net geen twintig leden. De ambitie om snel te groeien is er niet. “We kunnen op het terrein dat we nu gebruiken net drie perken uitleggen. Dan kan iedereen dus lekker kaatsen.”
Zo nu en dan komt er eens een enthousiasteling bij, af en toe stopt er iemand. “Maar mensen zijn altijd welkom om een keer te komen kijken natuurlijk”, aldus Tolman. Een mooi moment daarvoor is 23 augustus. “Dan organiseren we een wedstrijd met andere verenigingen, onder andere Op ’e Grins. Vorig jaar stonden er 55 kaatsers op het veld en heel wat publiek langs de lijn. Het is inmiddels al een aardig begrip in het dorp.” Op ’e Grins heeft jaarlijks de Tjongerpartij, op 31 mei deden er twintig parturen mee.
Alles aan de hang
Kaatsen stamt uit de zestiende eeuw. Hollandse dijkgravers introduceerden het in Friesland. Wereldwijd bestaan er meer dan vijftig verschillende varianten van de sport. Het Friese kaatsspel wordt gespeeld tussen parturen (teams) van drie mannen of drie vrouwen. De belangrijkste wedstrijd van het jaar is de PC in Franeker, die al sinds 1853 bestaat. De PC wordt altijd gehouden op de vijfde woensdag na 30 juni. ‘Alles aan de hang’ betekent dat de telegraaf (houten soort scorebord) voor beide parturen volhangt en dat beide teams de wedstrijd kunnen winnen tijdens het laatste punt.












